Cannes 2026: Kunst

Bach-cantate op een lekkend kerkorgel

Auto’s zijn in Cannes ook filmsterren. Foto: Sasja Koetsier

Schrijvers, architecten, musici, regisseurs: het festival vertoont dit jaar veel films met kunstenaars in een hoofdrol, alsof het wil benadrukken hoezeer kunst er nu toe doet. De meest ambivalente reflectie daarop geeft Pawlikowski’s Fatherland.

Ieder festival is een bubbel, maar Cannes is een bubbel in het kwadraat. Telkens als je de cinefiele cocon van het theater verlaat, stap je de volgende binnen: die van het spektakel langs de Boulevard de la Croisette, dat de vraag doet rijzen of hier nu films worden verkocht of luxe merken.

Het antwoord is natuurlijk: allebei. Film = glamour en glamour = marketingkapitaal. In het licht van die realiteit klinken de morele ambities die het festival zich aanmeet behoorlijk hol. Zonder de wereldpolitiek in concrete zin aan te halen – het festival kijkt wel uit – opende ook deze editie weer met de zelffelicitatie dat film, juist in moeilijke tijden, belangrijk is. Omdat films “verhalen vertellen”, hoorden we ceremoniemeester Eye Haïdara zeggen. Maar een verhaal vertellen, dat is wat elk horloge-, parfum- of automerk dat zich hier rond de sterren schaart ook doet. Als film uit de bubbel wil breken, is een verhaal vertellen dan genoeg?

Mark Cousins, die op het festival twee nieuwe afleveringen van zijn The Story of Documentary Film presenteert, draagt een rotsvast geloof in de kracht van film uit. Hij loopt hier rond in een t-shirt met de tekst “documentary kills fascism”. Of zijn verhaal over de geschiedenis van documentaire gaat vertellen hoe, dat zal KEES Driessen aan het einde van de serie (nog negen afleveringen te gaan!) misschien – maar misschien ook niet – onthullen (de eerste vier afleveringen besprak hij al).

Bondgenoot
Kan kunst een middel tot het goede zijn? Dat is de vraag – een vraag, want er zijn er meer – die Pawel Pawlikowski stelt in zijn nieuwe film Fatherland. Na Ida (2013) en Cold War (2018) keert hij voor de derde keer terug naar naoorlogs Europa, dit keer in het kielzog van een historische figuur.

In Fatherland stelt de filmmaker zich vijf dagen uit het leven van schrijver Thomas Mann voor. Vijf dagen in 1949, waarop hij, vergezeld door zijn dochter Erika (Sandra Hüller), voor het eerst sinds zijn vlucht voor het nazisme een bezoek brengt aan zijn vaderland; een land dat nu twee landen is, met volkomen tegengestelde ideeën over hoe het nieuwe Duitsland eruit moet gaan zien. Vijf dagen ook, waarop hij geen moment overweegt om zijn officiële verplichtingen – ter ere van het tweehonderdste geboortejaar van Goethe wordt Mann in beide Duitslanden geëerd met een Goethe-prijs – opzij te zetten wanneer zijn zoon Klaus in Zuid-Frankrijk (Cannes, om precies te zijn) met een overdosis slaaptabletten zijn leven beëindigt.

Fatherland

Fatherland is een film die niet zomaar een verhaal vertelt, maar een wormgat creëert tussen het Europa van 1949 en dat van nu. Pawlikowski herschept enorm precies, en zonder een zweem van nostalgie, het naoorlogse Duitsland, dat er aan beide kanten van de scheidslijn onttoverd uitziet. Een moreel failliet land dat zich vastklampt aan twee ideologische strohalmen, en daarmee zichzelf verscheurt.

Beide kampen claimen de literaire erfenis van Goethe. En allebei willen ze in Nobelprijswinnaar Mann hun intellectuele bondgenoot vinden. Dat hij zowel het West-Duitse Frankfurt als het Oost-Duitse Weimar met een bezoek vereert, wekt aan twee kanten argwaan en ongemak: waar ligt zijn loyaliteit? “Stalin of Mickey?”, zo parafraseert de cynisch geworden Klaus in zijn laatste telefoongesprek met zijn zus het politieke discours, dat is platgeslagen tot een populariteitspoll tussen twee mascottes.

Het voelt herkenbaar, maar Pawlikowski is er niet op uit gemakzuchtige parallellen te trekken met het heden, zo benadrukte hij na de première ook tegenover de pers. De betovering die zijn film oproept zit juist in de manier waarop hij je transporteert naar een specifiek moment in de geschiedenis. In de bijna-vierkante kaders van cinematograaf Lukas Zal eist de omgeving vaak net zo veel aandacht op als de personages. In die omgeving zijn het Amerikaanse en Russische machtsblok nadrukkelijk aanwezig. Als het oosten van Duitsland een vooruitgeschoven post van de Sovjet-Unie is, waar de utopie van het ‘goede’ Duitsland als excuus moet gelden voor economische stagnatie en de onderdrukking van ieder tegengeluid, is het westen een ideologische dependance van de Verenigde Staten, waar linksige sympathieën meer bezorgdheid oproepen dan een naziverleden. Tijdens een persconferentie in Frankfurt wordt de naar Amerika uitgeweken Mann gevraagd welk land hij als zijn thuis beschouwt. Mann antwoordt: “Mijn home is in Californië. Waar mijn Heimat is, dat is een veel lastigere vraag.”

Narcisme
In de machtsstrijd die zijn land (en, bij uitbreiding, Europa) verdeelt, probeert Mann te bewijzen dat kunst en cultuur de politiek overstijgen. Maar Erika werpt haar vader in een uitbarsting van opgekropte woede voor de voeten dat hij met dat hooggestemde idee vooral zichzelf verheft; dat zijn houding niet meer is dan een bewijs van zijn narcisme.

Wat de vraag over de relatie tussen kunst, leven en politiek relevanter maakt: in de films in de officiële selectie van deze festivaleditie zijn de hoofdpersonen opvallend vaak kunstenaars – Pedro Almodóvars Bitter Christmas (Amarga Navidad), Parallel Stories (Histoires parallèles) van Ashgar Farhadi, Sheep in the Box (Hako no naka no hitsuji) van Hirokazu Kore-eda en Gentle Monster van Marie Kreutzer, om er maar enkele uit de hoofdcompetitie te noemen. Soms lijkt dat kunstenaarschap vooral bedoeld om de hoofdpersonages iets leuks te doen te geven, maar het staat centraal in het Spaanse The Beloved (Rodrigo Sorogoyen), waarin Javier Bardem te zien is als een filmregisseur die zijn dochter, die hij in de steek liet toen ze nog klein was, cast in zijn aankomende film. In Sorogoyens film over film is de kunstenaar geen held maar, opnieuw, een door zijn eigen kunstenaarschap geobsedeerde narcist.

A Girl’s Story

Positiever is A Girl’s Story (Mémoire de fille) over de rol van kunst – vooral voor de scheppende kunstenaar zelf. De film heeft de vorm van een film over een boek: de gelijknamige memoires van Annie Ernaux. Daarin onderzoekt de oudere Ernaux een toxische relatie die ze als jongvolwassene had met een oudere man; maar ze onderzoekt vooral het meisje dat zij toen was, en ontdekt in haar de kiem van haar latere schrijverschap. De regie is in handen van regisseur en acteur Judith Godrèche, die zelf twee jaar geleden de regisseurs Benoît Jacquot (met wie ze jarenlang getrouwd was) en Jacques Doillon aanklaagde voor verkrachting en met de korte film Moi aussi het Franse zwijgen rond MeToo definitief doorbrak.

Een verhaal vertellen kan van doorslaggevende betekenis zijn. Al is het maar omdat er een ruimte wordt geopend die er eerst niet was. Nadat Thomas Mann zijn twee redevoeringen heeft gehouden in twee delen van zijn voormalige vaderland die hem beide even vreemd zijn, laat Pawlikowski hem een half ingestorte kapel binnengaan, waar een organist op een lekkend kerkorgel een Bach-cantate speelt. Dan blijkt dat ook Thomas Mann in de kunst uiteindelijk vooral dat vindt: een Heimat.


The Beloved is vanaf 15 oktober 2026 te zien in Nederland. Ook Fatherland en Sheep in the Box zijn aangekocht voor Nederlandse distributie, maar de releasedata zijn nog niet bekend.