Kitty Green over The Assistant

‘Misbruik is volkomen alledaags’

Kitty Green

Kitty Green focust in haar #MeToo-drama The Assistant niet op de dader en ook niet op een slachtoffer. In plaats daarvan draait de film om een toeschouwer; dader en slachtoffer tegelijk.“Deze film gaat over de banaliteit van het kwaad.”

Niets eentonigers dan een dag uit het leven van een assistent. Toch neemt Kitty Green (Ukraine is not a Brothel, 2013; Casting JonBenet, 2017) haar als centraal personage om een van de grootste onderwerpen van de afgelopen jaren aan te kaarten. In The Assistant, die vorig jaar in wereldpremière ging op het filmfestival van Telluride en vervolgens werd geselecteerd voor Sundance en de Berlinale, zien we de alledaagsheid van (machts)misbruik door de ogen van een assistent.

Greens eerdere films werden gekwalificeerd als documentaires. Dat maakt The Assistant in de ‘officiële’ telling haar eerste fictiefilm. Maar zij ziet dat onderscheid niet zo, vertelt ze op het filmfestival van Berlijn. “Voor mij zijn films geen fictie of non-fictie. Ik neem een onderwerp dat ik interessant vind en ga vervolgens op zoek naar een vorm die dat onderwerp het beste voor het voetlicht kan brengen. Het gaat mij dus niet om de definitie van die vorm, maar om een manier om zo’n onderwerp te belichten op een originele manier.”

Green zoekt doelbewust naar onderwerpen die buzzy zijn, veel persaandacht krijgen, vertelt ze, en zoekt vervolgens een manier om mensen daar anders naar te laten kijken. “Ik wil altijd zoeken naar iets aan zo’n onderwerp dat nog niet belicht is. In de verhalen rondom #MeToo waren vaak de mannen het middelpunt, de daders, terwijl ik meer over de cultuur en het systeem wilde weten waarin dat ontstaan is. Want dit is groter dan alleen een verhaal over mannen en hun slechte daden. We zijn niet van dit probleem af als we die kwaadaardige mannen verwijderen; het gaat erom een cultuur te veranderen die vrouwen macht ontzegt terwijl het mannen aan de macht houdt. Mijn doel was die cultuur te onderzoeken, in plaats van te focussen op een specifiek verhaal of een specifieke ontmoeting.”

Hoe kwam je uit bij het verhaal van een assistent? “Assistenten zien alles wat er gebeurt in een bedrijf. De problematische werkomgeving, de sterke geslachtsgebonden werkverdeling binnen een bedrijf, wangedrag, seksueel misbruik. Door het verhaal om een dag uit het leven van zo’n assistent te laten draaien, kon ik een heleboel onderwerpen tegelijk behandelen, in plaats van er slechts één onderwerp uit te moeten lichten.
“Toen ik met het onderwerp aan de slag ging, heb ik eerst met heel veel mensen gepraat. Mensen die werkten voor Harvey Weinstein en andere mannen die zich schuldig hebben gemaakt aan verschillende vormen van misbruik. Want het gaat natuurlijk niet alleen om aanranding of verkrachting; een werkomgeving kan op allerlei manieren ongezond of giftig zijn. Ik sprak ook vrouwen in de financiële en technologiesector en ik hoorde keer op keer dezelfde verhalen, zag een patroon. Wat me opviel was het verschil tussen wat mannen en wat vrouwen gevraagd wordt te doen – de verdeling van werk op basis van gender. Dat werd mijn focus. Als je die cultuur bloot wil leggen, dan gaat het ook over het onderzoeken van microagressies, van kleine momenten – blikken, gebaren. Dat soort details werd steeds belangrijker tijdens het maakproces.”

De film is opvallend minimalistisch in camerawerk en geluid. Waarom heb je daarvoor gekozen? “Het ging mij er niet om de film er cool uit te laten zien. Ik wilde zo graag het verhaal vertellen van iemand die zo lang door niemand is gezien, die assistent. Daarom wilde ik alles zo simpel en realistisch mogelijk houden. Dat geldt ook voor het geluid. Er zit weinig muziek in de film; meestal hoor je alleen de soundscape die sounddesigner Leslie Shatz creëerde. Hij maakte opnames op kantoren en daarvan hebben we een rare, gespannen soundscape gebouwd. Die is enorm belangrijk voor de film, maar dat werkt vooral onderbewust. Mensen zijn zo gewend aan het horen van dit soort kantoorgeluiden, dat je vaak niet merkt dat wij ze in de film langzaam opvoeren of ze manipuleren om spanning te creëren. Met dat soort kleine ingrepen proberen we, zonder al te manipulatief te zijn, over te brengen hoe stressvol zo’n ogenschijnlijk saaie plek kan zijn voor iemand in een giftige werkomgeving.”

Die spanning is gedurende de hele film aanwezig. Omdat de spanning aanhoudt, wordt hij ergens ook weer normaal; je went er aan. “De film gaat over de banaliteit van het kwaad en hoe volkomen alledaags misbruik vaak is. Het is niet sexy, het is niet bijzonder. Daarom focust de film ook op die alledaagse routine. Het gaat over de opeenstapeling van kleine dagelijkse taken, om dingen die niet normaal zouden mogen zijn maar op sommige plekken totaal genormaliseerd zijn. Het voelt als bezwijken onder duizend speldenprikken.
“Toen ik een vriend vertelde dat ik een film aan het maken was over de assistent van een man die misbruik maakt van vrouwen, dacht die meteen dat de film over enablers zou gaan, mensen die de dader uit de wind houden. Maar zo simpel is het niet. Mensen zoals de assistent in de film zijn elke dag opnieuw alleen maar bezig met overleven. Elke nieuwe taak is er eentje waar je je doorheen moet worstelen. Waarom doet de kopieermachine het weer niet? Wat doet deze vrouw opeens in het kantoor? Alles weegt even zwaar; alle taken hebben hetzelfde alledaagse gevoel, en tegelijkertijd is er ook constant iets enigszins gevaarlijks aan alles wat je doet.”

Als het zo alomtegenwoordig is, waar beginnen we dan als we er ook maar iets aan willen veranderen? “De reden dat dit soort problematisch gedrag op zo veel plekken zo lang plaats heeft kunnen vinden, is dat niemand ingrijpt. De macht ligt bij de daders en niemand durft daar tegenin te gaan. De verdeling van werkzaamheden volgens genderlijnen draagt bij aan onveilige werkomgevingen. Dus we moeten leren praten over microagressies, onbewuste vooroordelen, kleine dingen die mensen in hun dagelijkse werkzaamheden niet opmerken maar die wel schadelijk zijn. Als we dit gedrag leren herkennen en elke keer benadrukken dat het niet oké is, dan kunnen we beginnen er een einde aan te maken. En dat begint bij het analyseren hoe we zelf anderen behandelen en hoe we beter en respectvoller naar elkaar toe kunnen zijn.”

Toen The New Yorker in 2017 het verhaal ‘Cat Person’ van Kristen Roupenian publiceerde en dat online de ronde deed, bracht het een heel nieuw vocabulaire voor alledaags gedrag dat we geen seksuele intimidatie of dwang kunnen noemen, maar waar we door dit verhaal nu een betere beschrijving voor hebben. Ik was erg dankbaar voor dat verhaal. En toen ik The Assistant zag, dacht ik: is dit ‘Cat Person’ voor de cinema? Geeft deze film ons beelden om bepaald gedrag beter en sneller te kunnen herkennen als problematisch? “Het betekent heel veel voor me dat je dat zegt, want dat is precies mijn doel. Daarom heb ik er uiteindelijk ook voor gekozen om een fictiefilm te maken: zodat ik die close-ups kon maken, de blikken en gebaren en kleine momenten kon vangen die mensen volgens mij vaak niet opmerken of negeren, terwijl ze iemand echt kunnen schaden. Dus als ik de kijker kan laten ervaren hoe het voelt om als jonge vrouw in zo’n omgeving te moeten werken, dan heb ik mijn doel bereikt.”