The Eddy

Rommelige maar soms ook ontroerende riffs

The Eddy

Een Amerikaanse jazzpianist in rouw besluit zijn energie in een Parijse jazzclub te steken in The Eddy, een ongelikte, swingende en verrassend multiculturele Netflix-serie.

The Eddy is niet direct wat je zou verwachten van de Frans-Amerikaanse regisseur Damien Chazelle, die de eerste twee van de in totaal acht afleveringen regisseerde en eerder een Oscar won voor het overdreven gemanicuurde (en blanke) La La Land. Chazelle is de meest beroemde naam op de crewlijst en staat ook als producteur exécutif op de aftiteling. Maar alhoewel hij duidelijk iets heeft met Frankrijk, het geboorteland van zijn vader, en met jazzmuziek (zie ook: Whiplash en Guy and Madeline on a Park Bench), is de serie het geesteskind van Jack Thorne, de Britse scenarioschrijver die eerder verantwoordelijk was voor de televisieversies van This Is England en His Dark Materials.

Thorne schreef de acht afleveringen van elk ongeveer een uur van The Eddy, die zich afspelen in en rond de gelijknamige jazzclub in een anonieme, groezelige straat in Parijs. De eigenaren zijn de Frans-Algerijnse Farid (Tahar Rahim, Un prophète), verantwoordelijk voor de organisatie, en Elliot Udo (André Holland, Moonlight), een beroemde Afro-Amerikaanse jazzpianist die na de dood van zijn zoon heeft besloten zijn energie in de creatieve leiding van een club in het buitenland te steken. De huisband waar Udo nummers voor schrijft bestaat naast pianist Randy (toetsenbordlegende Randy Kerber, die ook de liedjes schreef) uit onder andere de Poolse jazz-zangeres Maja (Joanna Kuligm, die in Cold War ook al in Parijse jazzclubs zong), de Cubaanse bassist Jude (Damian Nueva) en de Kroatische drummer-met-dreadlocks Katarina (Lada Obradovic).

Iedere aflevering concentreert zich op één van de personages, te beginnen met Elliot en in deel twee Julie (Amandla Stenberg), zijn eigengereide tienerdochter die uit Amerika op bezoek komt en amper Frans spreekt. Ook Farids vrouw, Amira (Leïla Bekhti), en de jonge barman Sim (Adil Dhebi), beiden met familiewortels in Noord Afrika, worden uitgediept in hun eigen hoofdstukken, nadat ze natuurlijk al eerder opduiken als nevenpersonages. Deze vertelstructuur doet niet heel toevallig denken aan de improvisatiestijl van jazz zelf, waar door een uitgebreide solo een instrument even alle aandacht opeist om daarna weer te versmelten met de rest van de groep.

Het probleem is dat Thorne — en de kijker ook — na twee afleveringen de vader-dochterrelatie van de twee Americans in Paris als rode draad begint te zien en ze dus ook na hun afleveringen nog vaak aan bod komen, zelfs als hun verhaallijntjes los staan van de hoofdfiguur van een nieuwe aflevering. Dit heeft tot gevolg dat de personages die later centraal staan minder gedetailleerd uit de verf komen omdat hun verhalen moeten wedijveren met het wel en wee van Elliot en Julie. Ook een subplot over criminelen — met, heel cliché, geschoren koppen en vette Balkanaccenten — die Farid en de jazzclub bedreigen komt nooit echt tot zijn recht.

Daarbovenop komt nog een ander probleem: Chazelle, die alleen de eerste twee aflevering regisseerde, heeft duidelijk een meer gepolijste stijl dan de andere regisseurs. Hij gebruikte ook een andere director of photography, de cameragod Éric Gautier (Ash is Purest White), die in losse en toch heel precieze bewegingen met 16mm-sensoren draaide die een fijne, vintage-achtige beeldkorrel opleveren waar alles mooier door lijkt. In de rest van de serie baant het camerawerk zich juist met grove, pragmatische vegen een weg door de onderbuik van Parijs en haar banlieues. Dit past eigenlijk veel beter bij de wereld waarin het verhaal zich afspeelt, ver van alle bekende toeristentrekpleisters (de Eiffeltoren komt in acht uur welgeteld één keer voorbij, tussen twee lelijke flatgebouwen).

En zo zijn we aangeland bij wat eigenlijk het beste werkt: The Eddy voelt wél aan als een authentiek portret van het leven in hedendaags Parijs voor mensen die niet tot de jetset behoren maar wel met hun creativiteit hun brood proberen te verdienen. Dus geen sjieke appartementen met kroonluchters en mooie uitzichten maar benauwde, uitgewoonde woninkjes op de begane grond of groezelige flats in de buitenwijken met matrassen op de vloer en zonder werkende deurbel. Production designer Anne Seibel — die in Woody Allens Midnight in Paris het tegenovergestelde liet zien — geeft haar interieurs geen kasten maar juist open planken, waardoor alle rommel constant in zicht staat en je het gevoel krijgt dat de levens en toekomstvooruitzichten van de personages net zo wanordelijk zijn als de plaatsen waar ze ’s nachts uitgeput en nog steeds geen euro rijker in slaap vallen. Maar als deze grotendeels onbekende artiesten samen muziek maken, dan verdwijnen al hun problemen als sneeuw voor de zon. Het is logisch dat ook de editors en regisseurs zelf maar geen genoeg kunnen krijgen van deze bühnescènes — waarin alles live gezongen en gespeeld wordt. The Eddy is geen musical, maar jazzmuziek is wel het levensbloed voor de personages en de serie zelf.

Afleveringen drie en vier werden geregisseerd door Houda Benyamina, een Française van Marokkaanse origine die met Divines (2016) in Cannes de Caméra d’Or won. Haar perspectief is onontbeerlijk in een ontroerende aflevering over een Islamitische begrafenis. Amira, prachtig vertolkt door Bekhti, wordt langzaamaan verscheurd tussen haar kinderen, familie, schoonfamilie en haar The Eddy-familie, die haar proberen op te beuren met muziek. Het is de aflevering waarin de balans tussen het complexe leven van het hoofdpersonage en de doorlopende plotlijnen van de serie het beste werkt.

In een latere episode over Maja, geregisseerd door de Marokaanse Laïla Marrakchi, voel je hoe de behoeften van de grotere verhalen Maja’s eigen verhaal langzaam onderuit trekken. Dat is jammer, vooral ook omdat de intieme gesprekken tussen Maja, die een stoplichtrelatie heeft met Elliot, en Elliots rebelse dochter tot de hoogtepunten van de serie behoren. De moeilijke realiteit van begaafde maar niet heel succesvolle artiesten in hedendaags Frankrijk zien we niet vaak genoeg en de vriendschap tussen twee buitenlandse vrouwen die zich staande proberen te houden in een ander land al evenmin. Dit soort momenten zijn de korte maar indrukwekkende solo’s in een show die verder onderhoudend maar ver van volmaakt is.