Boeken: 101 films voor het leven

Beeldend beschreven levenslessen

Datum
09-07-2026
Auteur
Lees meer over

Phase IV

In 101 films voor het leven – De mooiste films vol dagelijkse lessen maakt filmcriticus Gawie Keyser het persoonlijke universeel en het universele persoonlijk.

Het is zo’n cliché dat maar al te makkelijk uit je toetsenbord floept bij het prijzen van een film, boek of voorstelling: het persoonlijke dat universeel wordt en andersom. Maar het is wel precies wat Gawie Keyser voortdurend doet in 101 films voor het leven.

Het begint al in het voorwoord, waarin de schrijver uit de doeken doet hoe hij in het Zuid-Afrika van zijn jeugd een levensveranderende ervaring onderging bij het kijken van de oorlogsfilm Where Eagles Dare, in een Johannesburgse drive-in-bioscoop. Een onnavolgbare reeks plottwists brengt de tienjarige Gawie van zijn stuk: “Als in één scène de waarheid om de zoveel seconden kan veranderen, wat is die waarheid dan nog?”

Die avond in de stokkiesdraai – Afrikaans voor spijbelen maar ook voor een met die activiteit samenhangende plek als de bioscoop – maakte Keyser duidelijk dat films je iets belangrijks kunnen leren over het leven. Vele jaren en een landsverhuizing naar Nederland later werkte hij een aantal van die levenslessen – 101 om precies te zijn – uit in een reeks mini-essays. In clusters van tien zijn die elk twee à drie pagina’s lange verhaaltjes opgehangen aan grote thema’s als Liefde, Ouderschap en Het Lot. Door de plezierig leesbare stijl nodigt het boek uit om het in één ruk uit te lezen. Maar omdat alle stukjes op zichzelf staan lijkt het me ook uitstekend geschikt om in kleinere porties te verorberen.

Wie ben je nou helemaal, als mens? Keyser vraagt het zich af in zijn eerste bespiegeling rond het thema Obsessie. Met de nodige zelfrelativering beschrijft hij hoe hij in zijn woning in een strijd op leven en dood is verwikkeld – met mieren. Eerst koppelt hij zijn mierenobsessie aan een boek van de Zuid-Afrikaanse dichter Eugène Marais, om te stellen dat mier en mens verenigd zijn in hun besef van een onvermijdbare dood. Vervolgens maakt hij een uitstapje naar de sciencefictionfilm Phase IV, waarin wetenschappers tevergeefs de strijd aanbinden met kolonies hyperintelligente mieren. “Als je naar Phase IV kijkt, dan kijk je ook naar je eigen ervaringen, je eigen leven. We zijn natuur, zegt de film ons.” En daarom moet ook Keyser, net als de hoofdpersonen accepteren “dat hun worsteling tegen iets natuurlijks tegennatuurlijk is”. Met schaamte kijkt de schrijver nu naar zijn obsessieve mierenverdelging.

Het is overigens een aardig detail dat Keyser zijn eerst hoofdstukje wijdt aan de enige lange speelfilm van regisseur Saul Bass, die veel bekender werd als de ontwerper van klassieke filmposters (Vertigo, The Shining) en titelsequenties (North by Northwest, The Man with the Golden Arm). Het hebberig makende omslag van 101 films voor het leven is een fraaie hommage aan de tijdloze grafische ontwerpen van Bass.

Iedereen die bekend is met de doorwrochte artikelen die Gawie Keyser publiceert in De Groene Amsterdammer weet dat Mad Max regelmatig terugkeert als referentiepunt. Het is dan ook geen verrassing dat het hoofdstuk over Wraak daarmee opent. Wederom koppelt Keyser een heel persoonlijke anekdote aan een voor iedereen herkenbare ervaring. Nadat hij als zestienjarige de actiefilm van George Miller voor het eerst gezien heeft, raakt hij in gesprek met een aantrekkelijke schoolgenote die hem tot dan geen blik waardig had gekeurd. Die avond leert hij twee dingen: een meisje dat er volgens hem helemaal naast zit met haar mening over de film blijft net zo aantrekkelijk. En omdat hij zich kan identificeren met de hoofdpersoon van Mad Max – Mel Gibson lijkt hooguit een paar jaar ouder dan hij zelf is – kan hij opmerkelijk makkelijk meegaan in ‘ontoelaatbare’ wraakgevoelens: “Het is deel van je mens-zijn, van je mens-worden: de grenzen opzoeken, geprikkeld raken door het vooruitzicht dat je iets gaat zien, iets gaat voelen, wat niet mag, wat de grenzen ver overschrijdt. Wat dat met je doet? Lezer, het maakt je vrij.”

Als je een titel ziet in de trant van 101/1001 boeken/films/elpees/liedjes/dingen ligt een oeverloze discussie over de selectie op de loer: ja Gawie, je hebt dan wel gekozen voor Tokyo Story, Eyes Wide Shut, Pather Panchali en Groundhog Day, maar je bent wel mooi cultklassieker puntjepuntje en onderschat meesterwerk huppeldepup vergeten! Maar zo’n boek is 101 films voor het leven dus helemaal niet. Juist omdat Keyser zo’n persoonlijke selectie heeft gemaakt – varierend van Europese sixties-mijlpalen als Cléo de 5 à 7 en tot een recente instantklassieker als One Battle After Another – voelt het tamelijk zinloos om daarover te soebatten. Beeldend beschrijft hij welke levensles hij heeft opgestoken bij welke film. Didactisch wordt het gelukkig nooit, daarvoor is het boek teveel geschreven vanuit een oprechte liefde voor cinema. Door dicht bij zichzelf te blijven geeft Keyser zijn lezer nergens het gevoel dat deze dezelfde lessen zou moeten leren. Wel maakt hij inzichtelijk hoe dat in de praktijk kan werken: lering trekken uit het kijken naar films.

In het nawoord spoort Keyser de lezer opmerkelijk genoeg niet aan om de door hem besproken films te gaan zien. “Lezer, we gaan lezen”, zo schrijft hij. Want: “je kunt het zo gek niet bedenken of een film uit 101 is gebaseerd op een boek.” Bedankt voor de tip, Gawie, misschien later nog eens. Maar na lezing van je boek heb ik vooral zin gekregen om Altered States van Ken Russel eens in te halen en Ingmar Bergmans The Seventh Seal na vele jaren met frisse ogen te bekijken. Benieuwd wat ik ervan zal opsteken.


101 films voor het leven – De mooiste films vol dagelijkse lessen, Gawie Keyser | Amsterdam, Luitingh-Sijthoff, 2026 | 272 pagina’s | paperback €21,99; e-book €13,99