Philippe Lacôte over Night of the Kings

Verhalen uit het laboratorium van de toekomst

Philippe Lacôte (foto: AFP)

In Night of the Kings combineert Philippe Lacôte een ode aan de West-Afrikaanse verteltraditie met de biografie van een gangster, klassiek Griekse dramaturgie en maatschappijkritiek.

In de gevangenissen van Ivoorkust is het gewoonte een gevangene aan te wijzen als verhalenverteller, hem Roman te noemen en hem te verplichten de penitentiaire populatie iedere avond te vermaken. Philippe Lacôte hoorde het van een jeugdvriend die in La Maca had gezeten, een berucht cachot in de buurt van de hoofdstad Abidjan.

“De verhalenverteller wordt in werkelijkheid niet vermoord als hij stopt met vertellen”, glimlacht de regisseur. Dat heeft hij er zelf bij verzonnen voor zijn tweede speelfilm Night of the Kings (La nuit des rois). Een jonge nieuwkomer wordt door de aftakelende ‘koning der gevangenen’ gebombardeerd tot Roman. In de nacht dat de maan rood kleurt, moet hij vertellen tot zonsopgang, of vroegtijdig sterven. Eerst aarzelend maar steeds overtuigender verhaalt hij over de gangster Zama King, terwijl medegevangenen de woorden uitbeelden in zang en dans en de kijker wordt meegevoerd naar historische en mythische decors.

Night of the Kings

Lichamen
“Zama King heeft echt bestaan”, vertelt Lacôte. “Hij was kindsoldaat tijdens de burgeroorlog die tussen 2001 en 2011 woedde in Ivoorkust. Toen hij daarna werd afgewezen voor het officiële leger koos hij het criminele pad. Op een gegeven moment keerde de bevolking zich tegen hem en werd hij gelyncht. Ik heb filmpjes ervan gezien op sociale media en dacht: wat is er toch gebeurd met mijn land, dat we zoveel geweld normaal vinden? Zama King staat symbool voor wat er allemaal is misgegaan in politiek, maatschappelijk en militair opzicht. Mijn film kun je zien als een metafoor voor de situatie in Ivoorkust. Na een tien jaar durende nachtmerrie kunnen we niet veel meer doen dan verhalen vertellen en nieuwe dromen fabriceren. Hopelijk leidt de macht van de verhalenverteller tot catharsis.”

Lacôte kent La Maca uit eigen ervaring. Als zevenjarige kwam hij er bijna wekelijks voor bezoekjes aan zijn moeder, die als activist van de democratiseringsbeweging was vastgezet. “Gevangenen zitten niet in cellen maar lopen vrij rond. Ze vormen een eigen gemeenschap, met koningen en koninginnen aan het hoofd, en eigen codes en wetten.” Opnames maken in de gevangenis zelf was te complex, dus liet Lacôte La Maca nabouwen. De constructietekeningen werden gemaakt op basis van zijn eigen herinneringen en input van voormalige gevangenen. Zelfs de graffiti is één op één overgenomen van het origineel.

De gevangenisgemeenschap liet zich minder makkelijk nabootsen. “We hebben eerst audities gedaan met reguliere acteurs, maar dat werkte niet”, vertelt Lacôte. “Toen hebben we een kantoortje gehuurd in een volkswijk van Abidjan en hebben we tweeduizend jongeren voorbij laten komen: acrobaten, zangers, vechters en nog veel meer. Veertig nodigden we uit voor een twee maanden durende workshop en in die tijd is de rolverdeling uitgekristalliseerd. Zeker een kwart van de figuranten bestaat uit ex-gevangenen. Die weten authenticiteit in hun houding en bewegingen te leggen. Want een gevangenis gaat over lichamelijkheid, over lichamen die opgesloten zitten en bedreigd worden. In de film wordt dat nog benadrukt door de regel dat een leider die ziek is, hij zelfmoord moet plegen.”

Die leider, Blauwbaard, wordt gespeeld door Steve Tientcheu, een bekende acteur in Frankrijk. Hem hoefde Lacôte weinig instructies te geven. Heel anders was dat met Bakary Koné, die Roman vertolkt. “Hij komt uit de buurt waar Zama King ook vandaan kwam en had affiniteit met het verhaal. Maar bij de auditie las hij een schoolgedichtje voor en waren we niet onder de indruk. Toch liet de casting director hem terugkomen, die had iets gezien. Bakary was ongelooflijk verlegen maar op een gegeven moment viel alles op z’n plek. Als Roman in de gevangenis arriveert, weet hij niet wat hem te wachten staat. In de film ze je hem groeien in zijn rol van verhalenverteller en tegelijk zie je Bakary een echte acteur worden.”

Eenregelige samenvatting
“Ik ben hypernarratief”, zegt Lacôte over zichzelf. “Ik zie overal een verhaal in. Maar ik heb geleerd dat je een complex verhaal zo simpel mogelijk moet brengen, dat je het kunt samenvatten in liefst één regel. Zodra dat lukt, weet ik dat een film mogelijk is.”

In de uitwerking versplintert zo’n eenregelige samenvatting bij Lacôte al snel in talloze lijnen en lagen. Night of the Kings refereert aan griots, die al sinds de twaalfde eeuw als zangers aan West-Afrikaanse hoven de geschiedenis overleveren, maar knipoogt ook naar Shakespeare en natuurlijk Sjeherazade, die de verhalen van Duizend-en-één-nacht vertelt. De clash tussen een mythische koningin en haar broer staat bol van de visuele effecten, maar de entourage van de koningin bestaat uit echte jagers van de Dozo-stam die soms honderd jaar oude kostuums dragen. Prekoloniale geschiedenis wordt vermengd met mythes en tradities en een flinke scheut magisch denken.

“Toen ik nog korte films maakte, klaagden mijn producenten dat ik altijd drie films in één wilde stoppen”, lacht Lacôte. “Ik werk graag met een mix van heden en verleden, feit en fictie. Door eenheid van tijd, locatie en handeling aan te houden, zoals in de klassiek Griekse drama’s, breng ik een beetje lijn in die verschillende ingrediënten. Ik geef toe dat het niet makkelijk is om de juiste balans te vinden, maar het levert mijn soort cinema op.”

En dat is volgens Lacôte ook een filmtaal die past bij West-Afrika. “Magie is hier een alledaagse aangelegenheid. Je kunt naar de rechtbank gaan en iemand horen zeggen dat hij een aap heeft gedood die later zijn broer bleek te zijn. Daar kijkt niemand van op. Dat schakelen tussen verschillende niveaus van bewustzijn zit in onze cultuur.”

Bruce Lee
Night of the Kings was vorig jaar de Ivoriaanse inzending voor de Oscars, net als Lacôte’s vorige film Run (2014). Daarnaast grossiert de regisseur in prijzen van internationale festivals. Niet slecht voor een autodidact. “Mijn eerste kennismaking met film was in een buurtbioscoop genaamd Le Magic. Al op jonge leeftijd dropte mijn moeder me daar als ze naar een demonstratie ging of een illegale bijeenkomst van activisten had. Ik zag vooral Bollywood- en karatefilms. Op een middag draaide er een Bruce Lee-film en stond een geagiteerde kijker op om een slechterik op het scherm aan te vallen met een mes. Wij vonden het natuurlijk vreselijk dat de voorstelling werd stilgelegd, maar ik dacht later: wat geweldig dat fictie en werkelijkheid zo kunnen overlappen. Op dat moment besloot ik filmmaker te worden.”

De enige die hij kende die in de buurt kwam van de filmindustrie, was de operateur die de film projecteerde. “Dus begon ik daar. Toen ik later in Toulouse linguïstiek studeerde, draaide ik films in de lokale bioscoop. Daarna werkte ik als producent en leerde ik hoe je moet omgaan met budgetten en wat de invloed is van keuzes in de workflow op het eindproduct. Distributie heb ik ook nog een tijdje gedaan. Ik vond het belangrijk om alle schakels in de keten, het hele proces, te kennen voordat ik een eigen film maakte.”

Lacôte’s debuut Run was de eerste speelfilm die in Ivoorkust werd gemaakt in ruim tien jaar tijd. Het is niet overdreven te stellen dat de film eigenhandig de nationale filmindustrie reanimeerde. Hij was aanleiding voor het opzetten van een filmfonds, dat weliswaar beperkte middelen heeft maar wel tien tot vijftien producties per jaar mogelijk maakt. Er wordt samengewerkt met Frankrijk maar ook met omringende landen.

Lacôte’s eigen carrière is in een stroomversnelling gekomen sinds Night of the Kings internationaal werd opgemerkt en hij een Amerikaanse agent kreeg. Wat zijn volgende project wordt, weet hij nog niet. “Misschien iets met dans of een historisch drama. Maar het zal in ieder geval iets zeggen over het hedendaagse leven in Afrikaanse steden. Die beschouw ik als laboratoria voor de toekomst en ik heb als Afrikaans filmmaker de verantwoordelijkheid ze in beeld te brengen.”


Night of the Kings is te zien vanaf 8 juli.