Boeken: Animation in the Netherlands

De grens was nooit dicht

Een avontuurtje in ’t luchtruim

Eindelijk! Het eerste overzichtsboek van de Nederlandse animatiegeschiedenis. Waaruit blijkt dat Nederlandse animatie niet had bestaan zonder open grenzen – van de eerste Belgische oorlogsvluchteling tot recente internationale coproducties.

Wat fantastisch dat dit boek er eindelijk is! Het eerste substantiële overzicht van Nederlandse animatie. Voor auteur Ton Gloudemans is het, zo schrijft hij, de culminatie van veertig jaar publiceren over het medium (waaronder monografieën van Gerrit van Dijk en Paul Driessen); voor de liefhebber, na de recente opening van de animatiegalerij in Eye, een verdere verankering van de Nederlandse animatiegeschiedenis.

Gloudemans laat die beginnen in 1919 met het charmante reclamefilmpje Een avontuurtje in ’t luchtruim, geregisseerd door Alex Benno en geanimeerd door de Belgische oorlogsvluchteling George Debels, en benadrukt daarmee direct het belang van commercieel werk.

Want dat is het spannendste aan zo’n boek: welke rode draden worden zichtbaar? Eén is de relatief grote rol van stopmotion, van de vroege, internationaal succesvolle studio’s van George Pal en Joop Geesink (met Loeki de Leeuw als Nederlands beroemdste animatiepersonage) tot Nina GantzWander to Wonder (2023) en Mascha Halberstads lange film Knor (2022).

En ja, lange animatie! Uiteraard bespreekt Gloudemans Marten Toonders mislukte (Fortune Fair, kort na de oorlog) en min of meer gelukte (Als je begrijpt wat ik bedoel, 1983) pogingen, maar zoals bij veel onderwerpen loopt hier een grens ruwweg rond de eeuwwisseling: van de huidige hoeveelheid lange animatiefilms, animatieopleidingen, digitale mogelijkheden, onafhankelijke producties en vrouwelijke animatoren konden we vorige eeuw alleen maar dromen.

Reruns

Naslagwerk
Ik mis daarnaast wel iets over de positie van mensen van kleur – het is nogal een witte geschiedenis en dat mag benoemd worden. Ook ben ik nieuwsgierig naar de overzeese gebiedsdelen; zelfs wanneer daar niets noemenswaardigs is geproduceerd, past dat in zo’n naslagwerk (dat gelukkig indexen heeft op personen, titels en organisaties).

Maar dát er zo een paar kritiekpunten te verzinnen zijn, is geen kritiek op het boek an sich. In tegendeel: wat is het geweldig dat we eindelijk een boek hebben waarop we kritiek kunnen hebben! Want hoewel Glou­demans waarschuwt dat zijn (overigens Engelstalige) boek niet uitputtend kan zijn, is het wel degelijk een ijkpunt – en daarmee ook zelf onderdeel van de Nederlandse animatiegeschiedenis.

Want nu hebben we een selectie (waaronder de achttien persoonsprofielen waarmee het boek eindigt, onder wie Rosto, Harrie Geelen, Adriaan Lokman en Marieke Blaauw), waarvan we kunnen vragen: wie of wat mis je? Mijn eerste suggestie is dan Paul, Menno en Françoise de Nooijer – die mogen van mij een plekje in een volgende druk.

In the Void

Reikwijdte
Ook het internationale succes van geanimeerde VR blijft onderbelicht. Maar dát Gloudemans ook VR noemt, naast bijvoorbeeld online animatie, installaties en de Nederlandse opensource animatiesoftware Blender (onlangs nog gebruikt voor Oscar-winnaar Flow, 2024), is een prijzenswaardige erkenning van de reikwijdte van het medium (alleen games zijn opvallend afwezig).

Dat de drie miljard views van Joost Lieuwma’s YouTube-kanaal Frame Order – Cartoon Box hem waarschijnlijk “de meest bekeken Nederlandse animator ooit” maken, had ik overigens niet op mijn radar. Ook het Filmliga-werk van Frans Dupont (het abstracte Diepte, 1933), het duistere In the Void (Ronald Bijlsma, 1968), de heel korte Verboden vrucht (1971) van Jeroen Raaijmakers en Janneke Tangelder (de eerste vrouwelijke regie-credit) en Ties Poeths stijlvolle Music for an Owl (1998) waren voor mij vreugdevolle ontdekkingen.

Animation in the Netherlands is uitgegeven in een Europese reeks met “sociaal, historisch, politiek, economisch en artistiek” perspectief. De organisatorische, institutionele kant krijgt daarbij veel aandacht, wat verdedigbaar is maar het boek, hoewel goed leesbaar, ook wat academisch maakt (zie ook de prijs). Dat de zwart-witillustraties van magere kwaliteit zijn, zal ook aan de reeks liggen. Gloudemans zelf toont echter op zijn site ItsAnimation.com alle illustraties nog eens in hoge kwaliteit en waar mogelijk in kleur, plus extra beeldmateriaal en zelfs korte films: bravo!

Originele beelden uit Monique Renaults Holy Smoke in Eye’s animatiegalerij. Foto: KEES Driessen

Internationaal
Dat het een buitenlandse uitgever is die uiteindelijk dit eerste, cruciale overzicht publiceert, is ergens pijnlijk, maar ook tekenend voor wat Gloudemans zelf de opvallendste rode draad noemt: dat “de Nederlandse animatie-industrie geen nationaal, maar een internationaal fenomeen is”.

Vanaf die eerste productieve vluchteling Debels hebben immigranten, onder wie de Hongaarse Pal, Britse Harold Mack, Deense Børge Ring, Finse Dennis Livson (instigator van Alfred J. Kwak, 1989) en Franse Monique Renault, altijd belangrijke rollen gespeeld, terwijl anderen juist de kleine thuismarkt ontvluchtten richting Hollywood (Daan Jippes, Robert Stevenhagen, Wilbert Plijnaar, Piet Kroon) of vanuit het buitenland nota bene enkele van de meest archetypisch Nederlandse animaties creëerden, waaronder Maarten Isaäk de Heers Handelingen (2009) en de mooiste Nederlandse film überhaupt, Michael Dudok de Wits Father and Daughter (2000). Bovendien bestaat de hedendaagse langere animatie (van Trippel Trappel dierensinterklaas, 2014, tot Undone, 2019-2022) grotendeels uit internationale coproducties. Het is misschien wel de mooiste gedachte die het boek meegeeft: de grenzen van de Nederlandse animatiewereld zijn nooit dicht geweest.


Animation in the Netherlands: Perspectives on the History, Culture and Art of Dutch Animated Film Ton Gloudemans | 2026, CRC Press | 272 pagina’s | € 97,99 (ebook € 63,99)