Barton Fink

Het lijden van de jonge Fink

Barton Fink

Een lichte ironie wil dat het fenomeen writer’s block door de jaren heen aanleiding is geweest voor allerlei interessante werken. Neem alleen al de films Synecdoche, New York en Adaptation van Charlie Kaufman, meer recent de game Alan Wake II en natuurlijk deze film van Joel en Ethan Coen.

Na Raising Arizona (1987) wilden Joel en Ethan Coen eind jaren tachtig terug naar het genre van de neo-noir. Maar het ging niet. Ze liepen vast in het scenario van wat uiteindelijk Miller’s Crossing zou worden omdat de plot zo ingewikkeld hadden gemaakt dat een writer’s block op de deur klopte.

Wat doet een mens dan? In drie weken tijd een ander scenario schrijven, over een writer’s block. Dat werd Barton Fink, speciaal geschreven met John Turturro in gedachten voor de titelrol. Die was toch al in de buurt, want Turturro zou Bernie Bernbaum spelen in Miller’s Crossing.

Barton Fink is een toneelschrijver in New York die niets liever zegt te willen dan met z’n toneelstukken de pijn van de ‘gewone man’ weg te nemen. Zodra mensen over de ‘gewone man’ beginnen, weet je waar ze zichzelf zien staan: bij de ongewone mannen, de uitzonderlijke mannen. Hoe dan ook, Fink wordt na een eerste succes naar Hollywood geroepen om voor studiobaas Jack Lipnick bij Capitol Pictures een worstelfilm te schrijven. De gang van het hotel waar hij verblijft doet onmiddellijk aan The Shining denken (ook een film over een writer’s block), maar dat weet Fink natuurlijk niet. Hij leeft in 1941. Toch dient de horror zich aan, in de persoon van de vriendelijke buurman Charlie Meadows, gespeeld door een massale John Goodman. Terwijl het zweterige behang op Finks hotelkamer van de muren zakt, draait hij steeds verder vast in het scenario.

Leven van de geest
De film mag geboren zijn uit een blokkade, hij werd het grootste succes van de Coens tot dan toe. In 1991 was het succes van Barton Fink op het filmfestival van Cannes – Gouden Palm, Beste Regisseur, Beste Acteur – zelfs aanleiding om de regels te veranderen. Een film mocht vanaf dat moment nog slechts twee van de belangrijkste prijzen winnen.

Barton Fink is niet alleen een verbeelding van writer’s block. Het is ook een film over hoe schrijvers in het studiosysteem behandeld worden en – in de marge – een film over achteloos antisemitisme. Het is ook een film over de eenzaamheid van het schrijven en narcistische zelfverheerlijking. “Ik wil iets schrijven wat echt voelt”, zegt Fink tegen Meadows als die weer eens ongevraagd Finks kamer binnenloopt. Dat Fink niks van worstelen weet is niet het probleem. Het probleem is dat hij niet echt geïnteresseerd is in anderen.

De Coens zeggen zulke dingen niet hardop, het wordt geïmpliceerd via Finks herhaaldelijk verwijzen naar de ‘gewone man’ en ‘het leven van de geest’ dat hij zelf zegt te leiden. Dat Meadows laat in de film moordend “ik zal je wel eens even dat leven van de geest laten zien” door de gangen schreeuwt, zegt genoeg over hoe de Coens daar tegenaan kijken. Hun hele oeuvre is zowat een sardonische grijns over hoe mensen vrijwel altijd door basale driften worden gemotiveerd. Met name door hebzucht.


Deze recensie verscheen in het kader van het retrospectief The Coen Brothers Complete in Eye Filmmuseum, Amsterdam, van 11 juli t/m 11 september 2024.