Mamoru Hosoda over Belle

'Het internet is al twintig jaar mijn thema'

Belle

In de animatiefilm Belle komen drie thema’s samen die Mamoru Hosoda al decennia bezighouden: het internet, de menselijkheid van het beest – en walvissen. Met als overkoepelend idee dat uiterlijk maar weinig zegt over innerlijk.

In 2000 maakte hij de kortfilm Digimon Adventure: Our War Game!, zijn tweede regie. In 2009 regisseerde hij Summer Wars. En dan nu Belle (Ryū to sobakasu no hime). Ruwweg elke tien jaar maakt Mamoru Hosoda een film die zich voor een groot deel afspeelt in een online wereld – je zou ze een trilogie kunnen noemen.

“Het internet is al twintig jaar een van mijn hoofdthema’s”, zegt Hosoda in Cannes, waar ik hem in juli 2021 kort kan spreken. “Terwijl het pas zo’n vijfentwintig jaar bestaat.” En zonder valse bescheidenheid: “Dat maakt me vrij uitzonderlijk.”

Die films waren telkens gebaseerd op het internet zoals het toen was, gecombineerd met futuristische vooruitblikken die de tand des tijds redelijk hebben doorstaan. Zo werd er in Digimon Adventure: Our War Game! nog ingebeld via ISDN, maar ook al moeiteloos wereldwijd ge-livestreamd.

Hosoda’s internet onderscheidt zich door z’n vormgeving. De frisse, uitnodigende online wereld van Summer Wars (waarvoor Digimon een voorstudie was) heeft wit als grondkleur, met ronde vormen en veel roze en turquoise en een uitzinnige hoeveelheid kleurrijke avatars. Voor Belle contacteerde Hosoda de jonge Londense architect Eric Wong, die geen enkele filmervaring had. Hem de verantwoordelijkheid geven voor het uiterlijk van zo’n groot project was eigenlijk ongehoord. Maar het pakt prachtig uit: de wereld van Belle is een onafzienbare, gigantische stad geworden, al is het er feitelijk één zonder onder en boven. Ontzagwekkend, nog steeds uitnodigend – want beeldschoon – maar ook enigszins intimiderend. Niet langer de frisse, fantasievolle openheid van Summer Wars en meer een daadwerkelijke plek.

Digimon Adventure: Our War Game!

Online identiteit
Dat past bij de veranderende rol van het internet. In Digimon Adventure: Our War Game! is internet nog vooral een communicatiemiddel en informatienetwerk; in Summer Wars domineert de virtuele werkelijkheid; en in Belle is internet inmiddels een volwaardige tweede wereld, waarin mensen een belangrijk deel van hun identiteit beleven. Niet voor niets heet de online wereld in Summer Wars ‘OZ’, een droomwereld, en in Belle ‘U’ – you (en is ‘ie in Digimon nog naamloos).

Ook de tegenstanders veranderen mee. In Digimon is het een viraal creatuur, dat via computernetwerken grote delen van de maatschappij platlegt; in Summer Wars een op hol geslagen artificiële intelligentie; maar in Belle, de futuristische versie van het heden, komen de grootste problemen van de mensen zelf, met hun vileine commentaren en eigenrichting. “Ook in Japan is dat echt een probleem”, zegt Hosoda in Cannes. “Al die trollen en online agressie. Anonimiteit kan leiden tot wreedheid.” Wat zich overigens in al zijn versies van het internet uit in cliché schiet- en knokpartijen waarvan onduidelijk is waarom de fysica daarvan online net zo zou werken als offline. En waarom zouden de ontwerpers van U überhaupt wapens toestaan? En kun je dan gewond raken? Sterven? Waarom zou je vluchten als je online achtervolgd wordt in plaats van gewoon uitloggen? Voor zulke bijzonder ontworpen en doordachte werelden is dit aspect schokkend fantasieloos.

Veel relevanter is een andere straf waarmee in de online wereld van Belle wordt gedreigd: het onthullen van je offline identiteit. Want dan zou iedereen zien dat achter de populaire, beeldschone zangeres Belle een muizig, getraumatiseerd schoolmeisje schuilgaat, die sinds de dood van haar moeder geen noot meer kan zingen zonder misselijk te worden. Wat de vraag oproept welke versie van haar de meest authentieke is: de digitale of de analoge? Welk uiterlijk zegt het meest over haar innerlijk? Wat is haar ware gezicht en wat is het masker?

Summer Wars

Beestachtige schoonheid
En zo komen we bij La belle et la bête, de achttiende-eeuwse Franse klassieker. Ook dat is een thema dat Hosoda al lang met zich meedraagt. Hij stond zelfs op het punt te stoppen als animator, vastgelopen in z’n ambities, toen het zien van Disney’s Beauty and the Beast (Gary Trousdale en Kirk Wise, 1991) hem hernieuwd inspireerde. Sindsdien wilde hij een eigen versie maken.

Maar daarvoor moest hij, vond hij, eerst op bezoek bij Disney-maestro Glen Keane, die destijds het Beest animeerde. “Om te zeggen hoeveel respect ik had voor zijn versie van Beauty and the Beast”, aldus Hosoda. “Uiteraard waardeer ik ook de versie van Jean Cocteau [uit 1947], maar die leeft helaas niet meer.”

Internationale invloeden dus, waarbij opgemerkt mag worden dat de Zuid-Koreaanse Disney-animator Jin Kim (Frozen, 2013; Moana, 2016) het basisontwerp maakte voor Belle – die er inderdaad uitziet als een Disney-prinses door een anime-bril – en dat Tomm Moore en zijn team van de Ierse animatiestudio Cartoon Saloon (Song of the Sea, 2014; Wolfwalkers, 2020) aan Hosoda zulke mooie concepttekeningen aanleverden voor het natuurgebied rondom het kasteel van het Beest, dat die gewoon onbewerkt zijn gebruikt. En van Moore’s Wolfwalkers is het dan weer een kleine stap naar Hosoda’s eigen Wolf Children (2012) en The Boy and the Beast (2015), waarin het thema van La belle et la bête ook al viel te herkennen: moeten we neerkijken op – of zelfs bang zijn voor – een beest, een wolf?

Belle

Vliegende walvis
Of een walvis – ook zo’n terugkerend element in Hosoda’s oeuvre. In de openingsscène van Belle staat de titelheld daar trots bovenop te zingen, terwijl het enorme beest door de online wereld vliegt. Een New Age-cliché, in mijn ogen (zij het een prachtig vormgegeven New Age-cliché), van een alom geliefd dier, maar voor Hosoda verbeeldt ook die walvis menselijke angsten.

“Ik gebruik walvissen inderdaad vaak als motief. En ik houd ook erg van wolven”, beaamt Hosoda. “Het zijn dieren die door de mensheid vaak als slecht zijn gezien. Zoals de wolven in middeleeuws Europa. Of de walvis die in Moby Dick de vijand is, symbool van de natuur die moet worden overwonnen.” En juist daarom geeft hij ze een ereplek: “Ik voel sympathie voor ze en wil ze graag een handje helpen.”

En toch. Hoe indrukwekkend en origineel Hosoda’s fantasiewerelden ook zijn, virtueel of magisch, met vliegende walvissen of sprekende wolven, toch zijn het zijn huiselijke tafereeltjes die op mij de meeste indruk maken. Dat geldt voor Mirai (2019), waarin een vierjarig jongetje moet wennen aan het baby’tje dat het gezin komt uitbreiden, en het geldt ook voor Belle: de online superster Belle is lang niet zo boeiend als het offline meisje Suzu dat erachter schuilgaat. Net zoals de spectaculaire computeranimatie van U minder dichtbij komt dan de traditioneel geanimeerde strubbelingen van Suzu in haar dagelijks leven.

Maar Hosoda heeft gelijk met zijn uitgangspunt van Belle, dat die twee werelden inmiddels onlosmakelijk verbonden zijn. Waarbij op het internet ook delen van de identiteit die in de dagelijkse werkelijkheid vastlopen tot bloei kunnen komen. “Ik wil niet zeggen dat het internet alleen maar slecht is. Jonge mensen gaan er hoe dan ook mee moeten leven. Dus ik wijs liever op het positieve potentieel.” En, nog steeds zonder valse bescheidenheid: “Dat ik altijd een positieve kijk op het internet heb gehad maakt me min of meer uniek in deze industrie.”


Belle draait vanaf 26 mei 2022 in de bioscoop.