Cannes 2026: Vibecheck

En die vibe is toch een beetje meh

Parallel Tales

Filmkrant doet dagelijks verslag vanuit Cannes, waar de wat slaperige hoofdcompetitie net voorbij de helft van het festival nog (steeds) niet van de grond komt.

Nu we in de tweede helft van het festival zijn beland, begint men in Cannes voorzichtig de balans op te maken. Met een gemiddelde van 2,2 (uit vier) sterren valt de gerenommeerde Screen Daily Grid een paar decimalen lager uit dan de afgelopen jaren, en lijkt de consensus onder journalisten dat we dit jaar met een wat zwakke hoofdcompetitie te maken hebben.

Hoewel er nog genoeg belangrijke titels zijn om naar uit te kijken, onder meer Christian Mungiu’s Fjord, Andrei Zvjagintsevs Minotaur en Valeska Grisebachs The Dreamed Adventure, heerst na het eerste weekend een sluimerend gevoel van teleurstelling.

Zo’n beetje iedereen is het ermee eens dat Asghar Farhadi’s Franstalige Parallel Tales (Histoires paralleles) de grootste domper tot nu toe is. In dit fiasco van een metafilm schrijft een auteur (Isabelle Huppert op de automatische piloot) in haar teksten de rommelige levens van Parijzenaren naar elkaar toe. Farhadi’s tiende speelfilm sluit aan bij zijn eerdere filmische excursies naar Frankrijk (Le passé, 2013) en Spanje (Todos lo saben, 2018): opnieuw blijkt dat de Iraanse cineast buiten zijn eigen taalgebied niet in staat is de gelaagdheid van zijn intense Iraanse melodrama’s te evenaren.

All of a Sudden

Het contrast met Hamaguchi Ryusuke’s verbeelding van Parijs kon bijna niet groter zijn. De Japanse filmauteur van onder andere Drive My Car (2021) en Evil Does Not Exist (2023) maakte met All of a Sudden (Soudain) juist een geraffineerd drama over de ontluikende vriendschap tussen een Japanse theaterregisseur en de idealistische directeur van een verpleeghuis.

Net als Farhadi’s misser is ook deze praatgrage film met drie uur behoorlijk lang en niet altijd subtiel. De gevoeligheid waarmee Hamaguchi zijn personages ontwikkelt staat echter in schril contrast met de platheid van Parallel Tales. Hamaguchi snapt dat drama vanzelf ontstaat wanneer je goed geschreven personages de ruimte geeft om te ademen. Gespeel door Virginie Efira en Tao Okamoto voelen ze als mensen van vlees en bloed. Hun dromen, verlangens, onzekerheden en inconsistenties, die vanzelf door de sterke dialoog naar buiten komen, zijn het rijke materiaal waaruit Hamaguchi put om zijn aangenaam meanderende drama van emotioneel gewicht te voorzien. Samen met het ijzersterke Fatherland, Pawel Pawlikowski’s compacte reflectie op het grijze gebied tussen kunst en politiek in naoorlogs Duitsland, steekt die film tot nu toe ver boven de rest van de competitie uit.

Het is een competitie die zich tot dusver laat kenmerken door ietwat banale Franse drama’s als A Woman’s Life en Another Day, die doen vermoeden dat er een quotum voor Franse films in de hoofdselectie gehaald moesten worden en maar net ambitieus genoeg zijn om zich aan de andere films in de twee competities te meten. Niet dat verder alles goed is. Ze staan naast het onderkoelde (en beetje saaie) Nagi Notes van Koji Fukada en Hirokazu Kore-eda’s bedenkelijke reflecties op rouw en AI in de vorm van het neergesabelde Sheep in the Box. Rodrigo Sorogoyen doet het iets beter met zijn meer smaakvolle, maar ook enigszins voorspelbare, The Beloved, waarin een uitstekende Javier Bardem een getroebleerde regisseur speelt die zijn vervreemde dochter in de hoofdrol van zijn nieuwe film cast.

Gentle Monster

Marie Kreutzers Gentle Monster, over het uiteenvallen van een gezin nadat de echtgenoot en vader gearresteerd wordt omdat er een overweldigende hoeveelheid kinderporno op zijn computer is gevonden, levert bij vlagen het beklemmende gevoel van een arthousethriller op. De regisseur van Corsage kreeg zelf met dit onderwerp te maken toen tijdens de promotietour van haar historische drama bleek dat hoofdrolspeler Florian Teichtmeister eveneens een grote verzameling pornografisch materiaal met minderjarigen in bezit bleek te hebben. Die persoonlijke afrekening met dat huiveringwekkende gegeven voel je in Gentle Monster. Maar nabijheid garandeert nog geen sterke film: Kreutzers scenario is nog te veel op zoek naar de juiste vorm.

Toch was haar slecht ontvangen zesde speelfilm een van de weinige competitietitels die op zijn minst voor wat reuring zorgt. James Gray komt in de buurt met Paper Tiger, een naar een thriller leunend drama over een familie die in het Brooklyn van 1986 met de Russische maffia te maken krijgt. Helaas zit een opeenstapeling van clichébeelden zijn gevatte commentaar op Amerikaans kapitalisme in de weg.

Een filmfestival zo strak mogelijk programmeren is een kunst op zich. Het is niet moeilijk om dit jaar naar de wat slaperige competitie te wijzen en te stellen dat Thierry Frémaux en collega’s de boel flink hadden moeten omgooien om een sterkere spanningsboog in het festival aan te brengen. Of zulke kritiek hout snijdt is maar de vraag – achter de schermen moet Cannes immers rekening houden met de onmogelijke agenda’s van regisseurs, steracteurs en producenten. Het lijkt in ieder geval duidelijk dat Na Hong-jins Hope op de zondagavond was geprogrammeerd om het festival even flink wakker te schudden.
De Zuid-Koreaanse regisseur van broeierige thrillers als The Chaser (2008) en The Wailing (2016) maakte een rentree zijn eerste film in tien jaar. Hope is een actiefilm met mismaakte monsters die z’n gebruik van cgi uitbundig etaleert. Dat klinkt als een succesformule, maar ook dit Zuid-Koreaanse genrespektakel had niet het beoogde effect. Na een briljant eerste uur, waarin een slaperig dorpje dicht bij de grens met Noord-Korea volledig aan puin wordt geslagen door een gigantisch cgi-monster, raakt de film de draad volledig kwijt. Je kunt maar zo lang naar bloeddorstige monsters kijken voordat de verzadiging toeslaat – en dan staat er nog ruim anderhalf uur op de teller van deze onevenwichtige genrefilm.

Het is logisch dat Frémaux deze comeback van een Koreaanse meester als de zeldzame popcornfilm in de hoofdcompetitie plaatste. Maar inmiddels heerst vooral de vibe dat deze editie van Cannes nog wel een paar hoogvliegers kan gebruiken.