Borgman

Pas op! Ze nemen de buurt over

Borgman

Het leven in een villawijk wordt lang­zamerhand overgenomen door een stelletje gedecideerd-beleefde vreemde­lingen. De strak gecomponeerde in­­drin­gers­thriller Borgman is, omdat er in Nederland maar één filmmaker is die dat compliment kan ontvangen, een echte Alex van Warmerdam.

Een hond blaft. Zo begint Borgman. Maar niet nadat er een Bijbels aandoende spreuk in beeld is geweest: ‘En zij daalden op de aarde neer om hun gelederen te versterken.’ Het is eigenlijk, zo vertelde regisseur Alex van Warmerdam in een interview, de plot van de film in een notendop. Maar dat vergeten we meteen weer. Zo letterlijk zijn we niet gewend een motto aan het begin van een film te nemen. En voordat de hemelse of buitenaardse troepen eraan te pas kunnen komen, moeten eerst de aardse rijen nog worden gesloten.

Een hond blaft. En dan begint de film. Een priester, een boswachter en een smid bewapenen zich om indringers uit hun bos te jagen. Een van hen is Borgman. Een beschaafde zwerver. Hij zit in een hol onder de grond. Een kinderhol in een sprookjesbos in een gruwelijke poëzieplaatjeswereld. Alsof het aap-noot-mies-plankje opeens behekst is. Thuiskomst in het perspectief van Alex van Warmerdam. Waar alles vertrouwd is. Maar net niet.

Wraakengel
Borgman is na zijn première eerder dit jaar in de competitie van het Filmfestival Cannes al omschreven als een mix tussen Deliverance (1972) en Funny Games (1997) en dat is geen grootspraak. Voor de internationale pers waren vergelijkingen met Boorman en Haneke, maar ook Lynch en Buñuel misschien een manier om greep te krijgen op de verrassend strakke genrefilm van de regisseur die ze kenden van milder Hollands absurdisme in De jurk (Venetië, 1996) of Kleine Teun (Cannes, 1998). En voor sommigen was hij in de schaduw van die grote namen en filmische echo’s daarom niet origineel genoeg. Met Nederlandse ogen was het vooral een film die zich staande hield in de internationale competitie en een culminatie (en feest van herkenning) van Van Warmerdams eerdere werk.

Een echte auteursfilm ook – alle klassieke Van Warmerdam-elementen zitten erin, van honden tot mooie meisjes, negers en uniformen, onredelijke wreedheden, verstoorde familieverhoudingen en redeloze geweldsuitbarstingen. We kennen ze van Abel (1986) tot Emma Blank (2009). Al is deze film veel uitgebeender. De slager uit De Noorderlingen (1992) heeft zijn werk gedaan. Er is geen randje vet meer over.

Het verhaal is simpel: Camiel Borgman is een mysterieuze wraakengel die (met een stelletje kompanen) het huis en het leven van de smetteloze familie Van Schendel binnenvalt en daar alles gevaarlijk ontregelt.

Het is een klassiek thema. Een vreemdeling staat aan de deur en daarna gaat het van kwaad tot erger. Mensen en mensachtige wezens zijn niet per se aardig tegen elkaar. En zeker niet altijd rationeel en logisch te begrijpen.

Hypnose
Misschien is Camiel Borgman trouwens geen gevallen engel maar een alien en lijkt Borgman meer op Invasion of the Body Snatchers (1956) dan op Funny Games. En misschien is dat wel hetzelfde, maar dat betekent dat je Borgman als een psychologische indringersthriller maar ook als een sciencefictionfilm kunt zien. Waarschijnlijker is dat het allebei moet. Want in die afgemeten wereld, waarin de gangen in de speciaal voor de film gebouwde kille designvilla van de familie Van Schendel steeds net iets te lang of te kort zijn, waardoor de architectonische verhoudingen je ogen opslorpen, lopen het paranormale en het materiële gemeen door elkaar heen. Dieren transformeren in mensen en zelfs de dromen van de hoofdpersonen zijn niet veilig voor de hypnose, de verdoving en de betovering waarmee de familieleden worden bespeeld.

WTF?!
Van Warmerdam staat erom bekend wars te zijn van al te veel diepduidingen van zijn werk. Zeker als hij er zelf in moet voorzien. Het beste is natuurlijk om na afloop van de film iets van WTF?! uit te roepen. Borgman is een WTF?!-film. Hij is bekend en vreemd tegelijkertijd. Uncanny als een nachtmerrie. Want Van Warmerdam houdt ervan om een beetje te fukken. De gedachten over hoe we met vreemdelingen omgaan, en hoe vreemd vreemdelingen zijn, en hoe vervreemd wij brave burgers in onze gated communities van alles wat een beetje ongerijmd is zijn geworden, komen allemaal voor rekening van de toeschouwer. Ze wringen zich tussen de klare lijn van Van Warmerdams composities en slaan die lichtjes uit het lood. In die kieren gaapt de angst: Pas op! Ze nemen de buurt over.

Verwacht geen conclusies, geen klassieke Hollywood-closure. Als de ‘zij’ waarvan in dat door Van Warmerdam zelf verzonnen Bijbel-citaat sprake is, hebben gedaan waarvoor ze gekomen zijn is het klaar. Waarom ze dat gedaan hebben, is waarschijnlijk net zoiets als je afvragen waarom we zijn zoals we zijn. Voor een filmmaker als Alex van Warmerdam is het voldoende om daarnaar te kijken. Met een oog dat de banaliteit, de tragiek en het absurdisme van het alledaagse ziet.