Franz
Over de danser Kafka
Franz
Wie door de bril van Franz Kafka naar de wereld wil kijken, doet er goed aan Agnieszka Hollands hybride portret van de schrijver te zien en de woorden van David Foster Wallace serieus te nemen: lees Kafka ook als komedie.
Eén op tien miljoen. Voor elke pagina die Franz Kafka in z’n leven schreef, zijn tien miljoen pagina’s over hem en z’n werk geschreven. Dat zegt iemand van het Kafka Museum in Praag in een van de flarden realiteit die opduiken in Agnieszka Hollands Franz.
Dat lijkt wat veel, maar wie heeft tijd om het na te lopen. In de serie Kafka die de ARD samen met Oostenrijkse partners in 2024 produceerde – die het trouwens over de hele linie aflegt tegen Hollands film omdat men voor de zoveelste keer de kolossale fout maakte dicht bij ‘de gebeurtenissen’ uit ‘het leven’ van ‘de schrijver’ te willen blijven – noemt iemand dat Kafka maar een paar honderd pagina’s heeft geschreven.
Het zijn er iets meer. Franz Kafka Verzameld werk, uitgegeven bij Querido, telt 1.072 pagina’s. Maar dat is een feit en dus slechts gedeeltelijk relevant bij deze schrijver.
In het korte essay ‘Een paar opmerkingen over Kafka’s grappigheid waaruit waarschijnlijk niet genoeg is verwijderd’ schrijft David Foster Wallace dat het lastig is om kinderen uit onze cultuur Kafka’s humor te leren omdat “ze getraind zijn om humor als vermaak te zien en vermaak als geruststelling”. “Je kunt ze vragen om Kafka’s verhalen als een soort deur te zien. Om zich voor te stellen dat ze op die deur toelopen en er keihard op rammen, steeds harder, rammen en rammen, niet alleen om binnengelaten te willen worden, maar binnengelaten te moeten worden. We weten niet wat het is maar we voelen het, die totale wanhoop om binnen te treden, rammend en slaand en trappend. Dat dan eindelijk die deur opengaat… maar naar buiten opengaat. We waren al die tijd al binnen. Das ist komisch.”
De humor van Kafka wordt vaker gezien. In 2019 schrijft Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer over Kafka’s Brief aan mijn vader: “In het relaas toont Kafka zich de zoon die gedoemd is zoon te blijven, en nooit een man zal worden. Maar is de aanklacht niet veel dubbelzinniger? Of zelfs spottend bedoeld?” Het antwoord, om kort te gaan, is ja.
Totaalhumor
Kafka’s humor is geen galgenhumor voor het laatste moment. Geen lachen om incidenten. Het is een totaalhumor. Een existentiële humor die ongetwijfeld ergens grenst aan verwondering. Daarom werkt Kafka’s afstandelijke observeren en stilte in Franz veel beter dan het pathetische midden in het gesprek met andere schrijvers willen zitten in de serie Kafka. Ondanks de aanwezigheid van acteur Lars Eidinger die als godenzoon Rainer Maria Rilke een paar scènes met zijn aanwezigheid komt zegenen.
Het is een serie die ons met kostuums en historisch accurate parafernalia Kafka’s leven binnen wil halen. Maar Kafka’s leven stond natuurlijk los van de tijd waarin hij leefde (en sowieso is het elke keer weer een historische vergissing om een tijd voornamelijk tot leven te brengen met spulletjes). Dansende Franz zweefde boven z’n tijd en sindsdien boven alle tijden. Franz Kafka zag als een filosofische Houdini met z’n laserogen alle ketenen die ons vasthouden. Maar in plaats van zich los proberen te wrikken, wat futiel is, probeerde hij de grap ervan te vertellen.
Een film over Kafka’s leven kan dus nooit een chronologisch geordende beschrijving zijn. Als Kafka ergens hysterisch om zou moeten lachen, dan zou het hierom zijn geweest; elke poging om de boel keurig te ordenen is bij voorbaat belachelijk.
Agnieszka Holland weet het. Haar film weet het. Haar keuze om de Duits-Israëlische acteur Idan Weiss te casten als de volwassen Kafka, is fantastisch. Weiss is getraind als acteur maar ook als danser. In twee, drie scènes staat Holland toe dat Franz danst. Heel even, ongenaakbaar en ongezien door andere personages. Bewegingen die een abstracte reflectie zijn van wat zich in dat hoofd voltrekt. Of verstopt. Een paar bewegingen, maar genoeg om ons te laten weten hoe Kafka zich misschien heeft gevoeld. Of ze die scènes al had bedacht en daarom een acteur castte die kan dansen of dat ze de acteur zag – aan z’n bovenlichaam zie je meteen dat hij ook een danser is – en geïnspireerd raakte, doet er niet toe. Het is een indrukwekkende creatieve beslissing om die scènes in de film te stoppen.
Visgraatmotief
Nog een historische vergissing die Agnieszka Holland niet maakt. Ze weerstond de verleiding om het kafkaëske uit Kafka’s verhalen te verweven met het leven van de schrijver. Anders dan Steven Soderbergh die, waarschijnlijk nog dronken van het succes van Sex, Lies, and Videotape (1989), Jeremy Irons in Kafka (1991) door een Kwaadaardig Kafkaësk Labyrint stuurt zonder ook maar ergens de grap van in te zien.
Terwijl Kafka helemaal geen last had van de verstikkende bureaucratie waarmee zijn personages zich geconfronteerd zagen. Wel van de alledaagse obstakels waar jan en alleman mee te kampen hebben. Een grote vader met kleine ideeën. Een gebrek aan lef om vol voor het schrijverschap te gaan.
Eerlijk gezegd, allerlei films over Kafka en die verhalen gezien hebbend, krijg je vooral de indruk dat Franz z’n eigen bureaucratisch obstakel was. Hij klooide aan met een vrijgevochten vrouw terwijl hij het lef niet had om een einde te maken aan z’n eerste lange relatie. Hij nam z’n schrijverschap nooit serieus en vroeg Max Brod kort voor zijn overlijden in 1924 op 41-jarige leeftijd aan tuberculose om al zijn werk te vernietigen. Wat Brod niet deed, gelukkig, want Kafka’s humor over de krankzinnige beproevingen waarmee we als mensen soms te maken hebben, is een godsgeschenk.
Het is de finesse van Agnieszka Holland en Idan Weiss die Franz uittilt boven andere pogingen om dichter bij Franz Kafka te komen. Stel je deze scène voor die ergens in het begin van de film zit. Interieur: een grote kamer. Parketvloer met visgraatmotief. Franz, zus Ottla, moeder Julie en vader Hermann aanwezig. Wanneer Hermann eist dat Franz de volgende dag in de winkel beneden werkt en niet naar de eerste presentatie van z’n verhalen gaat, en zij gedrieën vervolgens de kamer verlaten, blijft Franz eerst stokstijf staan. Dan loopt hij een stukje de ene kant op, dan de andere. Hij beweegt alsof hij niet weet welke houding hij aan moet nemen maar vindt dan houvast in het visgraatmotief op de vloer en plaatst z’n voeten volgens de lijnen die daar staan uitgetekend. Magnifiek.
Misschien kent u dat, de lijnen op de vloer volgen als je het even niet weet. Structuur vinden als je wankelt. Het voltrekt zich in tien, vijftien seconden. Dat Agnieszka Holland en Idan Weiss de scherpte hadden om die scène zo op te lossen, laat het denken achter de film zien.
Franz draait vanaf 8 oktober 2026 in de bioscoop.