De toetsstenen van Poor Things

Schaamteloos seksuele socialist

Poor Things

Bella, hoofdpersoon van Poor Things, is een culminatie van culturele rolmodellen. Net als Barbie, het Monster van Frankenstein, Wonder Woman en Lilith bekijkt ze het patriar­chaat met onbeschaamde blik – en dan blijft er al snel weinig van over.

Bij de première in Venetië, waar Poor Things terecht de Gouden Leeuw won, noemde collega Joost Broeren-Huitenga de heerlijk retrofuturistische film ‘steampunk-Barbie’. En inderdaad ligt een vergelijking van de twee intelligente feministische publiekstrekkers voor de hand. Zeker nu ze hand in hand in de rij staan voor de Oscars.

Maar er zijn meer vrouwelijke toetsstenen voor Bella, de hoofdpersoon van Poor Things. Vrouwen die zich hebben onttrokken aan socialisatie door het patriarchaat. Vrouwen die schaamteloos zijn, doordat ze schaamte nooit geleerd hebben. Vrouwen die allemaal zijn gemaakt, niet gebaard, om zo vanaf nul te beginnen. Vrouwen die opgroeien in een paradijs, maar daar weg willen. En die, geconfronteerd met het patriarchaat, zo oprecht verbaasd zijn en zulke logische vragen stellen over waarom ze dit of dat dan wel of niet zouden mogen of moeten, dat de mannelijke vertegenwoordigers ervan al gauw met de mond vol tanden staan.

Let op: hier volgen lichte spoilers, want anders gaat het niet.

Monster van Frankenstein
Mary Shelley’s Frankenstein is een erkende invloed op Poor Things. Wetenschapper Godwin Baxter (Willem Dafoe) – ‘God’, zoals Bella hem liefkozend noemt – creëert Bella (Emma Stone) met het lichaam van een volwassen vrouw en de hersenen van een baby. Maar waar dokter Frankenstein zijn mannelijke creatie vooral groot en sterk maakte, vernoemt ‘God’ zijn vrouwelijk creatuur naar haar schoonheid: elk schepsel de toegewezen rol. Met hulp van zijn strenge vrouwelijke assistent Prim (Vicki Pepperdine) – want het patriarchaat wordt niet alleen door mannen in stand gehouden.

Frankensteins Monster werd door maker en maatschappij als afzichtelijk verstoten. Maar Godwin Baxter wil Bella juist bij zich houden in zijn paradijselijke huis, waar het “entertaining and safe” is – en wanneer Bella dat schreeuwend en stampvoetend niet langer accepteert, blijkt met haar schoonheid de maatschappij prima toegankelijk.

Toch zijn de overeenkomsten belangrijker dan de verschillen: allebei deze creaties onttrekken zich aan hun maker en eisen hun zelfstandigheid op. En allebei leren ze razendsnel bij – in het boek Frankenstein leert ook het Monster uitstekend spreken. Het is dat razendsnelle leren waardoor het patriarchaat nauwelijks vat heeft op Bella: de jarenlange indoctrinatie waarmee kinderen wordt bijgebracht waarvoor ze zich allemaal horen te schamen, slaat zij over. Zodat ze met een onbeschaamde blik de wereld tegemoet treedt.

Maar wacht, Frankensteins Monster was mannelijk. Ja, maar hij eiste van zijn maker een vrouwelijke kompaan – Victor Frankenstein begon daaraan, maar werd zo bang dat ze zich zouden vermenigvuldigen dat hij die vrouwelijke creatie weer vernietigde. Zo gaat Poor Things verder waar Shelley ophield.

Barbie
Ook Barbie is gecreëerd als volwassen vrouw in een geïdealiseerde omgeving – en ook voor Barbie is, in de gelijknamige film, de confrontatie met de wereld daarbuiten vaak schokkend. Vanwege het patriarchaat, maar ook vanwege het kapitalisme, waarvan zij een product blijkt.

Bella stort huilend ineen als ze tijdens een weelderige cruise voor het eerst wordt geconfronteerd met mensen in diepe armoede. In haar nog naïeve wereldbeeld denkt ze te kunnen helpen met een stapel bankbiljetten. De cynische medereiziger Harry Astley (Jerrod Carmichael) vertelt haar dat dat zinloos is en dat die arme mensen bovendien, als de rollen omgedraaid zouden zijn, ook niks voor hen zouden doen.

Bella vindt Harry’s levensfilosofie interessant – en citeert de cynicus Diogenes wanneer iemand in haar licht staat – maar niet overtuigend. Ze heeft meer aan bordeelhouder Swiney (Kathryn Hunter), die van alle personages in Poor Things moreel het meest ambigu is. Je kunt haar ‘politiek realistisch’ noemen: het kapitalisme is er nu eenmaal, geld is een noodzaak en binnen dat systeem probeer je iets van zelfstandigheid te bewaren. Swiney is afwisselend wreed en behulpzaam – en gefascineerd door Bella’s schijnbaar onbreekbare geloof in een betere wereld.

Wonder Woman
Over dat bordeel gesproken. Het grootste verschil met de seksloze Barbie is dat Bella ongegeneerd wordt gedreven door lust. Het is ook met seks dat Bella in eerste instantie uit Godwins huis wordt gelokt, door het onbetrouwbare sujet Duncan Wedderburn (Mark Ruffalo). Ze ontdekt dat niet alleen seks hebben, maar zelfs erover praten in de meeste situaties taboe is.

In Wonder Woman (2017) zit een scène waarin de titelheld, die pas net haar patriarchloze eiland met louter amazones heeft verlaten, niet begrijpt waarom haar mannelijke reisgenoot ’s nachts niet naast haar kan slapen. Uit het gesprek dat volgt blijkt dat Wonder Woman (gekneed uit klei en tot leven gewekt door haar bliksemse vader Zeus) het concept ‘huwelijk’ niet kent en ook geen seksuele eufemismen: als hij het heeft over ‘slapen met een vrouw’, denkt ze dat hij hetzelfde bedoelt als zij: slapen. Als hij haar die dingen stamelend probeert uit te leggen en zij ‘waarom?’ blijft vragen, komt hij al snel op het punt waarop hij ‘ik weet het niet’ moet zeggen. En dan toch maar naast haar komt liggen. Want ja: waarom niet?

Net als Wonder Woman heeft Bella de seksuele normen van het patriarchaat niet geïnternaliseerd en vraagt ze bij alles ‘waarom?’. En net als Wonder Woman luistert ze oprecht geïnteresseerd naar het antwoord – om vervolgens een beslissing te nemen volgens haar eigen waarden.

Zo heeft Bella, als ze in Parijs platzak is, geen bezwaar tegen werken als sekswerker. Ze houdt van seks, leert over allerlei seksuele voorkeuren en verdient daar geld mee. Maar ook hier blijft ze ‘waarom?’ vragen – want waarom mag alleen de klant kiezen, maar niet de sekswerkers zelf? “Het is voor u toch ook fijner als u weet dat die ander u wil?” Om later tot haar verbazing te leren dat sommige mannen die tegenzin juist opwindend vinden.

Al kan ze deze wereld dus niet volledig naar haar hand zetten, ze geeft haar idealen niet op. Door voorafgaand aan de seks de mannen iets persoonlijks te vragen en ze aan het lachen te maken, creëert ze toch iets van intimiteit – wat de seks zo te zien voor beide partijen beter maakt. En doordat haar collega en geliefde Toinette (Suzy Bemba), die haar op weg helpt in het sekswerk, haar meeneemt naar socialistische bijeenkomsten, wordt ook Bella’s politieke idealisme concreter. Seksuele autonomie en socialisme gaan hier hand in hand. “Wij zijn onze eigen productiemiddelen!”, roept Bella trots tegen Duncan, als die haar met het woord “hoer” tevergeefs probeert te beledigen.

Lilith
Als Duncan eenmaal waanzinnig is geworden door haar nieuwsgierige ondermijning van zijn mannelijke zelfbeeld, scheldt hij Bella uit voor “Monster! Hoer! Demon!” ‘Monster’: zie boven. ‘Hoer’: check. Maar hoezo ‘demon’?

In Joodse mythologie was Lilith de eerste vrouw van Adam. Net als Adam was zij door God uit klei gekneed. Aangezien ze dus gelijkwaardig was, wilde ze bij seks bovenop kunnen zitten. Toen dat in het patriarchaal paradijs verboden bleek, vertrok ze. Waarna God als vervanger Eva schiep – dit keer uit Adams rib, dus deel van hem, dus ondergeschikt.

Een oervrouw met onbeschaamde seksualiteit die zich door het patriarchaat niks laat zeggen – in Poor Things vertegenwoordigt Martha Von Kurtzroc (Hanna Schygulla) die autonomie. Zij geeft Bella boeken en steunt haar idealisme. Je moet Goethe lezen, zegt ze tegen Bella. Ze noemt geen titel, maar Goethe’s beroemdste boek Faust gaat over een wetenschapper die morele grenzen overschrijdt door voor ‘God’ te spelen. Check. En laat in Faust nu toevallig ook het vroegste literaire optreden van Lilith zitten.

Lilith staat bekend om haar lange, ongekamde haren – die heeft Bella ook, tegen de mode in; ze groeien zelfs bovengemiddeld snel, wordt aan het begin vastgesteld. De eerste keer dat we Bella seks zien hebben, zit ze bovenop Duncan – net als Lilith zou doen. En Lilith stond, na haar vertrek uit het paradijs, bekend als een demonisch gevaar voor pasgeboren kinderen. En wat zegt Bella, als op de achtergrond een hummel huilt? “Ik moet even die baby stompen.” En later concludeert ze, opnieuw zonder gêne: “Ik heb bij mezelf niet echt een moederinstinct ontdekt.” En dan is er nog het feit dat haar ‘God’, na Bella’s vertrek uit zijn paradijselijk paleis, een tweede vrouw schept – eentje die trager socialiseert en dus beter beheersbaar is.

Ik weet niet of Lilith, die door feministen allang is omarmd als rolmodel, daadwerkelijk een inspiratiebron was voor regisseur Yorgos Lanthimos en scenarist Tony McNamara. In elk geval rijmen al deze vrouwelijke figuren met elkaar: allemaal vonden ze een manier om de indoctrinatie door het patriarchaat te omzeilen. Doordat ze in hun eigen, afgezonderde wereld leven (zoals Barbie en Wonder Woman), doordat ze zich buiten onze wereld plaatsen (zoals Lilith) of doordat ze in onze wereld de socialisatiefase hebben overgeslagen (zoals Frankensteins Monster en Bella).

Maar waar dat Monster uiteindelijk verdwijnt op de Noordpool, Lilith voor eeuwig rondwaart in een demonische dimensie en Barbie en Wonder Woman hun eigen thuiswerelden hebben, eist Bella, als de culminatie van al deze bewuste en onbewuste invloeden, als enige in onze wereld haar plaats op, als plaatsvervanger van ‘God’ op aarde. Samen met medewetenschapper Max (Ramy Youssef), de enige man die onverkort haar autonomie erkent. En daarmee ook de enige man die tevreden is met zijn lot.

Al die andere mannen, die met alle macht het patriarchaat in stand houden, willen maar niet doorhebben dat ze natuurlijk ook zichzelf onderdrukken. Arme zielen.