Jessica Hausner over Club Zero

'We geven te weinig om jonge generaties'

Jessica Hausner

In Club Zero begint een docent op een privéschool een verhonge­ringssekte. Regisseur Jessica Hausner bevraagt met haar vervreemdende stijl opnieuw het groepsgedrag in een absurde wereld. “We doen allemaal verkeerde dingen, ook al hebben we het beste met onszelf voor.”

Je komt niet zomaar in Club Zero. Het is niet voor niets ‘Zero,’ ofwel: helemaal niets. Docent Novak (Mia Wasikowska) is de missionaris van deze club die eerder een sekte is, en propageert dat leerlingen van het vak Conscious Eating moeten streven naar geheelonthouding van eten, met alle gevolgen van dien.

Is Novak een gevaarlijke manipulator die haar leerlingen uithongert? Een manifestatie van de wappies die liever ‘eigen onderzoek’ doen dan eeuwen medische wetenschap geloven? Of is ze een spirituele verlosser die haar leerlingen redt van de giftige consumptiemaatschappij en naar een nieuw nirwana leidt? In de vervreemdende wereld van de Oostenrijkse regisseur Jessica Hausner (Lourdes, 2009; Amour fou, 2014; Little Joe, 2019) is ze het allemaal tegelijk.

Het is immers niet aan Hausner om haar allegorische verhaal in te vullen, legt ze uit in Cannes, waar ze vorig jaar voor de tweede keer in de hoofdcompetitie stond. “Novak onderwijst een filosofie van uithongering en daar komen veel dingen bij kijken: eetstoornissen, religies, desinformatie en sociale kritiek. Tegelijkertijd wil ik niet voorkauwen hoe je naar dit personage moet kijken. Ik zeg ook niet: ‘dit is fout’ of ‘dit is goed’. Ik zoek simpelweg tegenstellingen op en onderzoek de complexiteiten die in het verhaal ontstaan. Ik geef ook niemand de schuld van wat er in de film gebeurt. Club Zero onderzoekt hoe we met zijn allen in de samenleving, als een groot collectief, de mist in kunnen gaan.”

Hausners voornaamste zorg daarbij is de jeugd, zegt ze. “Het is een kritiek op hoe weinig we geven om de jongere generaties. Novak probeert die jongeren een ideologie te geven, een overkoepelende filosofie en een gevoel van verlossing dat op dit moment in de wereld ontbreekt. Ze vult zodoende een vacuüm dat we zelf hebben gecreëerd. Ze misbruikt het idealisme van de leerlingen en zet het naar haar hand. Ik probeer dat proces op een bijna sarcastische manier zichtbaar te maken. Daar komt de satire om de hoek kijken. Ik noem het liever duistere humor, absurde momenten die eigenlijk verpletterend pijnlijk zijn. Je kunt er wel om lachen, maar het is geen luidkeelse lach. Het is ongemakkelijke en pijnlijke humor, een verstikkende lach.”

Club Zero

Zoals in eerdere films van Hausner zijn absurditeit en vervreemding de sleutelwoorden. Hausner houdt van de uitvergroting. Ze plaatst haar camera in vreemde hoeken, speelt met houterig acteerwerk en zet de dissonante muziek een tikje te dik aan, om zo een onwerkelijke wereld te creëren waarin ze haar maatschappijkritische satire kan orkestreren. “Ik zie de camera en muziek als eigen personages binnen die wereld”, verklaart ze. “Ze hebben hun eigen stem en zijn losgekoppeld van het verhaal. De camera is bijvoorbeeld niet onzichtbaar, maar een onderdeel van de film. Beeld en geluid leveren zo commentaar op wat er in de film gebeurt, en maken die gebeurtenissen op hun eigen manier ook belachelijk. Het effect is dat het lijkt alsof ik van een andere planeet kom en de absurditeit die zich op aarde voltrekt, bekijk en verwerk door mijn eigen buitenaardse filter.”

Het is een stijl waarmee Hausner met Lourdes doorbrak in 2009. Sindsdien zou je deze formele strategieën als haar visitekaartje kunnen bestempelen. “Het is niet zo dat ik mijzelf wil herhalen”, aldus Hausner. “Althans, nog niet; maar elke keer als ik aan een nieuwe film begin en iets nieuws probeer uit te vinden eindig ik toch weer met de ‘typische’ Jessica Hausner-film. Blijkbaar kan ik het niet laten en is dit de filmstijl die bij mijn blik op de wereld past. Die is verbonden aan mijn perspectief op dingen. En ik kan niet uit mijn eigen vel springen.”