Kaboom 2024: Competitie

De verheugende invloed van Miyazaki

Deep Sea

Traditioneel zet éénpersoonsjury KEES Driessen de Kaboom-competitie voor lange animatiefilms op een rij. Wat wordt KEES’ Kaboom Knaller van 2024?

Net als vorig jaar en het jaar daarvoor zet Filmkrant (en in dit geval c’est moi) alle lange competitiefilms van het Kaboom Animation Festival van tevoren op een rijtje. Eindigend bij: KEES’ Kaboom Knaller van 2024.

Dit jaar eindigen we bij een film die leentjebuur pleegt bij Hayao Miyazaki’s Spirited Away (2001) en tegelijk indrukwekkend vernieuwend is. Terwijl buiten competitie ook nog een film te zien is die zowel een ode is aan Ghibli als daar een enthousiasmerende eigen draai aan geeft. Allebei geven ze het geruststellende gevoel dat de invloed van Miyazaki zal voortleven voorbij zijn onvermijdelijke afscheid. Miyazaki gaat dood, lang leve Miyazaki!

Maar eerst tellen we de zeven competitiefilms af, waarbij ik – om mijn kaarten direct op tafel te leggen – veel gewicht toeken aan de animatie van de animatie: het artistiek tot leven brengen van je creaties.

7) Mechanisms Common to Disparate Phenomena: #59 van Joost Rekveld
Met alle respect voor de uniciteit van Rekvelds onderzoekende benadering, is dit niveau van visuele abstractie niet aan mij besteed. Net zo min als Rothko of de late Mondriaan, overigens, en die hebben ook hun bewonderaars. Zelf zou ik liever de making-of zien: hoe Rekveld met een reeks historische (vanaf de jaren zestig) analoge machines de hypnotiserende elektronische patronen genereerde – oscillerende lijnen, pulserende ruis – waarmee hij in #59 het ongrijpbare wetenschappelijke begrip ‘chaos’ benadert. Oftewel: “What are the possible steady states of a non-lineair system?

6) Knit’s Island van Quentin L’helgoualc’h, Ekiem Barbier en Guilhem Causs
De tijd is rijp voor documentaires over het leven in multiplayer games. Net als Ibelin en Grand Theft Hamlet, beide uit dit jaar, gaat Knit’s Island op zoek naar de sociale werkelijkheid van virtuele werelden. Want hoewel soms afgeleid door zombies en killer squads, treffen de makers op de dunbevolkte 250 km2 van de game DayZ vooral mensen die duizenden uren doorbrengen met ronddwalen, gebouwen optrekken, voedsel verbouwen en gemeenschappen vormen. Waarbij de landschappen behoorlijk indrukwekkend zijn, maar de digitale personages nog altijd houten klazen.

5) Sultana’s Dream (El sueño de la sultana) van Isabel Herguera
Sympathieke film met onvaste plot en beperkte animatietechniek – het zijn voornamelijk licht geanimeerde illustraties, waarbij de visuele kracht vooral schuilt in de stileringen: aquarel met uitwassende kleurvlakken; cut-out schaduwfiguren; henna-achtige lijntekeningen. Hoofdpersoon is de Spaanse Inés, zelf animatieregisseur, die in India het sciencefictionverhaal Sultana’s Dream (1905) ontdekt, waarin vrouwen heersen over mannen. Dat Inés dat ‘Ladyland’ ook in India niet aantreft, mag geen spoiler heten. Maar dat de vragen die deze omgekeerde tirannie oproepen in Herguera’s beschouwelijke film verder worden genegeerd, verbaast wel een beetje.

4) When Adam Changes (Adam change lentement) van Joël Vaudreuil
Ook hier een bescheiden animatieniveau, maar ditmaal passend bij de minimalistische tekenstijl. Alleen bij ingewikkelder bewegingen, zoals rennende honden, rammelt het. Er zit één heel goed idee in, waaraan de film z’n titel ontleent: elke keer dat Adam negatieve kritiek krijgt op z’n uiterlijk (lang torso! kleine handen! steeds dikker!), verandert z’n lichaam ook echt in die richting. Wat overtuigend het cumulatieve effect van zulke opmerkingen op het zelfbeeld toont. Extra jammer dat de meanderende plot hiermee verder niks doet en vooral terugvalt op highschoolclichés.

3) Slide van Bill Plympton
Het is niet z’n beste bijna-in-z’n-eentje-gemaakte lange animatie (dat is Idiots and Angels, 2008), maar ook cowboykomedie Slide getuigt weer van Plymptons waanzinnige beheersing van ruimtelijke bewegingen – extra knap vanwege de entfesselte Kamera, karikaturale uitvergroting en relatief weinig beeldjes per seconde. Maar met dat laatste kom je weg, als al je beelden raak zijn. En dan kun je zelfs, in maar een handvol plaatjes, door een mond naar binnen en door de anus weer naar buiten vliegen, zonder je kijkers ergens onderweg kwijt te raken.

2) Chicken for Linda! (Linda veut du poulet!) van Sebastien Laudenbach en Chiara Malta
In de trailer van de openingsfilm van Kaboom Amsterdam schrok de wat koddige tekenstijl me nog af. Ten onrechte: de personages zijn genuanceerd (à la Annie MG, maar realistischer) met uitmuntend stemacteren, het kleurgebruik is aantrekkelijk expressionistisch, het verhaaltempo ligt lekker hoog en bovenal, wat uit de trailer nog niet echt bleek: iedereen beweegt geweldig. Hoeranimatie! Dat brengt het verhaal tot leven over de lieve, onredelijke en extreem vasthoudende achtjarige Linda die, ondanks een winkelsluiting, per se het kipgerecht wil hebben dat haar aan haar overleden vader herinnert.

1) Deep Sea (Shen Hai)van Xiaopeng Tian
Tijdens de Berlinale, op groot scherm, overdonderde Deep Sea me door de vorm. Net als, op een heel andere manier, Spider-Man: Into the Spider-Verse (2018), blaast deze Chinese productie mainstream computeranimatie nieuw leven in. Het verhaal leunt op Spirited Away, met een meisje dat haar ouders kwijtraakt en vervolgens in een fantasiewereld stevig aan de bak moet. Dit keer onderwater, fantastisch gestileerd met hyperrealistische CG-texturen naast spectaculair ‘particle ink’-pointillisme (geïnspireerd door traditionele Chinese inktschilderingen), dat fel paars, blauw en roze sprankelt over het scherm.

Buiten competitie
Ook buiten competitie zijn op Kaboom lange animatiefilms te vinden. Zoals – in het themaprogramma Welcome Home – het eerder in Filmkrant besproken, geweldige en totaal eigen The Wolf House (La casa lobo, 2018) van Christobal Leon en Joaquin Cociña, waarschijnlijk de meest unheimische animatiefilm die ik ooit zag.

Ook erg goed is A Silent Voice (2016) van regisseur Naoko Yamada, die net als in haar serie K-On! (2009-10) een meester is van het alledaagse dralen en van het op zo’n manier verbeelden van kleine momenten dat duidelijk wordt hoe belangrijk ze voor de betrokkenen zijn. Wat ze hier inzet voor een bij vlagen enorm intens en psychologisch genuanceerd verhaal van het pesten, meepesten en gepest laten worden van een dove klasgenoot – en hoe dat mensen en relaties op zware, maar ook subtiele manieren beïnvloedt.

Sirocco and the Kingdom of the Winds

En dan: Sirocco and the Kingdom of the Winds (Sirocco et le royaume des courants d’air, 2023) van de Franse regisseur Benoît Chieux. Nog nooit zag ik een film die zó Ghibli is en tegelijkertijd zó eigen. Tekenstijl, bewegingen en vooral de fantasiewereld vol wonderlijke wezens (die twee zusjes op z’n Spirited Away’s betreden) eren Miyazaki, gefilterd door een Franco-Belgische klare lijn. Niet voor niets is het Franse (en Nederlandse) woord voor de woestijnwind die met een Italiaans leenwoord uit het Libisch-Arabisch ‘ghibli’ heet: sirocco.

I rest my KEES.


Kaboom Animation Festival | 5 t/m 7 april, Slachtstraat e.a., Utrecht | 11 t/m 14 april, Eye Filmmuseum e.a., Amsterdam | 5 t/m 14 april online