Corona: the movies

We Are in This Apart

Een van de eerste door Corona getroffen filmfestivals, het filmfestival van Thessaloniki, vroeg Griekse en internationaal gerenommeerde regisseurs ieder met een korte film te reflecteren op de huidige crisis. De op YouTube verschenen resultaten verraden dat het in veel gevallen nog te vroeg was voor een uitspraak. Niet overal de meest fascinerende cinema, wel de nu nodige.

Het filmfestival van Berlijn mocht zichzelf dit jaar qua timing op de schouder kloppen. Terwijl het internationaal vermaarde festival op z’n einde liep, sloeg het Coronavirus om zich heen en volgden de eerste annuleringen van andere filmfestivals in Europa. Een van de eerste die aan de noodrem trok was het Thessaloniki Documentaire Festival (niet te verwarren met het niet specifiek op documentaire toegespitste equivalent van hetzelfde festival, jaarlijks in het najaar). Op 2 maart, drie dagen voor de aftrap en een dag nadat het festival van Berlijn was afgelopen, stuurde de organisatie een persbericht rond over een voorlopig uitstel. Er werd gekeken naar de mogelijkheid het te verplaatsen naar mei of juni.

Inmiddels weten we dat mei en juni er ook niet inzit. Het festival van Thessaloniki is verhuisd, naar de plek die nog wel veilig is: online. Van 19 t/m 28 mei vindt het plaats voor Griekse internetgebruikers. Een mooie mazzel voor wie zich daar bevindt, want de geprogrammeerde documentaires zijn gratis te zien met een maximum van 400 bezichtigingen per titel. Maar dat is niet het enige mooie gebaar van het festival. Met nagenoeg de hele wereld in lockdown, benaderde het ruim twintig Griekse en internationale regisseurs met een dogma-achtig verzoek. De regels luidden als volgt:

Maak een film van circa drie minuten, vanuit huis om onze nieuwe realiteit te becommentariëren.
Gebruik deze omgeving, de aanwezige mensen en dieren in deze ruimte.
Het enige ‘buiten’ dat gebruikt mag worden moet onderdeel van het leefgedeelte zijn. Denk aan een terras, tuin, balkon, trappenhuis.
Titel van dit project is Species of Spaces naar het boek van Georges Perec (in het Nederlands vertaald als Ruimten rondom – AZ). Het boek mag bovendien als inspiratie dienen.

De uitkomst van dit project, werd vanaf begin april in drie lichtingen, met telkens circa twee weken tussentijd, online gezet op het YouTube-kanaal van het festival. Spaces #1 bestaat uit acht films van Griekse regisseurs die het afgelopen najaar een film in de Griekse competitie hadden draaien op het festival. De volgende twee, Spaces #2 en #3, bevatten elk zeven films van internationaal gerenommeerde regisseurs als de Roemeense Radu Jude (Aferim, 2015; I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians, 2018), Jia Zhang-ke (A Touch of Sin, 2013; Ash is the Purest White, 2018), de Hongaarse Gouden Beer winnaar Ildikó Enyedi (On Body and Soul, 2017) en Nanouk Leopold (Guernsey, 2005; Boven is het stil, 2013).

Te vers voor reflectie?

Wat met name opvalt sinds de eerste lichting op 3 april online is gezet, is het indalende besef dat uit de latere films blijkt en uit de eerste nog lijkt te missen. Dat heeft vermoedelijk te maken met het moment van inzenden dat mee heeft gespeeld bij het samenstellen van de drie verschillende ‘Spaces’, als drie verschillende bloemlezingen. Natuurlijk heeft het festival meteen willen inspelen op wat er wereldwijd gebeurt, meteen iets online willen zetten, maar je kan je afvragen of de eerste lichting niet een te vroege deadline voor de makers had. Waren de gebeurtenissen niet te vers om er al op te reflecteren?

Cleo and Her Daddy Make a Movie

Terugkerend in alle drie de Spaces zijn films waarin de thuissituatie wordt getoond en aan het opruimen wordt geslagen. Pogingen om grip te krijgen op de situatie, om het in kaart te brengen. Zo richten de vroeg in de Griekse lockdown gemaakte My Other Lives van Marianna Economou en My Photograph van Stavros Psillakis zich op het omhooghalen van herinneringen. Wat je tegenkomt tijdens het opruimen. Het eigen huis en eigen gedachten als plaats van soms dubieuze berusting; een goede vriend die soms te veel is nu we ertoe veroordeeld zijn.

In andere gevallen wordt de thuissituatie aangegrepen voor een registratie van de familie in huis, met name met een dankbare rol van eigen kinderen. Zo is de verveling toegeslagen in Cleo and her daddy make a movie van Stavros Pamballis, een film die precies doet wat de titel beloofd en waarin de dagen letterlijk worden geteld. Ook de bijdragen van de Turkse cineast Tarik Aktas (bekend van de festivalhit Dead Horse Nebula, 2018), de Palestijnse Annemarie Jacir (Wajib, 2017) en Radu Jude geven ons een dergelijk inkijkje in het gezinsleven.

Dat levert zeker niet de meest fascinerende cinema op, maar het is wel de meest eerlijke weergave van de situatie zoals die er voor veel mensen voorstaat. Daarin schuilt meteen ook de tendens van de meeste van deze films. Of sommige nu te vroeg zijn gemaakt voor echte reflectie of niet, het is juist deze eerlijkheid die zo op prijs is te stellen, die ook is te prijzen in de voorwaarden die het festival voor deze films stelde: film binnenshuis.

Films in dit project die op zoek gaan naar de grenzen binnen deze voorwaarden, die gebruik maken van (al dan niet eigen) op de plank liggend materiaal en normaal geroemd worden om het inventieve omzeilen van de regels, voelen in deze situatie aan als valsspelers.

Dat valsspelen komt hier niet over als creatieve vrijheid opzoeken, maar als de situatie niet vangen. Vluchtgedrag door de breedte in te gaan. De blik vanuit de ruimte van de Spaanse documentairemaker Victor Moreno (Hidden City, 2018) toont ons dan wel niet de zoveelste boekenkast die aan een opruimbeurt toe is, het toont ons ook niet de directe en tastbare spiegel waar we op dit behoefte aan hebben.

Filmisch gezelschap

Uitschieters naar boven heeft Spaces gelukkig ook. De echte uitblinkers zijn films die de werkelijkheid geen onrecht aandoen, maar die deze in een vorm weten te gieten en verder gaan dan registreren en overdenken. Het zijn films die de thuissituatie stileren om dichterbij het momentum te komen.

Zo is de meest geslaagde film die de verwarring toont aan de hand van ingrepen in eigen huis – ook een subcategorie die vaker terugkomt – van de Argentijn Mateo Bendesky (Los miembros de la familia; 2019). Zijn These Days zoekt vervreemding in het alledaagse; een bank die op zijn kant in de woonkamer staat, een alsmaar stromende kraan die zorgt dat de waskamer op het punt van overspoelen staat, een matras waar een brandende kaars in is gestoken.

Het eerste echte hoogtepunt is aan het eind van Spaces #2 te zien, Visit. De bijdrage van de Chinese Jia Zhang-ke, uit het land waar Corona al het langst speelt en er wellicht al enige reflectie op kan zijn. Zhang-ke omzeilt geen cliché. Hij zet de clichés juist duidelijk in. Zowel de mondkapjes, als de handgel. In zijn zwart-wit universum zijn de bloemen buiten in kleur, net als de zeep in de badkamer. Je zou er een aureooltje omheen kunnen denken.

Visit

De enige Nederlandse bijdrage komt van Nanouk Leopold, vriend van het Griekse festival dat in 2018 een retrospectief van haar werk samenstelde. Haar film Don’t Lose Heart – A Letter to Yorgos is een brief aan het programmahoofd van het festival, Yorgos Krassakopoulos. Op verticaal smart phone formaat gefilmd, 9:16, komt een yogamat in beeld, fruit, haar zoon… Het sluit aan bij de eerdergenoemde thuisportretten maar blinkt uit in de claustrofobische sfeer. Door het beeldformaat, maar ook doordat alles overkomt als uitgelicht met een zaklamp die in het donker schijnt. Een spookachtige film die en passant, zoals zo veel cinefielen nu oude films ‘inhalen’, een ode brengt aan het Tsjechische Intimate Lightning (Ivan Passer; 1965).

De meest treffende verbeelding komt van een andere Chinese maker, de Chinees-Canadese Yung Chang (Up the Yangtze, 2007). Zijn prachtige en komische We Are in This Apart oogt als een animatie, met simpele hulp van een Edvard Munch’s De schreeuw-achtig papier maché masker en een goed lege indoor mise-en-scène. Het toont een steeds meer lethargisch leven waarbij de wekker elke dag om 11 uur gaat, wc-papier opraakt en er op gezette tijden naar buiten wordt gestaard. Iedere dag dezelfde afgespeelde film, als een Groundhog Day (Harold Ramis; 1993) zonder franje. De routine van verveling waarin hooguit de scheten op de wc variatie aanbrengen door bleker te gaan klinken. En ook hier rijst weer die vraag die ook bij Jia Zhang-ke is te stellen: zijn de Chinese makers, meer dan de rest van de wereld, wellicht al eerder in staat de situatie in perspectief te stellen?

Het blijft een vraag voor de toekomst. Wellicht valt ook daar pas meer over te zeggen nadat er een vaccin is en we er in de verleden tijd over kunnen spreken. Tot het zover is moeten we het er zeker, ook in film, over hebben. De 22 films van Spaces vormen een mooi startschot voor ons gezamenlijke gesprek: een collectie soms knullige, dan weer intrigerende films die voor nu bovenal het gevoel van filmisch gezelschap uitstralen. Niet alles is gelukt, maar hé, daar ging het ook niet om.

Spaces #1, #2 en #3 zijn te zien via het YouTube-kanaal van het Thessaloniki Intermational Film Festival.