Inside Out 2

Alle hens aan dek voor de puberteit

Inside Out 2

Als tiener Riley de puberteit in gaat krijgen haar vijf basisemoties een hoop te stellen met onwelkome indringers, in dit vervolg dat de reputatie van de eerste film hooghoudt.

Met Inside Out presenteerde regisseur Pete Doctor in 2015 een schoolvoorbeeld van wat animatiestudio Pixar op zijn piek vermag. Een film met een verraderlijk simpel uitgangspunt, direct te begrijpen voor jonge kijkers, dat toch ruimte creëert voor complexe emoties en bijna existentiële vragen.

De film speelde zich grotendeels af in het hoofd van de elfjarige Riley, waar vijf basis­emoties – Joy, Sadness, Fear, Disgust en Anger – aan de knoppen van haar gedrag zitten. Letterlijk: achter een groot controlepaneel vechten ze om voorrang, waarbij Joy meestal wint. Als Riley verhuist en haar vriendjes en vertrouwde wereld kwijtraakt, moeten de vijf een nieuw evenwicht vinden, met meer ruimte voor Sadness.

Doctor werd na het MeToo-gerelateerde aftreden van John Lasseter in 2018 studiobaas van Pixar. Inside Out 2 is nu de eerste sequel die onder zijn bewind wordt uitgebracht, onder regie van Kelsey Mann. Riley is inmiddels twee jaar ouder, maar het vervolg begint exact waar het eerste deel eindigde: Riley op het ijs met haar hockeyteam en haar vijf basisemoties harmonieus aan het werk in hun hoofdkwartier. Geen vuiltje aan de lucht – behalve dan dat puberteitsalarm in een hoek van hun controlepaneel.

Als dat afgaat, wordt er niet alleen een nieuw, nogal lichtgeraakt controlepaneel geïnstalleerd, maar dient zich ook een roedel nieuwe emoties aan – Envy, Embarrassment, Ennui en Anxiety. Vooral die laatste blijkt een nogal dominante aanwezigheid, wat erop uitdraait dat de vijf primaire emoties worden verbannen naar het achterhoofd. Ondertussen zien we hoe Riley tijdens een ijshockeykamp worstelt met de keuze tussen haar nerdy beste vriendinnen en een coole oudere kliek.

De hoge lat die de eerste film legt, wordt zowaar hier en daar aangetikt in Inside Out 2. De grootste lach zit bij de minder prominente nieuwe emoties – de gigantische Embarrassment die zich het liefst verstopt in zijn capuchon; de ultiem verveelde Ennui met de perfect gecaste stem van Adèle Exarchopoulos. Toch is er ook een gevoel van déjà vu, dat wordt versterkt doordat het verhaal in grote lijn dezelfde vorm heeft: een groep kern­emoties strandt in een uithoek van het brein en moet terug zien te komen naar het hoofdkwartier. Ook de conclusie is identiek: die ongewenste emotie blijkt toch nut en noodzaak te hebben, als ‘ie maar wat beteugeld kan worden.

Maar goed: we zijn ook een hele generatie kinderen verder sinds die eerste film; die les mag telkens opnieuw onder de aandacht worden gebracht. De prestatiedruk die Riley zichzelf onder het bewind van Anxiety oplegt, zal – helaas – voor veel jongeren vandaag de dag maar al te herkenbaar zijn.