Cannes 2016, blog 10

La mort de Louis XIV

De meeste competitiefilms die vanavond meedingen naar de prestigieuze Gouden Palm verschijnen komend jaar in de Nederlandse filmtheaters. Avontuurlijke distributeurs die nog willen oogsten moeten het dus vooral buiten de competitie zoeken. Twee suggesties: Paul Schraders Dog Eat Dog en Albert Serra’s La mort de Louis XIV.

Met Dog Eat Dog ligt er eindelijk weer een echte Paul Schrader-film. Schraders vorige film Dying of the Light met Nicolas Cage in de hoofdrol kon je feitelijk geen Schrader meer noemen nadat Lionsgate de beelden had overgenomen en een eigen montage uitbracht. Gezien het bronmateriaal – Cage speelt een CIA-agent met geheugenverlies – was de film in handen van de studio veel te braaf geworden.

En braafheid zoek je niet en wil je niet in het werk van Schrader. We hebben het hier wel over de scenarist van Taxi Driver en de regisseur van onder andere American Gigolo, Hardcore en The Canyons.

Het is een voorbeeld van hoe de filmindustrie werkt. Het passieproject van de één is handelswaar voor de ander. Als een regisseur iets eigens probeert te maken, kan de geldschieter dat al snel als te gek, afwijkend, extreem en daardoor onverkoopbaar zien. Schrader heeft dat eerder meegemaakt. Zijn versie van een Exorcist-prequel werd pas uitgebracht nadat Renny Harlin (Die Hard 2) de boel had overgenomen en met een megaflop voor de dag kwam.

Dying of the Light was een akelig déjà vu, maar dat kon Schrader niet in het openbaar zeggen door een zogenaamde Non-Disparagement-clausule. Zo’n clausule zit in een uitgebreid contract tussen studio en talent en stelt dat betrokkenen aangeklaagd mogen worden als zij zich negatief uitlaten over het eigendom van de studio. Als stil protest poseerden Schrader, Cage, acteur Anton Yelchin en uitvoerend producent Nicolas Winding Refn in een met die clausule bedrukt T-shirt. Schrader schreef erbij op Facebook: "We hebben de strijd verloren."

Met zijn onafhankelijk gefinancierde Dog Eat Dog is de scenarist en regisseur weer als vanouds op oorlogspad. In deze trashy combinatie van Natural Born Killers, Crank en videogame Grand Theft Auto V spelen Nicolas Cage, Willem Dafoe en Christopher Matthew Cook criminelen met een uitgesproken voorkeur voor zinloos geweld. De film is zo extreem over-de-top dat het voelt alsof Schrader er een middelvinger mee opsteekt naar alle studio’s die zijn vorige films niet aandurfden. Eigenlijk is Dog Eat Dog een frontale middelvinger naar heel Amerika, zo openlijk steekt Schrader de draak met wapenbezit, verslaving en zinloos geweld.

Dog Eat Dog opent met Mad Dog, een paranoïde viezerik gespeeld door Dafoe, die in het huis van zijn ex op televisie een praatprogramma over wapenbezit kijkt. Hij draagt een legermes bij zich en blijkt een koffer vol pistolen in de slaapkamer van de dochter van zijn ex te hebben verstopt. Als ex en dochter later thuis komen worden zowel het mes als de inhoud van die koffer gebruikt in een waas van woede en cocaïne.

Dog Eat Dog zou actieliefhebbers gemakkelijk kunnen verrassen. Misschien als een midnight movie of in de selectie van het Imagine Film Festival, want dit is wel wat anders dan het generieke actievehikel van vijftig miljoen dat je tegenwoordig in de multiplexen vind. Dit is exploitatie-actie en bijtende satire, plus een hilarische hereniging van Cage en Dafoe die sinds Wild at Heart niet meer samen op het grote doek te zien waren.

Het contrast tussen de hyperactieve stijl van Dog Eat Dog en de contemplatieve momenten van La mort de Louis XIV kan niet groter zijn. Deze Franse productie van de Spaanse filmmaker Albert Serra doet precies wat de titel suggereert: de laatste dag van Zonnekoning Louis XIV vastleggen, die in 1715 stierf aan gangreen. Serra verbeeldt het overlijden van de man die zich de verpersoonlijking van de staat noemde in schilderachtige shots die zich beperken tot diens slaapkamer. Prachtig intiem om de figuur die zoveel groter was dan het leven zo op zijn meest kwetsbare moment te zien. Hij is geen leider meer. Hier ligt een kwetsbaar mens.

In zijn eerdere films werkte Serra met non-professionele acteurs uit zijn geboortedorp, maar voor deze rol vond hij een geschikt persoon in Nouvelle Vague-icoon Jean-Pierre Léaud (Les quatre cents coups, Masculin féminin). Die stort zich vol overgave op de rol van Louis XIV, al speelt hij tegelijkertijd een aangenaam ingetogen spel. Léaud belichaamt het sterfproces met een treffend gebrek aan spektakel. Langzaam sterven is in Serra’s film eerder een monotone en repetitieve gebeurtenis waarbij de notie van tijd niet aan de orde lijkt te zijn. Verschil tussen dag en nacht zie je bijvoorbeeld niet in La mort de Louis XIV. Elk shot is op dezelfde manier uitgelicht, alsof Serra maar één schilderij als visueel referentiekader heeft gebruikt.

Afwisseling zit er dus niet echt in La mort de Louis XIV, maar daarin zit juist de kracht. Serra trekt een parallel tussen de repetitieve dagelijkse rituelen van de koning en diens strijd met zijn stervende lichaam. Ondertussen zie je in trage shots hoe vrienden, adviseurs en familie zich om het sterfbed opstellen en tevergeefs proberen de koning in leven te houden.

Het klinkt uitputtend, maar als Louis XIV zijn laatste adem uitblaast is dat net zo memorabel als het laatste shot van Truffauts Les quatre cents coups waarmee Léaud als veertienjarige jongen wereldwijd doorbrak. De mysterieuze jeugdigheid die hij toen op dat strand liet zien maakt hier plaats voor een indringend gevoel van ouderdom en sterfelijkheid. Het grootste compliment dat je Serra en Léaud kunt geven is dat ze de dood van deze historische figuur uit de abstractie van de geschiedenis hebben gehaald en in de vorm van een film voelbaar hebben gemaakt voor een groot publiek. Wie-o-wie gaat de film in Nederland vertonen?


Naschrift: La mort de Louis XIV is in juli 2017 door distributeur Contact Film uitgebracht.