Jaaroverzicht 2013 – 26 september 2013

De Nederlandse film moet zich blootgeven

  • Datum 26-09-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Foto Angelique van Woerkom

Het komend Nederlands Film Festival maakt de balans op. Wat waren dé films van het afgelopen jaar? Recente Gouden Kalveren-jury’s focusten op artistieke merites en leken minder belang te hechten aan de films die al met Gouden Films en andere bezoekcijferprijzen werden bekroond. Maar hoe gaat dat in een jaar waarin de artistieke film bijna is weggesaneerd?

Door Dana Linssen

Als je het Nederlandse filmjaar 2012-2013 in één woord moet samenvatten dan is dat natuurlijk Borgman. De selectie van de achtste film van Alex van Warmerdam voor de competitie van het Filmfestival Cannes hielp ons in een keer van ons nationale trauma af. Na jarenlange stimuleringsmaatregelen voor de Nederlandse film (nu eens door de industrie te steunen, dan weer in deltaplannen vol talent te investeren) was eindelijk die 38 jaar durende ban doorbroken. Want, zo wist iedereen al jarenlang zeker, als we eenmaal een film in Cannes hebben, dan komt alles goed. Was dat ook niet zo gegaan met kleine filmlanden als Denemarken na Lars von Trier of Roemenië na Cristian Mungi, die na het succes van 4 maanden, 3 weken en 2 dagen (2007) een hele Roemeense new wave achter zich aan wist te slepen? Zo werkt het nou eenmaal. Het succes van een bepaalde regisseur straalt op de hele filmcultuur. Kijk maar naar de Belgen, die het dit jaar waagden te mopperen dat ze géén film in Cannes hadden.
Maar als dan inderdaad al die buitenlandse programmeurs en journalisten de blik richting Nederland draaien, wat is er dan dit jaar verder voor ze te zien? Allereerst gaan ze natuurlijk op zoek naar meer van hetzelfde. Wij mogen dan wel weten hoe uniek Alex van Warmerdam is, maar in de internationale filmwereld zoekt met liever houvast bij iets bekends.

Van Warmerdam-light
Diederik Ebbinge heeft geluk dat hij net dit jaar met Matterhorn (première op het International Film Festival Rotterdam) debuteerde, een soort Van Warmerdam-light over de onuitgesproken relatie tussen een vreemdeling en een streng-gereformeerde ouderling. Andere kinderen van Van Warmerdam waren bijvoorbeeld Michiel ten Horn met De ontmaagding van Eva van End (ook een IFFR-première) waarin een Duitse uitwisselingsstudent het leven van een pubermeisje op z’n kop zet, en Ari Deelders Toegetakeld door de liefde. Het thema van de indringer die de boel verstoort speelt ook een, zij het wat meer zijdelingse rol in IFFR-opener De wederopstanding van een klootzak, waarvoor de eveneens als speelfilmregisseur debuterende Guido van Driel zijn eigen strip Om mekaar in Dokkum bewerkte. Ook van Driel is een stijlvaste regisseur, die houdt van strakke kaders, of ze de horizon nu uit het lood tillen of niet, lineaalrechte Hollandse interieurs en droge dialogen die de banaliteit niet schuwen.

Vadermoord
Het zou interessant zijn om die Van Warderdamesque invloeden verder uit te zoeken. Misschien bepaalt juist wel deze eenling wat wij de identiteit van de Nederlandse film (willen) noemen. In elke culturele traditie verhouden voorgangers en opvolgers zich tot elkaar, en het is natuurlijk precies dat gebrek aan traditie en het daarbij behorende gevoel vadermoord te moeten plegen waardoor de Nederlandse film zo tot incidenten beperkt blijft. Overigens moet Alex van Warmerdam hier verder niet mee lastig worden gevallen en gewoon de kans krijgen om lekker films blijven maken.
Het meest zichtbare deel voor het mainstreamfilmpubliek zijn al die familiekomedies en kinderfilms die er elk jaar worden geproduceerd. Trendvolgende feelgood-films vol sterren en BN-ers, en die, of het nou Alleen maar nette mensen en Alles is familie, of Valentino en Verliefd op Ibiza zijn, in groot ensemble stoeien met de mores van de moderne samenleving. Zelfs een meer arty opgezette driehoeksrelatiefilm als &Me van A’dam en E.V.A.-regisseur Norbert ter Hall zal niemand voor het hoofd stoten. Er valt in al die films zelden een onvertogen woord. Elke traan wordt met een lach gedroogd, en of het nou vriendschap, familie of liefde is, alles is functioneel.
Het woord functioneel moet sowieso vallen in het jaaroverzicht 2012-2013. Niet alleen omdat het Nederlands Film Festival met het themaprogramma Naakt onder andere terugkijkt op wat tot op heden het grote schrikbeeld van de Nederlandse film is: namelijk functioneel naakt. Maar vooral omdat ruim veertig jaar nadat Paul Verhoeven, Pim de la Parra en Wim Verstappen die seksuele bevrijding niet tot artistieke verlossing heeft geleid, maar tot de gedachte dat alles functioneel moet zijn. Reuze calvinistische allemaal.

Outsiders
Dat maakt het voor makers die zich niet a priori willen conformeren aan de markt, of de smaak van het mainstream-publiek, of aan de filmwetten, omdat ze die willen omvormen, tarten, onderzoeken, inzetten om hun eigen verhalen te vertellen nog steeds niet makkelijk in Nederland. We hebben de afgelopen jaren gezien dat de Gouden Kalveren-jury’s van het Nederlands Film Festival vooral focusten op de artistieke merites van films, en zich minder gelegen lieten liggen aan allerlei Gouden Films en andere bezoekcijferprijzen. En zo hoort het natuurlijk ook. Maar hoe gaat dat in een jaar waarin de artistieke film bijna weggesaneerd lijkt?
De sterkste films komen ook dit jaar van de outsiders. Van Nanouk Leopold die met Boven is het stil het Panorama van het Filmfestival Berlijn mocht openen (en daar, wat zitten we toch over Cannes te zeuren, al jaar en dag vaste gast is). Van David Verbeek die al sinds jaar en dag steady aan het werk is, maar de wijde wereld als zijn speelveld ziet, en wiens How to Describe a Cloud sterk, ontroerend en inspirerend is, maar ook eigenlijk pas zijn eerste echte volwassen film. Wolf is net voor het festival in première gegaan, en is te prijzen om z’n nonconformisme, en tegelijkertijd om z’n behendig vertelde antiheldengeschiedenis. A Long Story gaat op het NFF in première en aansluitend in de filmtheaters draaien, een film die met Wolf als een van de weinigen dit jaar voorbij de witte wijken durft te kijken (want in Alleen maar nette mensen was dat toch een soort folklore). Je zou willen dat Nederlandse filmmakers wat vaker die veilige paden verlieten, zich wat vaker blootgaven. Wat vaker de indruk wekten films te maken om het leven te bezweren.
Sacha Polak doet dat met haar documentaire Nieuwe tieten. En Kees Brienen deed het met Dead Body Welcome. Films die niet gemaakt zijn om prijzen te winnen of een publiek te behagen, maar om de dood te overwinnen. Films uit noodzaak. Films van makers die zich daarin schaamteloos blootgeven. En juist daarom zouden ze prijzen verdienen, maar meer nog een publiek (of het nu de vrijdagavondse bioscoopgangers of de highbrow professionals zijn) dat zichzelf kwetsbaar genoeg durft op te stellen om die films te zien. Echt in de ogen te kijken. Met al hun rafels en rouwrandjes. Ook het Nederlandse filmpubliek mag wel eens wat meer uit z’n comfort zone komen.

Zie ook het Dossier Nederlands Film Festival met alle recensie en interview over de films die op het NFF te zien zijn op een rij.