Guido Hendrikx over A Man and a Camera

De camera als breekijzer en harnas

A Man and a Camera

Eigenlijk is de titel van de nieuwe film van Guido Hendrikx, A Man and a Camera, al teveel informatie. Vorige week ging hij in première op CPH:DOX in Kopenhagen. Een gesprek over alles behalve de film. En toch een gesprek over de film, behalve over alles. Vanaf 29 juli in de filmtheaters.

Ik Zoom met Guido Hendrikx, maar zijn camera doet het niet. Dat is ergens wel toepasselijk, want de nieuwe film van de regisseur van Stranger in Paradise (2016) mag dan wel A Man and a Camera heten, man en camera zien we eigenlijk niet, tenzij als schaduw en reflectie. Afgelopen week beleefde hij zijn wereldpremière tijdens CPH:DOX in Kopenhagen en voordat hij deze zomer in Nederland te zien zal zijn, benutten we dit moment voor een experiment. Kun je spoilervrij over deze film praten? Meestal kan me dat niet zoveel schelen, maar nu vind ik eigenlijk de titel al teveel.

Wanneer is er bij jou voor het laatst belletje geleld? “Dan moet ik even goed nadenken…”

Bij mij afgelopen zondag. “Ik woon nu in een appartementencomplex, dus ik weet niet of dat telt. Er belt weleens iemand aan en dan zeg ik via de intercom ‘Hallo’, maar dan hoor ik niets. Waar ik ben opgegroeid in Eindhoven kwam dat wel vaker voor. Dat je de voordeur opendeed en dat er niemand stond.”

Heb je als kind zelf belletje geleld? “Jawel. En sowieso veel kattenkwaad uitgehaald. Je had van die horloges waar je op afstand alle tv’s mee kon bedienen. Dan ging ik met een vriendje voor een raam staan en de tv bij andere mensen harder of zachter zetten. Of op een andere zender.”

Even voor de goede orde: A Man and a Camera is géén film over belletje lellen. Maar hij gaat op een bepaalde manier wel over drempels en deuren.

Guido Hendrikx. (Foto: Geert Snoeijer)

Is het voor een filmmaker een goede eigenschap om een beetje een kwajongen te zijn? “Een bepaalde brutaliteit wel. Zeker als je je daar zelf van bewust bent.”

Wat heeft die brutaliteit jou gebracht? “Dat je eerder naar plekken gaat of situaties uitzoekt of creëert die iets bijzonders of vernieuwends kunnen opleveren. Ook bij deze film moest ik wel steeds een drempel over. Het plan dateert al van tien jaar geleden, dus ik heb bijna vierhonderd drempels en deuren gezien. Wat je in de film ziet is echter van de afgelopen twee jaar. Alles is voor Covid gedraaid. De laatste draaidag was 31 december 2019, toen heb ik nog bij een van de mensen uit de film Oud en Nieuw gevierd. Maar die scène heeft het uiteindelijk niet gehaald. Het werd te netjes. Het is goed om als filmmaker een bepaalde tegenstrijdigheid te voelen. Je steeds weer te motiveren waarom je iets wilt doen. Die weerstand was bij deze film wel groter dan ooit.”

Hoe verandert dat als je een camera op je schouder hebt? “Meestal zet de camera mensen tot performance aan. Een camera kan de banale werkelijkheid (in een oogopslag) in intrigerend drama veranderen, zei Jos de Putter ooit. De camera is een harnas en een breekijzer. Maar bij deze film moest ik ook met afwijzing en teleurstelling omgaan. Dan viel de (spreekwoordelijke) deur weer dicht. Er was steeds een stemmetje in mijn hoofd dat vroeg: ben je hier eigenlijk niet te oud voor? En tegelijkertijd een ander stemmetje: het is goed dat je (een) weerstand voelt, (een tegenstrijdigheid) waardoor je ook zelf enigszins wordt verscheurd. Toen ik deze film heb ontwikkeld heb ik een aantal strenge regels voor mezelf bedacht. Ik was een soort camerarobot die die regels moest volgen. Niet praten. Geen non-verbale communicatie. Dat zie je ook in de film. Zodra je gaat reageren valt de spanning weg. Verder bepaalde degene die voor de camera kwam hoe lang het shot zou duren. Tijdens het draaien heb ik steeds de regie uit handen gegeven. De derde en belangrijkste regel was om mezelf te beperken tot alledaagse omgevingen. Ik wilde geen bekende mensen of marginale figuren in de film hebben.”

Waar heb je gedraaid? “In heel Nederland. Heel willekeurig. In woonwijken waar geen enkele reden is om met een camera naartoe te gaan. In de geest van journalist en schrijver Gerard van Westerloo die ooit heeft gezegd: ‘Als er iets gebeurt moet ik wegwezen’.”

Heb je eigenlijk veel aan de Postcodeloterij gedacht? “Ik heb vaak te horen gekregen: ‘Maar waar staat-ie dan, Gaston?’”

Mensen zijn behoorlijk gewend aan camera’s en cameraploegen in de openbare ruimte en de persoonlijke levenssfeer, willen ze altijd een reden horen om gefilmd te worden? “Er is toch een ongeschreven regel dat als je iemand filmt, je uitlegt wie je bent en waarom je dat doet. Ik forceer mensen uit hun comfortzone. Opeens moeten ze reageren op iets wat ze totaal niet kennen. Op het vreemde. Als je dan gefilmd wordt is het misschien geruststellend of veilig om de link met televisieprogramma’s als de Postcodeloterij of Man bijt hond te leggen. Maar die inlossing komt nooit. Dat is heel ongemakkelijk. Van mensen die de film al gezien hebben heb ik wel gehoord dat ze het soms tenenkrommend vonden, omdat ze zich gingen identificeren met de mensen aan de voordeur.”

Omgangsvormen gelden aan twee kanten. Ik zie een kloosterdeur, en denk meteen aan de belangrijke rol die gastvrijheid in elke religie speelt. “We hadden ongelooflijk veel materiaal, wat ik helemaal niet gewend ben, dus daarom heeft de montage lang geduurd. Het was belangrijk om niet onze visie op het materiaal te projecteren, maar te kijken naar wat het materiaal ons te vertellen had. Dat was een kantelpunt. Omdat er toen opeens een mystiek element, wat er waarschijnlijk al in zat, naar voren kwam. Dat hebben we toen bijvoorbeeld ook in het sound design doorgetrokken. ‘De man met de camera’, de entiteit zoals we hem zijn gaan noemen, je kan ook zeggen dat het een soort buitenaards wezen is dat verwonderd op de aarde loopt en alles filmt wat zijn pad kruist. En dat alles om de vraag op te roepen hoe we ons vandaag de dag tot het onbekende en het vreemde en misschien ook wel het religieuze verhouden.”

Je vorige film was extreem conceptueel en geconstrueerd. Was dat de reden om nu alles open te laten en wat brengt jou dat als filmmaker? “Mijn grootste nachtmerrie is om mezelf te herhalen. Ik probeer elke film een antwoord op mijn vorige film te laten zijn. Ook omdat je je als filmmaker moet pogen (jezelf) te blijven vernieuwen. Met deze film heb ik tijdens het draaien, en de rol die ik daarin speelde, veel meer geprobeerd mijn intuïtie aan te spreken.”

Als je je als filmmaker zo kwetsbaar opstelt dat alles wat er om je heen gebeurt materiaal is voor je film, en je begeeft je op de drempel van het ongemak, ben je dan ook weleens bang? “Ik was wel een beetje bang voor de hoeveelheid materiaal. Maar als antwoord op je vraag: het moeilijkste moment was voor een voordeur staan. Het was een mentale drempel die ik over moest; denk aan twee stemmetjes, ik wilde me enerzijds niet identificeren met de puberale treitervlogger die ik was. Anderzijds was dit ook het moment dat ik niet wist waarmee ik geconfronteerd ging worden zodra de deur openging. Ik was altijd alleen. Ik had wel een noodknop voor het geval ik in gevaarlijke situaties terecht zou komen. Als het echt dreigend werd zou die doorgeschakeld worden naar een meldkamer en dan zou er wel assistentie komen. Maar ik heb hem niet nodig gehad. Natuurlijk waren er wel agressieve confrontaties, maar dat was eerder uitzondering dan regel.”

Dan nu de ethische vraag: jij had een noodknop, de mensen die je filmt hadden de mogelijkheid om niet mee te doen, maar in dat kleine tussenmoment zijn ze allemaal wel gefilmd. Weten ze allemaal dat ze in de film zitten? “Ja. Dat was ook de reden om de film gedeeltelijk zelf te produceren, met het nieuwe productiecollectief Aventura dat ik met Wouter Jansen en Ena Sendijarevic ben gestart. Je kon mensen niet van tevoren om toestemming vragen. Dat was wel een risico. We wisten dat je pas in de montage kon bepalen of het ging werken en of de film uitgebracht kon worden. Mede daarom is de omroep afgehaakt. Uiteindelijk zijn we naar al die mensen teruggegaan. Dat heeft wel een paar weken geduurd. Bijna iedereen heeft toestemming gegeven. Als je de tijd neemt om uit te leggen wat het achterliggende doel is waarderen ze dat zeer.”

Wat vind je eigenlijk van het gebruik van quit claims in documentaires? “Het reduceert een opgebouwde vertrouwensrelatie vaak tot zakelijke transactie. De geportretteerde wordt tot subject, alsof er daarmee een bepaalde verantwoordelijkheid bij de maker verdampt. En die vind ik wel heel belangrijk, want in mijn ogen kleeft er aan documentaire iets inherents exploitatiefs. Een documentaire kan nooit volledig recht doen aan de werkelijkheid en ontstijgt deze altijd (dit kan zowel positief als negatief worden opgevat, in mijn ogen positief). Je hebt wel heel veel macht. Waar het voor mij om gaat is dat je die macht (lees: onvermijdelijke manipulatie) gebruikt om zo dicht mogelijk bij de waarheid (niet te verwarren met objectiviteit) te komen, zonder de pretentie te hebben dat er één waarheid bestaat. Die waarheid kan alleen uit de botsing van verschillende perspectieven ontstaan. Die voelde ik bij dit experiment ook. De manipulatie die er in film zit is zo ongelooflijk groot, daar moet je wel gedegen over nadenken.”

Zijn er grenzen voor jou? “Er moet altijd transparantie en zelf-reflexiviteit in de film zitten en die moet je – impliciet dan wel expliciet – naar de kijker communiceren. Als je ten koste van anderen dingen achterhoudt gaat het voor mij te ver.”

Maar het is wel uitgestelde transparantie, in dit geval. “Wel voor de geportretteerden, niet in de uiteindelijke film. Liever uitgestelde (maar volledige) dan halve transparantie (in het begin).”

Er is ook iemand die er daardoor misschien niet zo genadig vanaf komt. “Die wilde mij aanvankelijk niet meer onder ogen komen. Maar het is wel een sleutelscène in de film. Dus we vroegen ons af of dat misschien een uitzondering moest zijn. Wonder boven wonder heeft hij toch toestemming gegeven. Hij hoefde het materiaal niet eens meer te zien. Als je goed kijkt zie je dat zijn vrouw de hele scène met haar mobiele telefoon vanuit het raam ook van de andere kant heeft gefilmd. Achteraf bleek hij werkzaam in de beeldende kunst, dus misschien degene die het beste begreep wat er aan de hand was.”

Is er een overeenkomst tussen hoe mediageletterd mensen zijn en hoe ze zich voor de camera gedragen? “Ik denk dat dat wel een rol speelt. Er is een soort ‘overfamiliarity’ ten aanzien van camera’s, ze zijn overal, en mensen weten hoe ze zich wenselijk moeten gedragen. Die plekken heb ik geprobeerd te vermijden. Maar ik zou hopen dat de camera ook een waarachtig aspect van mensen kan laten zien. Argwanend of gastvrij. Misschien is het zo dat als mensen uit hun comfortzone worden gehaald dat ze een deel van hun ware aard tonen. Er waren achteraf wel eens mensen die zeiden dat als ik ze van tevoren had verteld wat de bedoeling was dat ze zich anders hadden gedragen. Maar dat is natuurlijk het hele punt. Maar die man aan het eind, die is gewoon wie hij is. Dat is heel ontroerend en hoopgevend. Dat geeft weer wat vertrouwen in de mens.”


A Man and a Camera is een coproductie met [boondocs] en vanaf 29 juli te zien in de Nederlandse bioscopen.