Christian Petzold over Transit

'Films geven ons een transitvisum voor de ziel'

Christian Petzold (portret Marco Krüger)

Twee mensen zijn gestrand in Marseille. Ze kennen elkaar niet en toch kennen ze elkaar. Hun lot is verbonden. Het is oorlog en ze willen naar Amerika. Maar de schepen zijn vol. Christian Petzolds nieuwe film Transit is een ingenieuze, aangrijpende en romantische puzzel van geschiedenis en identiteit, de Tweede Wereldoorlog en hedendaagse vluchtelingen.

Door Dana Linssen

“Wie vergeet sneller? De verlatene, of degene die verlaten heeft”, vraagt de Mexicaanse consul aan Georg, de hoofdpersoon van Christian Petzolds nieuwe film Transit. Dat is het moment waarop Georg besluit om de identiteit aan te nemen van de man waarvoor de consul hem al die tijd toch al aanziet, de schrijver Weidel, wiens manuscript hij door omstandigheden bij zich draagt en in Marseille aan diens vrouw terug hoopte te geven. Het is niet eens een actieve beslissing. Meer een schaduw waar hij even in kan schuilen. Een schutkleur.

“Gaat u een boek schrijven over uw ervaringen?”, vraagt de consul. “Nee”, zegt hij. Niet omdat hij geen schrijver is. Want als hij deze schrijver kan worden, kan hij dan ook niet een schrijver worden? Maar: “Alsof het leven van schrijvers er alleen maar uit bestaat om materiaal te verzamelen uit hun eigen leven om boeken over te schrijven.”

Na Phoenix, een film over Holocaust-overlever Nelly, is Transit wederom een film van Petzold (Gespenster, Yella, Barbara) over het verlies van je identiteit op dramatische knooppunten van geschiedenis en individuele levens. Het verhaal over Georg werd geschreven door de Duitse schrijfster Anna Seghers die op de vlucht voor de nazi’s dezelfde tocht onderneemt als haar hoofdpersonen. Petzold maakte er een film van die naadloos in zijn eigen oeuvre past en vol referenties zit naar klassieke oorlogsfilms als Casablanca en To Have and to Have Not, die liefdesgeschiedenissen vertellen in rumoerige tijden. “Films geven ons een transitvisum voor de ziel”, zei regisseur Petzold in februari op het Filmfestival Berlijn waar de film zijn wereldpremière beleefde.

Georg is een man op de vlucht op vele fronten. Voor de nazi’s. Voor de gevolgen van wat half-illegale hand- en spandiensten die hij hier en daar verleent. Voor zijn geweten dat tijdens die klusjes op de proef wordt gesteld. Maar ook voor zichzelf. Of misschien lijkt dat alleen maar zo, omdat hij zichzelf onderweg steeds meer is kwijtgeraakt. Dat hij de identiteit aanneemt van de schrijver die hij eigenlijk met zijn vrouw zou verenigen, en vervolgens een bijna kosmische liefde voor die vrouw opvat, die geheel wederzijds is, alsof hij altijd al iemand anders was dan hij dacht te zijn, is de eenzame ziel van de film. Ze kennen elkaar en ze kennen elkaar niet. En opeens is hun lot voor altijd verbonden en moeten ze kiezen tussen weggaan en blijven.

Spoken
Transit is de eerste film die Petzold zonder zijn mentor en co-auteur, de in 2014 overleden Harun Farocki heeft gemaakt. Maar zijn geest is overal. Zo baseerde hij het scenario op een van Farocki’s lievelingsboeken. “Ik heb tijdens het schrijven van Transit veel terug moeten denken aan Die innere Sicherheit, mijn eerste speelfilm, die ik achttien jaar geleden met Harun heb ontwikkeld. Ik realiseerde me dat die film, die over twee linkse terroristen en hun tienerdochter gaat, eigenlijk een spookverhaal is, zoals vele van mijn films. Een verhaal over mensen die voor de maatschappij onzichtbaar zijn, en als het ware weer moeten materialiseren om verder te kunnen leven. De eerste keer in mijn leven dat ik me zoiets bewust was, was toen mijn vader tijdens mijn jeugd een bepaalde periode werkeloos was. We woonden met z’n allen in een tamelijk klein huis, en ’s ochtends ging mijn vader in de auto voor de deur zitten, en daar bleef hij dan de hele dag in zitten naar klassieke muziek te luisteren. Alsof hij er niet was. Later heeft hij me wel verteld dat hij het gevoel had met zijn werk ook zijn plek in het leven te zijn kwijtgeraakt. Alsof hij in een soort wachtkamer, een transitruimte was terechtgekomen.”

“Later bedacht ik me dat cinema, het soort films dat ik wil maken, eigenlijk altijd over dit soort spooklevens gaat. Over mensen die iets verloren zijn: hun werk, een geliefde, hun verleden, hun identiteit. Over mensen die weer van vlees en bloed moeten worden, een lichaam moeten krijgen, die hun sensualiteit moeten terugvinden.”

Windstilte
Er zijn wel meer parallellen tussen Die innere Sicherheit en Transit denkt hij. Ze gaan niet alleen over mensen die spoken zijn geworden, maar ook over mensen op de vlucht, over dislocatie en vervreemding. “Tijdens het werken aan Die innere Sicherheit kwam ik een woord tegen uit de scheepvaart, ‘Geschichtsstille’ (de windstilte van de geschiedenis) dat het moment beschrijft waarop het windstil is en een schip geen kant meer op kan. Dat is een angsttoestand die in veel zeemansverhalen en matrozenliederen wordt bezongen. Dat is het moment waarop het eten begint te rotten, waarop mensen scheurbuik krijgen en sterven. Maar ook de Duitse communist Georg K. Glaser die in de periode waarin Anna Seghers roman Transit zich afspeelt in ballingsschap in Marseille leefde, heeft dat begrip in zijn autobiografie gebruikt om te beschrijven hoe je je als vluchteling voelt. Je hebt geen verleden en geen toekomst meer, omdat niemand zich meer voor je interesseert. Je wilt weer deel gaan uitmaken van de geschiedenis. Van de geschiedenis van je eigen leven.”

Hedendaagse vluchtelingen
Niet alleen de hoofdpersonen die in Transit in een havenstad zijn gestrand zijn ‘in transit’ of in die ‘Geschichtstille’ terechtgekomen. De film zelf is dat ook. Petzold vertelt een verhaal over de Tweede Wereldoorlog, maar doet dat in een geheel contemporaine setting, in modern Marseille. Door een paar simpele ingrepen (kostuums, geen mobiele telefoons) kijken we zowel naar een film over het verleden, als over het heden. Het is ingenieus. Het verhaal neemt ons mee naar de Duitse bezetting, naar het Vichy-regime van collaborateurs, naar politiepatrouilles en razzia’s en wat we zien zijn hedendaagse agenten in hedendaagse straten met hedendaagse wapens, en soms zelfs hedendaagse surveillancebeelden.

Het is een tijdmachine die twee kanten opwerkt: alsof de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog nooit afgelopen zijn, omdat ons hedendaagse Europa op die wonden is gebouwd. De problemen beginnen op het moment dat we dat deel van onze geschiedenis en identiteit ontkennen. Ook in hedendaags Marseille leven, net zoals overal in Europa, migranten, vluchtelingen, mensen zonder papieren, die onzichtbaar zijn voor de rest. Petzold: “De film zit als een droom tussen twee tijden in. Het verleden gaat voorbij, en het heden gaat ook voorbij. En er is een dialoog tussen die twee tijden. Als Georg bij Driss aanbelt, het zoontje van een man die onderweg is omgekomen, dan verwacht je dat hij of zijn moeder opendoen. Maar in plaats daarvan kijken we in een hedendaags appartement met Somalische en Syrische vluchtelingen. Daar had hij er ook eentje van kunnen zijn.”

Maar het geeft je ook het idee dat die vluchtelingen uit de toekomst naar het verleden zijn getransporteerd. Het gezicht van de geschiedenis kan ook van identiteit wisselen. Op onnadrukkelijke wijze wekt Petzold de indruk dat er meerdere tijden tegelijk in dezelfde ruimte kunnen bestaan — ook via het camerawerk met spiegelshots, of dubbelshots van Georg en Marie waarin we de een op de rug zien en de ander net langs de ander zien kijken, alsof ze eigenlijk niet samen zijn.

“Ik heb Georg in de film niet teveel backstory willen meegeven. Je vermoedt dat hij joods is, maar er kunnen ook politieke redenen zijn waarom hij uit Duitsland is gevlucht. Iedere vluchteling is een vluchteling met een reden. Maar net zoals je weinig bagage kunt meenemen, kun je ook maar weinig emotionele bagage meenemen, en raak je onderweg steeds meer kwijt. Georg is iemand die zijn ballast heeft afgeworpen. Gedurende de film begint hij zich door kleine dingen — het repareren van een radio, een lied — weer te herinneren wie hij was. Transit is niet alleen het verhaal van iemand die zichzelf verlaten heeft en weer terugvindt, maar ook over de melancholie van de survivor. Een overlever kan het zich niet permitteren om sentimenteel of nostalgisch te zijn.

“Er zijn nu zoveel mensen die films maken over vluchtelingen. Ik weet niet of ik dat zou kunnen. Ik weet niet of ik me echt zou kunnen voorstellen wat het betekent om uit Syrië hierheen te komen. Het is natuurlijk wel het grote thema van onze tijd en wil ik me daar als filmmaker ook toe verhouden. Maar met dit verhaal en met deze aanpak, kan ik het verhaal vertellen aan de hand van een geschiedenis die ik ken.”

Marseille
Zonder Marseille was de film niet mogelijk geweest. Het is niet zomaar een havenstad, het is Marseille. En de stad neemt z’n hele geschiedenis mee, als een personage. Er zitten zoveel lagen aan die stad. De Duitsers hebben hem gebombardeerd, er zijn enorme opstanden geweest onder de havenarbeiders, er is misdaad en corruptie, maar op een bepaalde manier is iedereen ook reuze relaxed. De producenten stelden nog even voor om het in Le Havre te doen, omdat dat goedkoper is, maar daar was ik mordicus tegen. Marseille heeft een complexiteit, een gelaagdheid, waardoor je het gevoel hebt dat het verleden er voortdurend door het oppervlakte heen schemert. Maar ook alsof je al getuige bent van een nog ongewisse toekomst. En dat is precies waar Transit over gaat.”

Dan wordt hij cryptisch, want hij wil niet spoilen — “Maar de vraag van het perspectief is wel belangrijk”. De film is niet alleen een film over een schrijver en roman, en hoe iets wat gedrukt is identiteit kan geven, óók als dat een verhaal en geen paspoort is. Maar het is door het gebruik van een voice-over ook een film over hoe het verzinnen van een verhaal, en het ordenen via ervaringen en gebeurtenissen via kunst een uitweg uit trauma en ‘Geschichtsstille’ kunnen zijn. Dat verhaal wordt ons verteld door iemand wiens identiteit pas laat in de film wordt onthuld. “De voice-over heeft in de film, net als de eerste persoon waarin het boek van Anna Seghers is geschreven, de neiging om het publiek een objectieve werkelijkheid voor te schotelen, en in dit geval is hij wel erg alwetend en begrijpend. Met het camerawerk laat ik een andere, meer subjectieve werkelijkheid zien. We weten niet eens of we onze ogen of oren moeten geloven. Wat de status is van de
mensen die we zien. Bestaan ze wel? Voor zichzelf of voor elkaar?”