Thee Wreckers Tetralogy

De eeuwige wederkeer van Rosto

No Place Like Home

Thee Wreckers Tetralogy vormt het hoogtepunt van het onnavolgbare oeuvre van de Nederlandse filmmaker Rosto. En Reruns is het hoogtepunt van de Tetralogy – omdat hij daar het diepst gaat.

Er staat een oog aan de hemel. Het oog van Rosto. Het verschijnt aan het begin van Thee Wreckers Tetralogy, in No Place Like Home (2008), en aan het slot van het afsluitende deel, Reruns (2018). Een spoiler kan ik dat niet noemen, want het werk van de Nederlandse filmmaker is circulair. Je kunt het einde niet verklappen als het ook het begin is.

Rosto’s helse, vurige oog was er al vóór deze tetralogie. Het is het oog van Virgil, Rosto’s duivelse alter ego, die al vanaf het begin rondwaart in zijn werk. Het is de zon die dreigend neerkijkt op The Monster of Nix (2011) en die de onfortuinlijke titelheld van (The Rise and Fall of the Legendary Anglobilly Feverson (2002) omhoog lokt in zijn vliegmachientje. Zelfs toen Rosto in een van zijn allereerste filmpjes een lachende zon animeerde voor Sesamstraat, maakte die al, bekende hij aan Animation World Network, een onbetrouwbare indruk.

Het is Nietzsche’s ‘eeuwige wederkeer’. Het begin is het einde is het begin: alles herhaalt zich, voortdurend, zonder einde. Het boek Also sprach Zarathustra (1885), waarin Nietzsche deze gedachte uitwerkt, noemde Rosto in 8 Weekly “zo’n werk dat op zijn eigen wijze voor mij samenvat waar het allemaal om gaat”. Ook in Rosto’s wereld hangt, op zijn eigen wijze, alles met alles samen en keert alles altijd weerom. Als zijn onnavolgbare oeuvre ergens over gaat, is het dat.

Alles is anders
Anglobilly Feverson was de eerste Rosto die ik zag, op het filmfestival van Rotterdam, en ik werd weggeblazen, vooral door de overdonderende stormscène. Rosto’s films, dat was duidelijk, horen op het grote doek. Alle lof daarom voor distributeur Windmill Film die Thee Wreckers Tetralogy in de bioscoop uitbrengt, samen met de verhelderende making-of Everything’s Different, Nothing Has Changed (Joao MB Costa en Robert Gradisen, 2018). Met als tragische context dat Rosto vorig jaar is overleden, vijftig jaar oud. Dat maakt natuurlijk – ook al is er niks aan de films veranderd – alles anders.

Vooral omdat het fantastische, surrealistische werk van Rosto hoogst persoonlijk is. Virgil is niet het enige alter ego in zijn werk. Je hebt de boomachtige Langemanne en natuurlijk de rockende Wrecker Rosto. Volgens Rosto vertegenwoordigen eigenlijk alle personages hemzelf – zijn hele oeuvre is één groot alter ego. Met als basis The Four Riders of Dog, een studentenboekwerk dat hij afrondde in 1992, waaruit al het andere voortkwam. Het hoofdstuk Wreck-a-Lula leverde The Wreckers hun bandnaam op. Het hoofdstuk Mind My Gap groeide vanaf 1998 uit tot een interactieve online graphic novel, gevoed door de “reizen, landschappen, kruispunten en duivels” die hij intuïtief in zijn songteksten had gestopt, zoals hij het Britse animatietijdschrift Skwigly vertelde.

Rosto creëerde unieke collagefilms van fotomateriaal en allerhande tekenstijlen en later ook computeranimatie met poppen, maskers en gefilmde acteurs, zoals te zien in Everything’s Different. Alles Engelstalig, altijd voortgestuwd door zijn muziek. Hij noemde zichzelf geen animator, omdat dat slechts een deel van het proces was. Om zijn ongrijpbare stijl in woorden te vangen, speelt zijn website met het woordje meets: ‘Méliès meets Kerouac’, staat er dan, en ‘Weil meets Disney’, en de mooiste, ‘Borges meets Murnau’. In Rosto’s studio, blijkt in Everything’s Different, hangt Eraserhead naast The Far Side – ook een mooie combinatie. Een beetje moe werd Rosto alleen van de vergelijkingen met Tim Burton en Dave McKean. Met Burton deelde hij weliswaar een voorliefde voor het Duits Expressionisme (Virgils lange jas verwijst naar Murnau’s Nosferatu uit 1922), maar Rosto constateerde terecht dat die invloed bij Burton aan de oppervlakte bleef. De Britse illustrator Dave McKean, onmiskenbaar een zielsverwant, kende hij nog niet eens toen mensen hem ernaar begonnen te vragen, vertelde hij studenten van de ArtEZ-kunsthogeschool in Arnhem.

Niets is anders
In het begin sputterde hij ook tegen als mensen zijn nieuwste productie weer ‘typisch Rosto’ vonden – voor zijn gevoel deed hij telkens iets anders. Maar uiteindelijk kon hij er niet omheen. Kennelijk was er iets dat al die uiteenlopende stijlen bijeenhield. Iets Rosto. Zoals ook inhoudelijk alles deel uitmaakte van één universum.

Niet dat dat universum per se overzichtelijk is. Zo zijn de eerste twee delen van de Wreckers-tetralogie, No Place Like Home en Lonely Bones (2013), óók de laatste twee hoofdstukken van de Mind My Gap-verhaallijn rond Diddybob en Buddybob, die begon in 1998. Het kennen van die voorgeschiedenis – nog altijd gratis online te vinden – verdiept ongetwijfeld het plezier. Maar het is ook in de geest van Rosto om je onvoorbereid in Thee Wreckers Tetralogy te storten. Hij noemde het niet voor niets, met een knipoog naar Disney, zijn Rock ’n’ Roll Fantasia – omdat je van muziek niet vraagt waar het eigenlijk over gaat.

Het zijn Thee Wreckers, overigens, omdat zijn band The Wreckers gestopt was. Ouder geworden en klaar met touren. Maar Rosto had de band voor zijn projecten nodig en bedacht een nieuwe naam: Thee Wreckers, “een reïncarnatie van de oorspronkelijke, sterfelijke muzikanten – ik had ze onsterfelijk gemaakt door van hun zielen personages te maken”, zei hij trots tegen Skwigly. Zoals hij ook zichzelf onsterfelijk heeft gemaakt door zijn eigen ziel in personages te leggen, in een heel oeuvre zelfs. Thee Rosto.

Reruns

Thee Wreckers Tetralogy is het beste wat Rosto heeft gemaakt. Met een nog virtuozere techniek, een uitgebalanceerder ritme, meer rust. Hoewel we de lange animatiefilm waaraan Rosto werkte helaas zullen moeten missen, voelt zijn oeuvre met de tetralogie toch afgerond. Letterlijk afgerond: het is een oeuvre opgebouwd uit cirkels, de bij Rosto eeuwig wederkerende symbolen van eeuwige wederkeer. Begrensd, maar oneindig, verwijzen ze ook allemaal naar Virgils duivelse ronde spiegel – en die is, aldus Rosto in de making-of van Jona/Tomberry (2005), “gevuld met illusies, die in je ogen schijnen en je van alles laten geloven. Dat is film.”

Alleen breken die spiegels bij Rosto en belanden we keer op keer in de laag achter de laag achter de laag. Zo wordt in Lonely Bones in een wide-shot opeens de studio zichtbaar waarin het verhaal wordt opgenomen. Een studio die tijdens de aftiteling verandert in een kathedraal, daarna in het New Yorkse Guggenheim en daarna ineenstort tot een groot niets. Een niets waaruit in Splintertime (2015) dan weer alles voortkomt. Zoals bij Rosto alles wat verdwijnt terugkeert, en alles wat sterft herrijst – om opnieuw te sterven.

Alles is Rosto
Ook Rosto’s studentenboekwerk The Four Riders of Dog, de basis waaruit zijn hele oeuvre is gegroeid, heeft weer diepere lagen. Daartoe behoren de zwart-witte Disney-filmpjes die Rosto’s vader vertoonde toen hij klein was. Zonder geluid, met louter het verontrustende geratel van de 8mm-projector. Bij de vierjarige Rosto veroorzaakten die een nachtmerrie waarin de hoofden van Mickey en Donald werden afgebeten. Dus noemde hij zijn eerste volwaardige kortfilm Beheaded (1999), verliezen zijn alter ego’s Virgil en de Langemanne steeds hun hoofd, en heette zijn eerste filmmakerscollectief Eating Mickey’s and Donald’s Head. Wat later werd ingekort tot HEAD, en toen hij verderging als eenpersoons droomfabriek, nog verder werd ‘onthoofd’ tot Studio Rosto A.D.

Want dromen waren Rosto’s diepste inspiratiebronnen (“In het ideale geval, als het zou kunnen, zou ik rechtstreeks op film dromen”, zei hij in Arnhem). Vanaf zijn vroegste jeugd betrad hij ’s nachts een half-lucide droomwereld, een verzonken stad van herinneringen, met terugkerende locaties en gebeurtenissen. Deze wereld presenteert hij in Reruns. “Een documentaire van zijn dromen”, noemde zijn producent Nicolas Schmerkin de film daarom in Bref, een Frans tijdschrift over de korte film dat 1 x per jaar verschijnt. Ook Rosto verzekerde in interviews dat deze Dream City voor hem echt bestond, en dat voel je: het surrealisme heeft plaatsgemaakt voor herkenbare nachtmerries als opeens terug op school zijn en alsnog een tentamen moeten halen, of op moeten treden maar het nummer dat gespeeld wordt niet kennen. Alles met die vertraagde manier van bewegen die we uit dromen kennen.

Rosto vreesde dat mensen deze minder surrealistische dromen saai zouden vinden. Maar ze blijken juist universeel. Reruns is het hoogtepunt van de tetralogie, een triomfantelijk slotakkoord dat terugvoert naar de oorsprong van zijn oeuvre, dat aan diepgang wint door het zien van deze echte droomwereld achter Rosto’s fantastische verzinsels. Hier zien we de persoon achter de alter ego’s – van Virgil nemen we afscheid. Rosto verwerkte zelfs een 8mm-filmpje waarop hij als vijfjarige in zijn grootmoeders huis rondloopt. Een voice-over zegt: “Tegenwoordig sterf ik zelfs in mijn dromen.” Maar dat geeft niet, want samen met vier andere Rosto’s – van vijf, twintig, dertig en veertig jaar oud – zien we het optreden van Rosto nummer vijf, die weliswaar dood is, maar als onthoofd skelet nog altijd met Thee Wreckers staat te rocken. Want Rosto heeft Rosto onsterfelijk gemaakt. En wij kijken de reruns.