Soundtracks
De ultieme verleider
Wilde mossels
Soms hoor je in de bioscoop wel eens mooi popliedje. Maar hoe komt dat liedje daar? En hoeveel kost het om dat liedje te mogen gebruiken? Een rondgang langs vijf Nederlandse regisseurs over het belang van popmuziek in hun films, naar aanleiding van de Vakprijs Filmmuziek die in Utrecht wordt uitgereikt. “Het samenstellen van de ideale soundtrack is vooral een kwestie van doorzettingsvermogen.”
Kent u dat gevoel? Je zit in de bioscoop naar een slaapverwekkende film te kijken en opeens komt er een liedje voorbij waarvan je spontaan goede zin krijgt. De film wint je aandacht terug, al is het maar voor even, en na afloop denk je: “Wat een goede nummers maakte T-Rex toch. Straks thuis die verzamel-cd nog eens opzetten.”
Bij geliefde films als Magnolia of In the Mood for Love ligt het anders. Daarvan wil je ogenblikkelijk de soundtrack aanschaffen, niet alleen omdat de muziek zo mooi is, maar ook omdat het de zalige sfeer van de film in herinnering brengt.
In Nederland is in tegenstelling tot Amerika niet echt een markt voor soundtracks. Dat heeft om te beginnen een praktische reden. Nederlanders kopen graag compilaties (Alle 13 goed, Baja Beach Party 7). In Amerika sloeg dat ‘format’ tot voor kort niet aan. Soundtracks fungeren nog steeds als (hits)compilaties en zijn zowel voor film- als platenmaatschappijen van groot belang, reden waarom de synergie tussen de twee branches veel verder is doorgevoerd dan hier. In Nederland hechten platenmaatschappijen over het algemeen minder waarde aan soundtracks, zeker aan die van eigen bodem. Een van de indirecte gevolgen is dat het voor Nederlandse regisseurs niet makkelijk is om de muziek van hun keuze in een film te gebruiken.
In Nederland was er de afgelopen jaren één met popliedjes gevulde soundtrack die eruit sprong: Wilde mossels, met muziek van ‘Nuff Said, The Popes en Nashville Pussy. Een tweede belangrijk album is Costa! Latin Dance Party, een cd die officieel als compilatie te boek staat, maar in feite als soundtrack bij de film fungeert.
Ook in andere films van eigen bodem zit muziek. In Ik ook van jou werden nummers gebruikt van de populaire Duitse rockgroep Guano Apes. Over de eindcredits van Lek hoor je het nummer ‘To All Planets’ van Dilana Smith, dat ook op single werd uitgebracht, maar net geen hit werd. In de Amerikaanse productie met Nederlandse inbreng The Hollywood Sign komt tot drie keer toe het nummer ‘Jewel of Cool’ van Michou voorbij, waarvan de eerste regel (“Welcome to Silicon Valley“) de film gelijk in juiste geografische context plaatst.
California Dreaming
Er wordt zeker nagedacht over het gebruik van popmuziek in Nederlandse films. De belangrijkste reden om vervolgens van dat gebruik af te zien, heeft te maken met geld. De filmrechten op popliedjes zijn vaak zo duur dat het qua budget onhaalbaar is.
Nanouk Leopold wilde graag het nummer ‘More’ van sixties zanger Bobby Darin gebruiken in haar debuutfilm Îles flottantes. Ze had het scenario zelfs geschreven met dat nummer in gedachten en wilde het niet alleen aan het begin en het eind van de film gebruiken, maar ook tijdens een verkrachtingsscène in het midden van de film. “Ik was geïnspireerd door het gebruik van ‘California Dreaming’ van The Mama’s and The Papa’s in Chungking Express van Wong Kar-wai.” De erfgenamen van de zanger vroegen echter vierhonderdduizend gulden, waarna Leopold afhaakte. “Op een budget van 1.2 miljoen is zo’n bedrag niet op te brengen.”

Martin Koolhoven overkwam iets dergelijks met zijn nieuwe film De grot. Hij had zijn zinnen gezet op het nummer ‘Sausolito’s Way’ (een Amerikaanse hit van de Nederlandse rockgroep Diesel), maar ook in zijn geval bleken de kosten die het gebruik met zich mee zou brengen een onoverkomelijk obstakel.
Los daarvan is het in de jungle van de muziekuitgeverijenwereld lang niet altijd duidelijk wie precies de rechten op bepaalde nummers bezit. Koolhoven: “Voor mijn gevoel heb ik weinig hulp gehad van Buma/Stemra. Van sommige nummers die ik zocht, konden ze me na een half jaar nog niet vertellen wie ze bezat.”
Erik de Bruyn zette niettemin alles op alles om voor zijn film Wilde mossels de ideale soundtrack bij elkaar te krijgen. Het lukte. De vele maanden tijd die hij eraan besteedde, nam hij voor lief: “In mijn ogen wordt het argument ’te duur’ vaak door filmmaatschappijen gebruikt om zich er makkelijk van af te maken. De perfecte soundtrack bij elkaar krijgen is een kwestie van doorzettingsvermogen. Als je The Rolling Stones of Michael Jackson wilt gebruiken, kost dat inderdaad een vermogen. Maar de popgeschiedenis zit vol briljante nummers van net iets minder bekende artiesten, die je ook kunt gebruiken.”
De Bruyn weet wat een popliedje waard is. “Als je dertig seconden van een bestaande popsong wilt gebruiken, kost dat in de regel tussen de tien- en vijftienduizend gulden. Wil je een minuut dan verdubbelt die prijs zich. En zo verder. De firma’s die de rechten op de nummers bezitten, vragen vaak meer geld dan redelijk is, maar dat is een kwestie van onderhandelen. Het moeilijkste is inderdaad om er achter te komen wie de rechten op bepaalde popliedjes precies bezit, vooral als het om oude nummers gaat waarbij niemand meer precies weet hoe het zit. Ik heb nachtenlang over het internet gesurfd en sporen gevolgd van Amerika via Australië naar Engeland. Het was het waard.”
Toen Koolhoven zijn geprezen tv-film Suzy Q maakte, lag de zaak anders. “Omroepen betalen elk jaar een vast bedrag aan rechten en dan kun je bijna alles gebruiken wat je wilt. Alleen een act als The Beatles blijft altijd een probleem. Bij Suzy Q heb ik me kunnen uitleven. Het verhaal gaat over een meisje dat verliefd is op Mick Jagger. Ik heb heel veel nummers gebruikt, waardoor het een echte muziekfilm is geworden.”
Lover or Friend
De ideale soundtrack kan per film verschillen: wat voor Wilde mossels werkt, werkt niet bij Costa! Toch kun je op de Costa! Latin & Dance Party het predikaat ‘ideaal’ plakken, aangezien de muziek niet alleen perfect op de film aansluit, maar ook een marketingwonder is. In de film zorgen songfestivalliedjes, hits van eigen bodem en door de cast gezongen liedjes voor herkenning. Op cd worden die aangevuld met nummers van buitenlandse sterren als Jennifer Lopez en Destiny’s Child, die niks met de film te maken hebben, maar er wel goed bij passen.
Terwijl sommige regisseurs klagen over het gebrek aan medewerking van platenmaatschappijen bij het samenstellen van een soundtrack, vertelt Costa!-regisseur Johan Nijenhuis dat hij van Sony Music alle hulp heeft gekregen die hij nodig had. “Dat deden ze omdat ze zagen dat Costa! een heldere doelgroep had. Sony heeft een gigantische catalogus en daar hebben wij uit kunnen putten.” De cd staat officieel te boek als een compilatie en niet als een filmsoundtrack. “Dat is goedkoper. Het kostte nog steeds veel geld, maar anders zou het alsnog onbetaalbaar zijn geweest.”
De drieëndertig tracks zijn zo aan elkaar gemixt dat het klinkt als een ononderbroken feestje. Nijenhuis: “Met zo’n cd sta je bij de Free Record Shop prominent in de displays. Zo worden alle bezoekers nog eens aan Costa! herinnerd.” Het concept werkte. “De laatste keer dat ik checkte waren er 38 duizend verkocht, nog tweeduizend erbij en het is een gouden plaat.” En dan waren er nog de hitsingles van Katja Schuurman (‘Lover or Friend’) en Georgina Verbaan (‘Ritmo’). Het hielp allemaal mee om bijna een miljoen mensen naar de bioscoop te lokken.

Jean van de Velde maakte ten tijde van All Stars iets vergelijkbaars mee toen de single ‘Toen ik jou zag’ van Hero (Antonie Kamerling) vijf weken op de bovenste plaats van de hitparade stond. “Pas toen begon de film echt goed te lopen in de bioscoop, dus dat was mooi meegenomen. Toch zou ik nooit nummers gebruiken die niet in de film passen, alleen maar om een hit te scoren. Ik zou het me ook niet laten opdringen door een platen- of filmmaatschappij. Ik ben in de eerste plaats filmmaker.”
Binnen het kader van de film vindt Van de Velde het echter geen probleem muziek te gebruiken om de kijker in emotioneel opzicht over een eventueel dood punt heen te trekken. “Muziek is de ultieme verleider. Het komt vaak genoeg voor dat je in de montage zit en dat je denkt: oh, hoe komen we door deze scène heen? Maar zet er een mooi stuk muziek onder en er is niks aan de hand: de scène werkt.”
Mississippi
Nanouk Leopold maakte het tegenovergestelde mee bij Îles flottantes. Dat er geen geld was voor Bobby Darin bleek achteraf geen ramp. “Het liedje heeft me heel erg geholpen tijdens het schrijven, maar op een gegeven moment besefte ik dat ik het niet meer nodig had. De muziek zou te overheersend zijn geworden en de film te vol.”
Leopold denkt dat met haar volgende film hetzelfde kan gebeuren. “Ik luister de hele dag naar muziek, van Bach tot zigeunerliedjes en de soundtrack van In The Mood for Love. Ik gebruik het om in een bepaalde stemming te komen en als vormgevend principe. Een film moet net zo’n gefundeerde structuur hebben als een goed stuk muziek. Ik wil mijn film componeren alsof het een concert van anderhalf uur is. Maar ik denk niet dat de muziek die me inspireert ook daadwerkelijk in de film terecht zal komen, dat zou dubbelop zijn.”

Een nieuwe Nederlandse film die in commercieel opzicht wellicht had kunnen profiteren van een uitgekiende selectie Nederrockhits uit de jaren zeventig is De grot. Martin Koolhoven vertelt dat hij met dat idee heeft gespeeld, maar er vanaf zag, “omdat er te weinig plekken in de film zaten waar ruimte voor popmuziek was. Het lijkt misschien of de hele film zich in de jaren zeventig afspeelt, maar dat is niet zo. Er zitten nu twee bestaande popliedjes in, ‘Mississippi’ van Pussycat en ‘I Chase the Devil’ van Max Romeo.”
Koolhoven had graag het eerder genoemde Diesel-nummer gebruikt, maar net als Van de Velde vindt hij het geen onoverkomelijk bezwaar als dat om enige reden niet lukt. “Als je de ideale muziek niet vindt, dan zoek je een alternatief, of maak je er desnoods zelf een. Ik heb het geluk dat mijn vaste componist, Fons Merkies, daar heel goed in is.”
Voor Erik de Bruyn was dat echter geen optie. Hij stelde de uitbreng van zijn film zelfs een keer uit omdat hij nog niet tevreden was over de soundtrack. Hoewel de meeste nummers op de Wilde mossels-cd uit de hoek van de alternatieve, niet-commerciële popmuziek komen, had Erik de Bruyn het prima gevonden als er een hit op had gestaan. En als hij denkt dat het helpt, benadert hij een artiest gewoon zelf. “Ik heb in een vroeg stadium Anouk gepolst of ze een nummer wilde zingen. Het is er niet van gekomen, maar niet geschoten is altijd mis. Zolang er een connectie is tussen muziek en film is het alleen maar meegenomen als je een liedje hebt dat toegankelijk genoeg is om in de hitparade terecht te komen. Het nummer van ‘Nuff Said was dat niet, hoewel de single wel op de radio is gedraaid en de clip op tv is vertoond, waardoor je toch weer meer mensen bereikt. Achteraf heb ik mezelf wel eens afgevraagd of ik nog meer had kunnen doen, maar nee, ik heb er alles uitgehaald wat erin zat.”