Matteo Garrone over Io capitano

'Je ziet aan hun ogen dat ze nooit in Europa zijn geweest'

Vlnr acteurs Seydou Sarr en Moustapha Fall en regisseur Matteo Garrone op de set van ‘Io capitano’. Foto: Greta de Lazzaris

Europese films over migranten spelen meestal in Europa. Daarom toont Matteo Garrone met Io capitano het onbekendere deel van de tocht: van Afrikaans thuis tot Europese grens. “Het tegenshot, zogezegd.”

In 2016 deelde de Italiaanse premier Matteo Renzi aan zijn collega-regeringsleiders bij de Europese Raad dvd’s uit van Gianfranco Rosi’s indrukwekkende migratiedocumentaire Fuocoammare, die in Berlijn de Gouden Beer had gewonnen. Want, zei Renzi tegen de Corriera della Sera: “Misschien kunnen we daarna op een andere manier over immigratie spreken.”

Een van de hoofdpersonen in Fuocoammare was dokter Pietro Bartolo, die op Lampedusa naar eigen zeggen al zo’n kwart miljoen immigranten had behandeld of, wanneer ze al waren overleden, dna-monsters had afgenomen voor eventuele identificatie.

Bartolo is tegenwoordig Europarlementariër en hielp daar een vertoning organiseren van Matteo Garrone’s Io capitano, Oscar-genomineerd en winnaar van de prijs voor beste regie op het filmfestival van Venetië. The Hollywood Reporter meldde dat buiten de stampvolle zaal nog vierhonderd mensen stonden te dringen. Bartolo noemde Io capitano een “meesterwerk”, dat eindelijk “migratie toont vanuit het perspectief van de migrant, niet dat van ons.”

Wie ziet hoe de huidige radicaal-rechtse Italiaanse premier Giorgia Meloni over migratie spreekt, kan denken dat Renzi’s actie destijds voor niets is geweest. Maar het is goed te beseffen dat mensen zoals Bartolo ondertussen blijven strijden voor een menselijk migratiebeleid. En dat cinema hierin een rol speelt.

Want de meeste Europese films over migratie spelen zich inderdaad af in Europa, of aan de grens ervan. Denk aan Terraferma (2011), Those Who Feel the Fire Burning (2014) of Agnieszka Hollands Green Border (2023), winnaar van de publieksprijs op het IFFR, die nota bene een dag voor Io capitano in Venetië in première was gegaan.

Ook Rosi had eigenlijk in Afrika willen filmen, vertelde hij me in 2016: “Mijn plan was om eerst Lampedusa te filmen, dan de zee, dan Libië en dan door naar Niger.” De omgekeerde migratieroute dus. Maar nadat hij op de Middellandse Zee een boot vol doden had vastgelegd, stopte hij. “Iets in mij is gestorven toen ik die tragedie filmde. Ik kon de camera daarna niet meer oppakken.”

Begrijpelijk. Maar des te beter dat Garrone zich over het Afrikaanse deel van de tocht ontfermde. Want vanuit het Europese perspectief vergeet je gemakkelijk dat elke immigrant ook een emigrant is. En dat heeft een ontmenselijkend effect. Alsof ze pas halverwege de Middellandse Zee uit het niets ontstaan, zonder afkomst, zonder geschiedenis, zonder andere identiteit dan die van immigrant.

Io capitano

Odyssee
Ik sprak Garrone op het festival van Venetië. “In het Westen kennen we de beelden van boten op de Middellandse Zee. We kennen de reddingsoperaties, het tellen van overlevenden en doden. We zijn ze als statistieken gaan zien, niet als mensen”, zei hij. “Daarom wilden wij deze reis vanaf de andere kant vertellen.”

Hij baseerde zich op echte verhalen van migranten. Hij castte zijn hoofdpersonen ook ter plekke, in Senegal: tieners Seydou en Moustapha, die in Io capitano stiekem sparen voor hun reis naar Europa, via de woestijn en Libië. “We hebben wel castings gedaan in Frankrijk en Italië, maar we merkten dat we acteurs nodig hadden die nooit in Europa waren geweest. Dat kun je zien aan hun ogen – iets puurs, naïefs, dat je kwijtraakt als je eenmaal in Europa bent.”

Zijn acteurs beschermden hem ook tegen stereotypering. “Ik heb dat zo vaak gezien bij buitenlandse regisseurs die in Italië kwamen filmen. Daarom heb ik de opnames op de monitor steeds samen met de acteurs bekeken. Zij moesten het herkenbaar en levensecht vinden.”

Met grootse woestijnbeelden en een emotionerende score mikt Garrone op een breed publiek. En met de klassieke vorm van een odyssee – zij het een gruwelijke odyssee, met afpersing, sterfgevallen en martelkamers.

Seydou’s alleenstaande moeder verbiedt hem dan ook om te gaan en ook een andere geraadpleegde volwassene verklaart hen voor gek: de reis is levensgevaarlijk. Bovendien lijkt Seydou’s droom om in Europa een populaire rapper te worden hogelijk naïef. “Dat zat eerst ook niet in het script”, merkt Garrone op. “Dat heb ik erin geschreven, omdat de acteur die droom zelf heeft en het zijn personage nog hartverwarmender maakt.”

Als casting een gouden greep – acteur Seydou Sarr is een onweerstaanbaar natuurtalent, die in Venetië werd gelauwerd als beste nieuwe acteur. Je begrijpt waarom deze swingende charmeur meer uit het leven wil halen. Dat hij een economische migrant is, niet op de vlucht voor oorlog of honger, vergemakkelijkt bovendien de identificatie – Seydou’s verlangens zijn moeiteloos herkenbaar. Tegelijk zul je zelfs aan linkerzijde weinig politici vinden die mensen zoals Seydou onbegrensd tot Europa willen toelaten, waardoor Garrone’s verhaal ook moedeloos stemt: al die moeite, pijn en tegenslag onderweg, met nauwelijks kans op succes.

Maar vooralsnog lijkt dat kijkers niet af te schrikken. Online publiekspeilingen suggereren dat het Garrone gelukt is kijkers mee te krijgen op reis met een individuele migrant – iemand met een thuis, een afkomst en een droom. Want het grootste onrecht, stelt Garrone terecht, vormen de scheve verhoudingen. “Het gaat fundamenteel over rechtvaardigheid. Het feit dat deze mensen, om te kunnen reizen, op zoek naar betere of simpelweg andere mogelijkheden, hun leven moeten riskeren, terwijl hun leeftijdsgenoten uit Europa probleemloos naar Afrika op vakantie kunnen.”