AFTER LIFE

Kore-eda Hirokazu: Wat neem je mee naar de hemel?

  • Datum 30-09-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films After Life
  • Regie
    Hirokazu Kore-eda
    Te zien vanaf
    01-01-1998
    Land
    Japan
  • Deel dit artikel

Zijn debuutfilm Maborosi baarde veel opzien op het Filmfestival Rotterdam 1996. Dit jaar was de Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda in Rotterdam aanwezig om zijn nieuweling After life ten doop te houden. Wederom vielen hem staande ovaties en complimenten ten deel. After life is door menigeen al uitgeroepen tot ‘instant classic’.

Hirokazu Kore-eda (Tokyo, 1962) is vreselijk bescheiden en verlegen. Tijdens de vraag-en-antwoord sessie op het Filmfestival Rotterdam kruipt hij het liefst achter de rug van zijn vertaalster en kijkt hij stuurs naar zijn schoenen als festivalgangers hem complimenteren met zijn nieuwe film. "Ik ben niet volledig in staat relaties te onderhouden zonder een camera", geeft hij later toe. "Ik vind het een beetje treurig te moeten toegeven dat ik maar moeilijk contact maak met andere mensen. Lange tijd voelde ik me er ook niet goed over. Maar ik heb er nu mee leren leven. Ik heb geleerd via de camera met mensen te communiceren. Door middel van film creëer ik een leven voor mezelf. Op algemeen niveau geldt dit ook, denk ik. Gebeurtenissen uit het echte leven worden pas reëel als ze worden gereconstrueerd op film. Op die manier maakt film de realiteit."
Filmen is volgens Kore-eda het maken van een herinnering die de vluchtigheid van de gebeurtenissen in het hier en nu overleeft. Dat de werkelijkheid en de herinnering aan die werkelijkheid niet altijd met elkaar overeenkomen, is niet belangrijk als je bedenkt dat uiteindelijk alleen de herinnering overblijft. In zijn nieuwe film After life behandelt Kore-eda de relatie tussen werkelijkheid, herinnering en de verbeelding van herinneringen in film op een zeer originele manier. After life speelt zich af in het voorportaal van het hiernamaals, een soort station tussen de dood en de eeuwigheid. Hier komen de overledenen aan en moeten zij binnen drie dagen hun meest dierbare herinnering formuleren. Deze geluksmomenten worden vervolgens door de werknemers van het tussenstation in scène gezet en gefilmd. Nadat de doden hun persoonlijke filmpje hebben gezien en het gelukkigste moment van hun leven hebben herbeleefd, vergeten zij de rest van hun aardse bestaan en nemen zij dat ene moment mee naar de eeuwigheid van het hiernamaals.
"After life gaat niet over de dood maar over het leven", benadrukt Kore-eda. "Het moeten kiezen van een herinnering in die paar dagen na de dood, dwingt de personages na te denken over hun leven. Voor de reconstructie van hun dierbaarste herinnering wordt expres geen gebruik gemaakt van beelden van hun eigenlijke leven, maar wordt uitgegaan van hun herinnering. Als iemand over zijn verleden vertelt, worden namelijk bepaalde aspecten van de werkelijkheid uitvergroot en andere vergeten. De medewerkers van het tussenstation gebruiken voor het verbeelden van de herinneringen eigenlijk stokoude filmtrucs, zoals ventilatoren om wind te simuleren en watten om wolken weer te geven. Maar omdat zij met die simpele middelen de essentiële onderdelen van de herinnering oproepen, wordt de gebeurtenis nog intenser herbeleefd dan wanneer de personages hem gewoon navertellen."

Straatinterviews
De nu 36-jarige Kore-eda schreef het grootste deel van het script voor After life al tien jaar geleden, maar werd geïnspireerd door gebeurtenissen die nog verder in zijn verleden liggen. "De belangrijkste aanleiding voor het schrijven van After life was de dood van mijn grootvader, ondertussen meer dan vijfentwintig jaar geleden", vertelt Kore-Eda. "Mijn opa leed aan de ziekte van Alzheimer. Toen ik zes was, begon hij langzaam zijn greep op de realiteit te verliezen. Eerst vergat hij dat hij net had geluncht en vroeg hij mijn moeder wanneer het eten zou worden opgediend. Daarna begon hij te verdwalen tijdens wandelingen en moesten we hem meer dan eens ophalen op het politiebureau. Uiteindelijk vergat hij alles dat de moeite waard is in het leven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij zichzelf vergat."
"Ik snapte er toentertijd niets van. Later heb ik veel medische literatuur gelezen over de werking van het geheugen. Die kennis heb ik verwerkt in Without memory, die ik in 1997 maakte. In die documentaire heb ik het idee uitgewerkt dat een mens zonder geheugen en herinneringen niet in staat is nieuwe herinneringen te verwerven. In After life borduur ik voort op de functie van het geheugen en stel ik de vraag naar de meest essentiële herinnering. Welke ene herinnering zou je uitkiezen om mee te nemen naar de hemel?"
Als voorbereiding op het filmen liet Kore-eda een aantal studenten van de filmacademie gedurende zes maanden meer dan 500 mensen in de straten van Tokyo ondervragen over hun dierbaarste herinnering. De vraaggesprekken werden opgenomen met videocamera’s en tijdens collectieve viewings afgespeeld. Kore-eda: "Mijn assistent-regisseurs hadden vooraf al een selectie gemaakt op basis van de aard van de verhalen, het bijzondere karakter van bepaalde personen of hun uitdrukkingen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de verhalen van twaalf personen, variërend van tieners tot bejaarden van ver in de tachtig. Die twaalf herinneringen zijn niet alleen heel verschillend van aard, ze zijn ook gesitueerd in verschillende tijdvakken. Ik wilde namelijk de afgelopen tachtig jaar van de Japanse geschiedenis als extra laag in de film verwerken. De grote aardbeving van 1923, de periode voor de Tweede Wereldoorlog, de oorlog zelf en de naoorlogse welvaartsstaat zijn allemaal vertegenwoordigd via deze vorm van mondelinge overlevering."

Sneeuwstorm
After life werd opgenomen in een oud pand met afbladderende muren en tochtige hoge gangen, dat sterk doet denken aan een afgedankt kantoor. De in sneeuw gevangen stilte rondom het gebouw versterkt de serene en bevreemdende sfeer die rond de locatie hangt. Het lijkt alsof Kore-eda zeer bewust gekozen heeft voor de bureaucratische uitstraling van het gebouw en de kille schoonheid van de winter, het seizoen dat bij uitstek associaties met de dood oproept. Niets blijkt minder waar. "Het liefst wilde ik filmen in een oud schoolgebouw", vertelt de regisseur. "Een schoolgebouw is voor iedereen herkenbaar en kan fungeren als een archetypische ‘common ground’. Bovendien is het idee van school sterk verbonden met het proces van persoonlijke groei en volwassenwording dat de personen in After life doormaken. Je kan zeggen dat het tonen van de filmpjes van persoonlijke herinneringen een soort afstudeerceremonie is."
Kore-eda’s beperkte budget liet hem echter niet toe buiten Tokyo te filmen. Binnen de stad vond hij geen geschikt schoolgebouw. "De enige geschikte locatie die we in Tokyo konden vinden, was een zeventig jaar oud overheidsgebouw en dat bleek uiteindelijk prima te werken", aldus de regisseur. "Het kantoor was mooi gelegen in het groen en helemaal begroeid met klimop. Tijdens het interviewen gleden we echter ongemerkt van de zomer in de winter en kregen we ook nog eens te maken met de heftigste sneeuwstorm in jaren, waardoor alles onder een dik pak sneeuw verdween. Toevallig bood het script een aanknopingspunt voor het plotselinge winterweer. Op een gegeven moment vertelt namelijk één van de medewerkers van het tussenstation over zijn vroegste herinnering, en dat betreft een sneeuwlandschap. Dat neemt niet weg dat ik voor het contrast ook een herinnering over kersenbloesems en een zomerbriesje in de tram heb opgenomen. Als ik in de zomer zou hebben gefilmd dan had ik waarschijnlijk een paar winterherinneringen in het script verwerkt."

Zielige filmmakers
Kore-eda’s uitgebreide ervaring als documentairemaker is duidelijk af te zien aan After life. Hij improviseerde soepele oplossingen voor de beperkingen van de set en de niet voorziene weersomstandigheden. Naast professionele acteurs maakt hij gebruik van niet-professionele acteurs die hun eigen verhaal vertellen voor de camera. Ook in de cameravoering, die soms bijzonder los en beweeglijk is, laat Kore-eda ruimte voor toeval. Hiermee breekt hij opzettelijk met de strikte stilering van zijn debuutfilm Maborosi. "Na het filmen van Maborosi viel ik ten prooi aan een hoop zelfkritiek", licht hij zijn verandering in werkwijze toe. "In die film zaten ongeveer driehonderd scènes en die waren ‘storyboarded to death’. Ik wilde het beeld dat ik in mijn hoofd had precies zo herscheppen en was daardoor helemaal afgesloten voor de mogelijkheden die de set en de acteurs boden. Mijn achtergrond als documentairemaker heeft totaal geen invloed gehad op Maborosi en dat wilde ik anders doen in After life. Al in de eerste scène van After life, waarin ik met een handcamera twee medewerkers van het tussenstation de trap op naar hun kantoor volg, geef ik aan dat dit een totaal andere film is."
Toch vindt Kore-eda dat er grote verschillen bestaan tussen zijn werk voor tv en zijn films. "Als documentairemaker behandelde ik voornamelijk sociaal-politieke onderwerpen", vertelt hij. "Ik dacht met mijn werk anderen de mogelijkheid te geven hun mening te verkondigen en daarmee het publiek te kunnen beïnvloeden en veranderen. Nu ik films maak, besef ik dat ik alleen maar anderen in beeld breng om mezelf te uiten en te veranderen. Ik realiseer me dat het maken van documentaires een manier was om tegen de kijker te zeggen: kijk naar mij en mijn idealisme. Ik weet nu dat mijn eigen ego altijd fundamenteel bij het filmen betrokken is. Wat dat betreft herken ik mezelf erg in de medewerkers van het tussenstation in After life, die via het filmen van andermans herinneringen dichterbij hun eigen ultieme herinnering proberen te komen. Zij staan door hun scheppende werk niet als een god boven de mensen wiens herinneringen ze reconstrueren; filmen is juist een vreselijk menselijke bezigheid. Als er een god zou zijn, dan zou hij een plek als dat tussenstation creëren puur om ons, zielige filmmakers, tegemoet te komen."

Edo Dijksterhuis