Jos Stelling over De dans van Natasja

'Ik bescherm het jochie in mij'

Jos Stelling op de set van De dans van Natasja. Foto: Mark de Blok

Elf jaar na Het meisje en de dood rondt Jos Stelling zijn filmcarrière af met een bitterzoet sprookje over een zwijgzame jongen en een oud-balletdanser die samen afreizen naar Rusland. “Als je ouder wordt, wil je terug naar je roots.”

In De dans van Natasja, volgens Jos Stelling (1945) zelf zijn laatste speelfilm, staat een zwijgzaam personage centraal. Daantje (Willem de Voogd) heeft niets te zeggen; hij observeert uitsluitend. In de eerste akte is zijn hardvochtige jeugd te zien. Hij groeit op met een moeder (een mooie rol van Hadewych Minis) die het moeilijk vindt om van haar kind te houden en met een vader (Gene Bervoets) die onder meer te boek staat als schuinsmarcheerder.

Later in zijn leven cultiveert Daantje een vriendschap met oud-balletdanser Natasja (Anastasia Weinmar). Zij is na een aantal teleurstellende relaties klaar met mannen en wil weg uit Nederland, terug naar haar roots, naar de datsja van haar oma in Rusland. Daantje reist met haar mee, in een in fraai zwart-wit gefilmd drama dat zich laat omschrijven als onvervalst Stellingiaans. De dans van Natasja is een bitterzoet sprookje en een laatste groet van een cinefiel.

Stelling werd aan het begin van zijn carrière, toen Mariken van Nieumeghen in 1974 in première ging op het filmfestival van Cannes, al vergeleken met Italiaanse maestro’s als Pasolini en Fellini. Stelling maakte in zijn jonge jaren op een katholieke kostschool kennis met Italiaanse en Franse cinema, en die invloed is ook in zijn nieuwe film weer zichtbaar.

In zijn kantoor in Springhaver – een van de drie filmtheaters die Stelling in Utrecht bestiert – vertelt de filmmaker over zijn voorliefde voor Italiaanse films. “Fellini is een van mijn favorieten, zijn werk zit vol humor en zelfspot. Ik heb ook wel eens gezegd: wil je iets weten over Italië? Ga dan niet naar een VVV, maar ga Amarcord [1973] zien, dát is Italië. Uit dat land komt ook het neorealisme, dat gepaard ging met het idee dat iedereen films kan maken, dat je geen sterren nodig hebt. Daar kreeg je in de jaren vijftig films met gewone mensen op gewone locaties. En dan is er nog de katholieke invalshoek, die weer leidt tot nieuwe perspectieven. Dat vind ik mooi.”

De dans van Natasja

Hoe beschouwt u de invloed van het katholicisme op uw werk, en op dat van uw Italiaanse voorgangers? “Protestanten worden altijd een beetje boos als ze katholieke kunstuitingen zien. Katholieken kunnen goed liegen. Films maken is ook een kwestie van marchanderen en jokken. Maar het heeft ook te maken met het voorstellingsvermogen van katholieken. Er wordt wel eens gezegd dat zij de enigen zijn die weten hoe de hemel eruitziet.”

In De dans van Natasja zit ook een shot van de hemel, van voorbijtrekkende wolken. “Dat heb ik altijd al fantastisch gevonden. Zo’n beeld heeft iets kinderlijks, dat je er gezichten in herkent. En het heeft ook iets ontzettend dramatisch, het zegt iets over onze existentie: wat doen we hier eigenlijk?”

Uw film lijkt ook te draaien om het proces van filmmaken an sich. Zo zegt een van de personages op een gegeven moment: ‘Hoe vind ik woorden voor hoe ik me voel?’ Dat is natuurlijk uitgerekend de taak van de filmmaker, om een juiste toon – al dan niet met woorden – te vinden. “Woorden zijn zo absoluut. Dat gaat ook om de ziel. Kijk, ik ben nu twee personen. Ik denk met mijn hoofd en met mijn hart. Als je ouder wordt, dan word je je bewust van het feit dat het kind in je nog aanwezig is. Je bent altijd met z’n tweeën. Ik bescherm het jochie in mij. Dat jochie is stil en kijkt en is emotioneel; hij is het hart. De volwassene is het hoofd. Dus die moet alles uitleggen, zoals ik nu ook zit te doen.
“Maar als ik het heb over zaken als die wolken, dan is eigenlijk dat jochie aan het woord. Ik geef hem de tekst, maar mijn films zijn eigenlijk gemaakt door dat kind.”

Die dualiteit – een dynamiek tussen twee personages – zit in zekere zin ook in al uw films. “Als je een verhaal wilt vertellen, dan heb je gewoon polariteiten nodig. Twee personages, een man en een vrouw, of dag en nacht, of verleden en heden. Daartussenin dient de creativiteit zich aan.” Stelling staat op om een ingelijste prent van Michelangelo’s De schepping van Adam te pakken, waarvan het origineel te zien is in de Sixtijnse Kapel. Hij wijst naar de handen van God en Adam die elkaar bijna raken.
“Dáár zit het spanningsveld, in die afstand tussen hun vingers. Als de handen elkaar hadden geraakt, dan was deze compositie niets waard geweest. Maar het verschil, die ruimte, dát is het gebied van creativiteit, van de poëzie. Als maker probeer je voortdurend een brug te slaan tussen die twee.”

In uw werk valt ook het absurdisme op. Zo is er in De dans van Natasja een koddige rol voor Jan Bijvoet, als een soort nar. “Ik ben daar niet per se naar op zoek. Dat gebeurt spontaan. Zo komt een auteursfilm tot stand. Je wordt door nieuwsgierigheid gedreven en je weet van tevoren nog niet hoe het eindresultaat eruit zal zien.”

De scènes met Bijvoet spelen zich af in Rusland. Kunt u iets vertellen over het verlangen naar dat land en haar kunsten, dat zo voelbaar is in de film? “Het Oosten vertegenwoordigt voor mij het spirituele. We staan daar in Nederland met onze rug naartoe gekeerd. We pikken wel de grote Russische schrijvers en componisten op, maar we doen net alsof dat geen Russen zijn. Wij denken in het Westen dat we pragmatisch zijn. We vinden geld verdienen en handel interessant.
“Maar waar mijn film vooral om draait, is dat als je ouder wordt, je terug wil naar je roots. Naar de plek waar alles veilig is en vanzelfsprekend. Daantje keert terug naar zijn moeder in de vorm van Natasja. En Natasja keert terug naar haar jeugd in Siberië. Maar ik moet de film niet te veel gaan duiden.”

Waarom niet? “Vragen zijn interessanter dan antwoorden. Als de film begint dan is onze rol uitgespeeld en hebben wij als makers niets te zeggen.”

Was er voor u een specifieke reden om in zwart-wit te filmen? “Ik wilde eenvoud. Simpelheid hoort bij het afscheid, bij het einde van de weg. Soms sta je in een museum te kijken naar een schilderij, bijvoorbeeld van Karel Appel, en dan hoor je ouders zeggen: ‘Mijn kind kan dat ook.’ Dan denk ik: dat zou kunnen, maar hun kind heeft dat schilderij niet gemaakt. Dat soort eenvoudig ogende kunstwerken kun je namelijk alleen maar creëren aan het einde van een carrière. Ik had het een keer met mijn componist over een themaatje van Chopin met vier noten. Toen zei ik tegen hem: waarom kan jij niet zoiets bedenken? Hij legde uit dat Chopin die partij schreef tegen het einde van zijn carrière. Die eenvoud dient zich aan tegen het einde van de weg. Dan wordt het universeel en groots.”

Dus De dans van Natasja is echt uw afscheid? “Ja, er wordt in de film ook 29 keer afscheid genomen. Maar dat is het leven: afscheid nemen. Daar word je eenzaam van, want je wil ook geen nieuwe kennissen leren kennen, daar moet je op een gegeven moment toch weer afscheid van nemen. Dus moet je zorgen dat je mooi uitdooft. Daar ben ik wel mee bezig en daar gaat deze film heel duidelijk om, de cirkel van het leven.
“Ik ben er sowieso klaar mee, met het maken van films. Ik ga een boek schrijven over mijn films en over mijn leven, en dat is erg geestig hoor. Vol humor. Ik heb veel gelachen; ik heb een fantastisch leven gehad, een fantastisch filmleven. Dat wil ik vooral uitdragen. En er komen nog steeds veel mensen hier langs, jonge filmmakers, en dan lullen we over ons vak. Dat blijf ik gewoon nog even doen.”