Cannes 2026: Coming-of-age

Kinderlijke ernst

Datum
22-05-2026
Lees meer over

La Gradiva

In de categorie ‘kleine, persoonlijke verhalen’ is de coming-of-age een favoriete vorm. Meerdere films in deze festivaleditie lijken dat gebaande pad te verkennen met een nieuwe energie die past bij de protagonisten.

Staan er dit jaar op het festival van Cannes meer kinderen dan anders op het podium? Bruno Dumonts nieuwe film Les roches rouges, die op de tweede woensdag van het festival in de Director’s Fortnight in première ging, brengt met een cast van zes kleuters de gemiddelde leeftijd van de acteurs die het festival met hun aanwezigheid vereren in elk geval flink omlaag.

Vorige week stond het podium van Miramar (waar de Critic’s Week plaatsvindt) vol met tieners, die het leeuwendeel van de cast van La Gradiva vormen – en woensdagavond, toen de film de hoofdprijs van dit zijprogramma won, ongetwijfeld weer. “Het maakproces van deze film heeft me geleerd dat we tieners heel serieus moeten nemen”, zei Marine Atlan bij de première van haar film, met een knipoog naar de openingszin van een gedicht van Arthur Rimbaud dat een van haar vele inspiratiebronnen was: “On n’est pas sérieux, quand on a dix-sept ans.”

La Gradiva is een film die de leefwereld van tieners volkomen serieus neemt en hem daardoor op een volkomen geloofwaardige manier verbeeldt. De film speelt zich af tijdens een schoolreisje van een Franse eindexamenklas naar Napels en Pompeii, een periode van vijf dagen waarin de onderlinge verhoudingen die op school zijn gevormd subtiel verschuiven.

Atlan, die naast regisseur (Daniel, 2019) vooral naam maakt als director op photography – onder meer voor Le ravissement (Iris Kaltenbäck, 2023) en L’engloutie (Louise Hémon, 2025) – hanteert een documentaire stijl die goed past bij de volatiele spanning die tussen de tieners hangt. De manier waarop een in situ kunstcollege in chaos ontaardt is prachtig opgebouwd, niet in de laatste plaats dankzij de energieke performance van Antonia Buresi als de competente, maar tot uitputting gedreven docent klassieke talen. Tegelijk geeft de omgeving, waar de verbinding met het verleden zich constant opdringt, de perikelen waar de tieners mee worstelen het gewicht van tijdloos drama.

Slagerij in vlammen
Een diepe duik in de realiteit van één jong persoon neemt Maxence Voiseux in de documentaire Gabin. Tien jaar lang, van zijn achtste tot zijn achttiende, wordt Gabin door hem gefilmd. Voiseux volgt de klassieke lijn van een tiener die zijn pad in het leven moet vinden, zoals we die kennen van het coming-of-age genre. Maar dan dus in het format van een documentaire, wat ervoor zorgt dat de wederwaardigheden van de hoofdpersoon nooit voorspelbaar worden.

Gabin

Gabins belangrijkste probleem is dat hij gevangen zit tussen de verwachtingen van zijn vader, die wil dat hij in de toekomst de slagerij van hem overneemt, en de loyaliteit aan zijn moeder, die een veebedrijf runt en met wie hij een liefde voor dieren – levende dieren – deelt.

Zijn belevingswereld vangt Voiseux met een verrassende combinatie van observerende beelden en materiaal gefilmd in Farming Simulator, een spel dat Gabin graag speelt en dat op een bepaald moment ook een expressievorm wordt voor Gabins fantasieën, bijvoorbeeld wanneer we in de game zijn vaders slagerij in vlammen op zien gaan. Een verrassende ontwikkeling in de film is dat naarmate Gabin zichzelf de ruimte geeft om zijn eigen weg te kiezen, ook zijn ouders zich beginnen te bevrijden uit de patronen waarin ze zich hebben vastgedraaid.

Kleine wreedheden
Natuurlijk wordt het coming-of-age-genre door filmmakers ook vaak gebruikt om terug te kijken op hun eigen jeugd. Dat doen Bruno Santamaría Razo, Blerta Basholli en Kohei Kadowaki, met verschillende gradaties van fictie.

Seis meses en el edificio rosa con azul is een hybride film over een beslissende periode uit de jeugd van Santamaría, waarin de uitslag van een hiv-test het gezinsleven op zijn kop zette. Foto’s en interviewfragmenten, waarin onder anderen zijn moeder over die periode vertelt en ook de filmmaker zelf voor de camera plaatsneemt, wisselen speelfilmscènes af; een vorm die past bij een geschiedenis die zich niet perfect aan de wetten van drama houdt.

Basholli laat in Dua de oorlogsdreiging voelen in het Kosovo van eind jaren negentig vanuit het perspectief van een veertienjarig meisje. Terwijl het Joegoslavische leger en Servische paramilitairen oprukken in Kosovaars gebied, gaan Servische mannen in Dua’s woonplaats Pristina steeds verder over de schreef. Op verschillende momenten isoleert de camera Dua’s priemende blik van de vervaagde achtergrond, een terugkerend beeld dat haar angst, woede en machteloosheid samenvat.

Dua

De sfeer van oppressie, en hoe frustrerend die situatie is voor een ontluikende tiener, roept de film sterk op; hierin is te merken dat Basholli putte uit eigen ervaringen. Toch missen zowel Seis meses als Dua het gevoel van directheid dat Gabin en La Gradiva zo meeslepend maakt. Terugkijken is ook: cureren, wegen, evalueren – dingen waar je geen tijd voor hebt als je midden in de turbulentie van je tienertijd zit.

Kohei Kadowaki lijkt aan dat euvel heel aardig te ontsnappen in de lange animatie We Are Aliens. Herinneringen aan zijn eigen schooltijd inspireerden hem tot deze film over een vriendschap tussen twee basisschoolleerlingen en de grote gevolgen van kleine wreedheden die deel uitmaken van het scholierenbestaan.

Kadowaki creëert een heel eigen animatiestijl, met opvallende kadrering, waarin het onderwerp vaak niet centraal staat, en een combinatie van naar fotorealisme neigende achtergronden met een wat ruwere, expressieve tekening van de personages. Zijn film zit vol met intelligente observaties van menselijk gedrag, waardoor de jonge personages zowel fysiek als psychologisch verrassend levensecht overkomen. We Are Aliens is met een speeltijd van bijna twee uur opvallend lang, maar dat merkte ik pas na afloop. Want ook de opzet is groots, met tijdsprongen en een perspectiefwisseling. En voor een complex verhaal waarin herinneringen, angsten en fantasieën zo’n grote rol spelen, blijkt animatie een perfecte vorm.

Onweerstaanbaar
En dan is er dus Les roches rouges. Aan de Côte d’Azur, niet ver van waar we ons op dit moment bevinden, schoot Dumont een film waarin twee groepjes kinderen, de ene uit het woonwagenkamp en de andere uit de villawijk, elkaar tegenkomen bij hun favoriete tijdverdrijf: van de rotsen in zee springen. Het schoffie en het kakmeisje vallen als een blok voor elkaar, en voilà: drama.

Les roches rouges

De afstand tussen scenario en performance is door de leeftijd van de amateuracteurs (vier en vijf jaar oud op het moment dat Dumont ze castte) nog groter dan gebruikelijk; Dumont laat de kinderen vooral hun kinderlijke zelf zijn, en dat maakt ze onweerstaanbaar om naar te kijken. In het grandioze landschap, gefilmd in een verzadigd kleurenpalet, banjeren ze rond als in een onontgonnen paradijs. De wijde lens die nodig was om te voorkomen dat zijn acteurs voortdurend het kader uit vlogen laat je voelen hoe uitgestrekt en onbegrensd hun kinderwereld is.

Maar gebruikt Dumont film om iets over kinderen te zeggen, of ligt het juist andersom? Na afloop van de première deelde hij met het publiek dat hij simpelweg zin had in “iets diep kinderlijks, vrolijks en vrijs”. Daarvoor neem ik het schematische scenario – liefde, jaloezie, geweld – graag op de koop toe, want Dumont is nu eenmaal geen maker van wie je zijn verhalen aan diepere analyse moet onderwerpen. Wat hij wil vertellen, zit in het beeld.