Toronto 2008

De problemen van JCVD

JCVD in JCVD

Net als winkelstraten lijken de grote festivals steeds meer op elkaar. Het Toronto International Film Festival presenteerde net als Venetië Burn After Reading van de broers Coen. Want sterren betekenen status. Brad Pitt: "Ik wist niet dat ze me een rol als kauwgom kauwend leeghoofd zouden geven."

Wie een half jaar geleden had voorspeld dat films met Mickey Rourke en Jean-Claude van Damme tot de meest geprezen titels op het festival van Toronto zouden worden gerekend, was vermoedelijk voor gek versleten. Rourke is – mede dankzij overmatige consumptie van drank en drugs – lang geleden al verworden tot een karikatuur van zichzelf en een aanleiding om Jean-Claude Damme serieus te nemen heeft zich nooit eerder voorgedaan.

In The Wrestler speelt Rourke een aan lager wal geraakte worstelaar en die rol wordt alom beschouwd als een van de beste van zijn carrière. Voor Van Damme geldt iets vergelijkbaars. In JCVD – zijn eerste Franstalige film – speelt hij een uitgerangeerde actieheld die moeite heeft om aan de bak te komen. Anders gezegd: Van Damme speelt zichzelf.

Het was de Frans-Algerijnse regisseur Mabrouk El Mechri die op het idee kwam een autobiografische film over Van Damme te maken. In het Canadese tijdschrift Eye zegt hij daarover: "Jean Claude had grote problemen met roem, met relaties, met de pers en met zichzelf. Al die onderwerpen komen aan de orde."

Maf
Voor de vrijwel onbekende El Mechri is Toronto een ideale etalage om zijn film aan een breed publiek te tonen. Andere regisseurs dreigen kopje onder te gaan in het overstelpende aanbod. Van de 312 films dit jaar werden geselecteerd betrof het grootste deel wereldpremières. Daarnaast werd – zoals gebruikelijk – een weloverwogen keuze getoond uit de oogst van de recente Europese festivals.

Het publicitaire geweld dat door de grote Amerikaanse producties ontketend wordt, dreigt de kleine films van het festival wel eens te overstemmen. De persvoorstelling van de enige Nederlandse film op het festival – Het zusje van Katia van Mijke de Jong – trekt slechts een handjevol bezoekers. Maar de officiële screening op zaterdagavond is daarentegen uitverkocht.

Producent Hans de Wolf krijgt na afloop grappige en (vooral) meelevende vragen uit het publiek. Enkele toeschouwers verkeren in de veronderstelling dat ze naar een documentaire hebben gekeken en vragen bezorgd hoe het er inmiddels voor staat met de hoofdpersoon. De Wolf vertelt op aanstekelijke wijze over de jonge Spaanse schrijver Andrés Barba die nog steeds amper kan bevatten dat een "stelletje maffe Nederlanders" uitgerekend zijn boek wilde verfilmen.

Marmot
Aan belangstelling geen gebrek op de persconferentie van Burn After Reading, de nieuwe film van de broers Joel en Ethan Coen. De aanwezigheid van Brad Pitt heeft vooraf tot enige nervositeit geleid. Een jaar geleden werd de auto waarmee Pitt (en echtgenote Angelina Jolie) de première van The Assassination of Jesse James bezochten, belaagd door opdringerige fans. Schade: tweeduizend dollar.

De entree van de sterren in het Hyatt Hotel verloopt ook dit jaar ietwat chaotisch. Zodra Pitt zijn plaats achter de tafel heeft ingenomen, bekommeren de fotografen zich niet meer om zijn tegenspelers. Gevolg is dat de doorgang voor de acteurs die ná hem binnenkomen wordt versperd. John Malkovich loopt uiteindelijk maar met een ruime boog om de fotografen heen om zijn plaats te kunnen bereiken.

Pitt vertelt dat hij al geruime tijd bij de Coens aan het zeuren was om een rolletje. "Maar ik had niet voorzien dat ze me een rol als kauwgom kauwend leeghoofd zouden geven." De broers Coen kijken ondertussen de zaal in met de blik van een marmot die uit zijn winterslaap is gewekt. Zo zitten ze er altijd bij op gelegenheden als deze. Op vragen wordt steevast gereageerd met een mengsel van verbazing en misprijzen. Lange stiltes. Korte antwoorden. Bij elke vraag kijken de broers eerst even elkáár aan. Ga jij of ga ik? Ze vullen elkaars antwoorden aan met korte zinnetjes.

De vraag dringt zich op waarom ze eigenlijk nog de moeite nemen om op te draven bij gelegenheden als deze. Ik steek mijn hand op en krijg een microfoon in handen gedrukt. Vinden de broers heimelijk – of misschien niet eens zo heimelijk – dat hun films voor zichzelf spreken en dat ze er niets aan toe te voegen hebben? De woorden komen er hakkelend uit en de gespreksleider vraagt bezorgd: "Hebben jullie die vraag begrepen?" Gelukkig blijkt Ethan Coen de vraag te snappen: "We houden ons bezig met het verzinnen van verhalen, het maken van films. Dat is één ding. Er na afloop op een beredeneerde manier over praten is iets heel anders. Waarschijnlijk hebben we er geen andere woorden voor dan de woorden die we al gebruikt hebben. Dus als we de indruk wekken schuchter of vaag te zijn bij het beantwoorden van vragen, komt dat omdat we weinig anders te zeggen hebben."

Een andere journalist informeert of de broers welbewust donkere films afwisselen met luchtiger kost. Het antwoord is ontkennend. Joel Coen: "We zijn vaak met meerdere projecten tegelijk bezig. Dat deze film gemaakt is na No Country for Old Men is eigenlijk toeval. Het had ook andersom kunnen zijn." Ethan vult aan: "Wij denken eigenlijk nooit in termen van zwaar of luchtig."

Weepie
De critici in Toronto doen dat wél en hebben weinig goede woorden over voor Burn After Reading. Maar de film zal gezien de deelname van George Clooney en Brad Pitt niet al te veel last hebben van negatieve recensies. Voor veel andere films op het festival liggen de zaken anders. Daar gelden de eerste kritieken als een belangrijke graadmeter voor de ‘levenskansen’ van de film.

Voor Passchendaele, de openingsfilm van het festival, zijn de perspectieven weinig rooskleurig. Dit drama over Canadese soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft (als duurste Canadase film aller tijden) netjes de voorpagina’s van de kranten gehaald, maar van die opgewekte toon is niets terug te vinden in de kritieken. Een “weepie“, concludeert Screen International misprijzend.

Dit vakblad publiceert een eigen graadmeter van het festival door dagelijks een overzicht van de waardering van films door een handvol critici te publiceren. Getuige dat lijstje zijn The Hurt Locker en Rachel Getting Married dit jaar favoriet. Andere films die de nodige ‘buzz’ genereren, zijn de documentaire It Might Get Loud (over de gitaristen Jimmy Page, The Edge en Jack White) en Slumdog Millionaire.

Danny Boyle slaagt er in deze film in dramatische onderwerpen op een verrassend lichtvoetige manier in beeld te brengen. Slumdog Millionaire gaat over een jongeman uit een Indiase sloppenwijk die een onwaarschijnlijk bedrag bij elkaar verdient als deelnemer van een televisiequiz. Tijdens de persvoorstelling kreeg de film twee keer (!) applaus. De tweede keer na afloop van de (hilarische) aftiteling. Ook Rocknrolla van Guy Ritchie werd enthousiast ontvangen.

Rechterborst
Op straat wordt ik zelfs over deze film aangesproken door een groepje vrouwen. Weet ik misschien iets over hoofdrolspeler Gerard Butler? Is hij aanwezig? En zo ja: waar? Het blijkt een afvaardiging van de Gerard Butler-fanclub: zeven vrouwen – dertigers en veertigers – die vanuit Chicago en Minnesota enkele dagen naar Toronto zijn gekomen met een overzichtelijke agenda: ze willen Gerard zien en hem een cadeau overhandigen.

Eén van de dames ontbloot haar rechterborst en toont een tatoeage van Gerard. Een andere vrouw vertelt met een zweem van ongeloof dat Butler in Schotland (zijn geboorteland) ongehinderd over straat kan lopen. De andere vrouwen schudden – welhaast meewarig – het hoofd over zoveel onwetendheid. De dames informeren waar ze het best kunnen posten om Butler – en andere sterren – te zien. Ik adviseer het Intercontinental Hotel: de plaats waar de meeste interviews plaatsvinden.

Schok
Zelf spreek ik daar een paar dagen later Jim Sturgess, hoofdrolspeler van de thriller Fifty Dead Men Walking. Sturgess kan het hotel (nog) in en uit lopen zonder herkend te worden door de stargazers die bij de ingang staan. Wellicht komt daar binnenkort verandering in. Sturgess heeft namelijk alles in zich om uit te groeien tot een ster.

In Fifty Dead Men Walking speelt hij een ijzersterke rol als een Noord-Ierse kruimeldief die lid wordt van de IRA maar tegelijkertijd informatie doorspeelt aan de Britse inlichtingendienst. Sturgess: "Het is een jongen die zich zonder na te denken in een hachelijk avontuur stort omdat hem een auto is beloofd. Als hij als informant eenmaal de eerste stappen heeft gezet, is er geen weg meer terug."

De film is gebaseerd op de (waargebeurde) lotgevallen van Martin McGartland. De schrijver toonde zich aanvankelijk verontwaardigd over de manier waarop ‘zijn’ verhaal was bewerkt en (dus) verdraaid. Inmiddels heeft Fifty Dead Men Walking enthousiaste recensies gekregen en is ook McGartland bijgedraaid. Regisseur Kari Skogland: "Ik begrijp dat wel. Het is tenslotte zíjn leven. Het moet een grote schok zijn om zoiets opeens met een groot publiek te delen."

Bij het verlaten van het Intercontinental Hotel stuit ik opnieuw op de dames van de Gerard Butler fanclub. Ze zijn in opperbeste stemming. Gisteren is het ze gelukt Gerard een cadeau te overhandigen. Eén van de dames heeft hem zelfs een zoen gegeven terwijl een andere dat historische moment heeft vastgelegd. "We zijn héél vroeg in de rij gaan staan en meteen naar voren gerend toen de deuren open gingen." Zo zaten ze in een ideale positie om Gerard aan te spreken. Op de vraag wat ze van Rocknrolla vonden hebben ze eigenlijk geen antwoord. "Weet je, we zaten zó dicht bij het scherm dat we de film eigenlijk niet zo goed hebben kunnen zien."