Tehran

Undercover in Iran

Tehran

In deze achtdelige Israëlische spionageserie gaat een jonge hacker undercover in Iran. De soepele, spannende serie laat de morele en politieke dimensies voor het gemak maar even voor wat ze zijn.

Wat kun je verwachten van Tehran, een Israëlische spionageserie over het saboteren van het nucleaire programma van aartsvijand Iran? Simplistische propaganda over dappere geheim agenten die strijden tegen een kwaadaardige Revolutionaire Garde? Slimme propaganda die de suggestie wekt dat het de beide kanten van het conflict eerlijk laat zien, maar in zijn premisse toch die nucleaire dreiging inbakt waar koste wat kost iets aan moet worden gedaan? Of rauwe undercover-actie zoals in de drie seizoenen van Fauda, dat net als Tehran werd geschreven door de voormalige Israëlische onderzoeksjournalist Moshe Zonder?

Tehran, dat afgelopen zomer met veel succes in Israël werd uitgezonden, is dat allemaal net niet en dat is in dit geval een aanbeveling. Het is een spannende, soepel geschreven serie die voor zijn acht afleveringen rijkelijk put uit het wapenarsenaal van spionagefictie (een verleidelijke spion, een romantische affaire, achtervolgingen, aanslagen, ontvoeringen, dubbelspionnen en races tegen de klok), maar die ook tijd neemt voor nuances. Zoals de ambivalente gevoelens van Iraniërs die in Israël wonen over hun oude en nieuwe thuisland. Of de weerstand tegen het regime onder studenten in Teheran.

Bovendien is de hoofdrol – een hacker nota bene – voor een vrouw, en dat is nog steeds zeldzaam in het genre. We volgen de jonge Tamar Rabinyan vanaf het moment dat ze Iran binnenkomt. Haar doel: het tijdelijk buiten werking stellen van een radarinstallatie zodat een nucleaire installatie gebombardeerd kan worden. Haar komst wordt echter vrijwel direct opgemerkt door Faraz Kamali, een belangrijke speler binnen de Iraanse contraspionage.

Wat volgt is een klassiek kat-en-muis-spel, dat gefilmd werd in Athene. In zo’n compact geschreven serie met zoveel actie en plotwendingen is het pittig om personages genoeg diepgang te geven. De makers doen dat door te laten zien dat het spionagewerk hoge persoonlijke kosten met zich meebrengt. Niet alleen voor de hoofdpersonages, maar vooral ook voor de mensen om hen heen.

Het politieke decor waartegen het verhaal zich afspeelt blijft buiten beschouwing: niets over het totalitaire regime in Iran of de morele implicaties van een Israëlisch bombardement in een ander land. Dat kun je een makke noemen, want een serie die weigert op ideologieën in te gaan kan zelf nog steeds ideologisch zijn. Juist onder extreme regimes is het persoonlijke politiek. Hoe zou je bijvoorbeeld naar een Iraanse serie kijken waarin een Iraanse spion in Israël een radarinstallatie uitschakelt zodat gevechtsvliegtuigen Israël kunnen bombarderen?

Spionageverhalen bestaan niet in een vacuüm. Maar spannend is Tehran wel.