Annecy 2024

Klei toegejuicht, AI uitgejouwd

Annecy-directer Marcel Jean (links) en regisseur Adam Elliot voor de wereldpremière van Memoir of a Snail. Foto: KEES Driessen

Op het filmfestival van Annecy, het belangrijkste animatiefestival ter wereld dat dit jaar groter was dan ooit, ging de hoofdprijs naar een zeer persoonlijke kleianimatie, maar werd het gesprek gedomineerd door de dreigende opkomst van AI.

Met Adam Elliots Memoir of a Snail heeft Annecy dit jaar een prachtige winnaar: een tamelijk lowbudget claymation animatiefilm, zeer handgemaakt en zeer persoonlijk, in zowel stijl als inhoud (hoewel dat laatste in eerste instantie minder opvalt). Allerlei details uit de tragikomische vertelling rond een introverte hoarder van slakkenprullaria zijn gebaseerd op echte mensen die Elliot heeft ontmoet.

De triomf voor Elliot is des te groter omdat het pas zijn tweede lange animatie is en zijn eerste, het hartveroverende Mary and Max, hem in 2009 ook al de hoofdprijs opleverde in Annecy. En zo’n prijs werkt natuurlijk twee kanten op: met een winnaar als deze presenteert het belangrijkste animatiefestival ter wereld zich als podium voor traditioneel, handmatig auteurschap.

Maar het was niet alles klei wat er blonk in Annecy. Er werd dit jaar heftig geprotesteerd tegen het gebruik van beeldgenererende AI in animatie – en tegen het programmeren van zulk werk door het festival. Niet voor niets zwol bij de aftiteling van Memoir of a Snail het applaus nog eens extra aan toen de tekst “Deze film is door mensen gemaakt” in beeld verscheen.

Memoir of a Snail

“Ja, dat viel me ook op”, vertelt Elliot als ik hem spreek in een hotellobby. “We wilden iets geks doen bij de aftiteling, net als grote Hollywood-films, maar we hadden geen geld meer. En ik had net een interview gezien met Bryan Cranston, van Breaking Bad, die heel actief was met de acteurstakingen in Hollywood. Hij had het over de nieuwe clausules in hun contracten, waarin staat dat hun rol door een mens gespeeld dient te worden. Wat best bizar is om te moeten opschrijven.”

Om er met een wrang lachje aan toe te voegen: “Kunstenaars moeten nu mensen uitleggen: dit beeld is echt en dit beeld ook. Maar waarom moeten wij ons werk labelen? Waarom is het uitgangspunt niet dat AI zegt dat het AI is?” Inderdaad: waarom niet een ‘gemaakt met/door AI’-label toevoegen aan het Annecy-programmaoverzicht?

Toen in aanloop naar het festival duidelijk werd dat films die gebruikmaken van AI in de programmering waren opgenomen, stak er een kleine online storm op in de animatiegemeenschap. De Franse site 3DVF meldde vervolgens dat na de vertoning van de Franse met AI geproduceerde videoclip Étoile Filante van regisseur Kelzang Ravach het doorgaans zeer enthousiaste en welwillende publiek opvallend stil bleef en deels zelfs overging tot boegeroep. Dat is ongehoord in Annecy. Maar de liefde voor animatie laat zich moeilijk verenigen met AI-bedrijven die zich weinig aantrekken van het copyright van de beelden die ze massaal van internet halen – jatten – om hun programma’s mee te trainen. Waar waarschijnlijk ook werk van Annecy-bezoekers zelf tussen zit – tot de sfeerbepalende beelden van het festival behoren de bezoekers die tussen voorstellingen door in hun schetsboeken aan het tekenen zijn.

Het festival kwam bij monde van artistiek directeur Marcel Jean met een officiële verklaring: “Regels [om AI te verbieden] weerhouden ons van verder nadenken, terwijl de opkomst van AI in creatief werk juist reflectie vraagt.” En daar is ook iets voor te zeggen: AI bestaat, dus in plaats van discussiëren over dat feit kan een festival als Annecy misschien beter z’n gewicht in de strijd gooien in de discussie over hoe we ermee om moeten gaan.

Who Said Death is Beautiful?

Maar voor het verontwaardigde deel van het publiek is het antwoord daarop al duidelijk: programmeren betekent het legitimeren van diefstal. Maar laten we het toch een beetje relativeren: soms stelt het gebruik van AI gewoon niet zo veel voor. Regisseur Ryo Nakajima, die het AI-programma Stable Diffusion had gebruikt voor zijn lange animatie Who Said Death is Beautiful?, was ook meegesleurd in de discussie en kwam voorafgaand aan de vertoning uitleggen dat hij het echt alleen maar helemaal aan het einde van zijn productieproces had gebruikt, om met name de gezichtsbewegingen van zijn digitaal gerotoscoopte personages iets soepeler te maken. Nauwelijks meer dan een filter, dus, en bovendien kon het publiek constateren dat het weinig geholpen had: het bleef een houterige vertoning.

Met het verzet tegen vernieuwing, kun je zeggen, maakte Annecy z’n naam waar als ‘het Cannes onder de animatiefestivals’ – denk aan de strijd tegen de macht van streamers waarin Cannes vooropging. Behalve dat in Annecy de directie zelf juist een opening zocht en het hier het publiek was dat aan de noodrem trok.

Trouwe bezoekers zien ook een andere ontwikkeling in Annecy die je met Cannes zou kunnen vergelijken: een steeds grotere rol van het geld, met een groeiende markt, meer geaccrediteerde bezoekers dan ooit (ruim 17 duizend) en, zoals Variety meldde, een consensus onder Amerikaanse majors dat Annecy sinds kort Comic-Con heeft verdrongen als favoriete lanceerplatform voor nieuwe publieksproducties (zoals dit jaar onder meer Inside Out 2 en Despicable Me 4).

Weemoed naar een kleiner festival waar de onafhankelijke filmmakers zich ‘onder ons’ wisten kan ik me voorstellen, maar als Annecy kan uitgroeien tot inderdaad een soort animatie-Cannes, waar rode-loperpremières helpen het geld binnen te halen voor een festival waar ondertussen een film als Memoir of a Snail als winnaar uit de bus kan komen, hoeft dat wat mij betreft geen existentieel probleem te zijn.

Of om het anders te zeggen: zolang de traditie blijft bestaan om voorafgaand aan elke screening met papieren vliegtuigjes het doek te proberen te raken (en Lapin! te roepen elke keer als in de festivalleader een konijn verschijnt en nog zo wat van die Annecy-tradities die vertoningen hier zo veel gezelliger en gemeenschappelijker maken dan bij grote broer Cannes, waar hoogstens af en toe een verdwaalde Raoul! door de zaal galmt), maak ik me niet te veel zorgen.

Nog een paar punten
De andere grote winnaar van Annecy 2024 was Flow, die de publieksprijs won en de tweede prijs van de jury. We gaan ongetwijfeld nog veel horen van deze CG-film van Gints Zilbalodis, die door Guillermo del Toro al is uitgeroepen tot de toekomst van animatie, maar ik ben geen fan.

Flow

Het streven naar naturalisme in deze zondvloedfabel (met een flinke dosis Bob Ross-romantiek) leidt tot generiek vormgegeven dieren, die dus ook niet spreken en daardoor weinig meer kunnen doen dan rondlopen, vallen en bijten, zodat Zilbalodis er meer dan één storm tegenaan moet gooien om de spanning erin te houden. Wat nauwelijks lukt, omdat noch de afwezigheid van mensen (in deze wereld vol menselijke architectuur) noch de kennelijk van Hogerhand gezonden zondvloed wordt verklaard en de gebeurtenissen dus willekeurig blijven. Bovendien eet de Letse regisseur van twee walletjes: om het verhaal rond te krijgen, weten deze relatief realistische dieren dan opeens weer wel hoe je het roer van een schip gebruikt.

Nee, dan liever die andere Flow, de VR van Adriaan Lokman, die samen met Steye Hallema’s The Imaginary Friend het Nederlandse aandeel van de elf geselecteerde VR-werken tot bijna een vijfde bracht. Lokmans vernieuwend vloeiende Flow, reeds gelauwerd in Venetië, was ook hier het beste werk in competitie, maar dat was de VR-jury niet met me eens.

Die gaf de hoofdprijs aan Ethan Shaftels Gargoyle Doyle, een (niet zo heel) komische VR-animatie met als meest vernieuwende onderdeel razendsnelle zooms, die je van één punt naar het andere transporteren en die pas beginnen als je de goede kant op kijkt – zodat de richting logisch voelt, terwijl de hoge snelheid ervoor zorgt dat je geen tijd hebt voor bewegingsziekte en het effect dat van een cut is, maar dan zonder de ruimtelijke continuïteit te verbreken.

Ook vernieuwend is de interactie in Gwenaël François’ VR Oto’s Planet, waarbij je de kleine planeet, ongeveer formaat voetbal (met daarop een geanimeerd verhaaltje rond een ‘oorspronkelijke bewoner’ en een weinig coöperatieve ruimteschipbreukeling), niet alleen dichterbij of verderaf kan plaatsen, maar ook op een intuïtieve manier kunt ronddraaien om te kijken waar de twee bewoners mee bezig zijn. Een heel aantrekkelijk speeltje.

Look Back

Van de lange animaties die ik verder zag, waren de twee beste The Colors Within van Naoko Yamada (die in 2016 het nog betere A Silent Voice maakte) en Look Back van Kiyotaka Oshiyama: twee verfijnde Japanse anime’s die de complexe psychologie van jonge hoofdpersonen verbeelden met serieuze morele grijszones, ontwapenend onbeheerste uitbarstingen en subtiele lichaamsanimatie – beide filmmakers hebben een voorliefde voor het uitdrukken van iemands gemoedstoestand door close-ups van de houding en bewegingen van voeten. Het is een passend volwassen benadering, niet alleen van jongeren (en hun voeten), maar ook van het medium zelf.


Adam Alliotts Memoir of a Snail (datum n.t.b.) en Gints Zilbalodis’ Flow (vanaf 25 december 2024) worden later verwacht in de Nederlandse bioscoop.