Undine

Een liefde op leven en dood

In Undine vermengt Christian Petzold zijn vaste thema’s met mythologische motieven, gevat in kraakheldere beelden met meerdere betekenislagen. Het resultaat is waarschijnlijk precies wat je mag verwachten van de nieuwe Petzold: een film die niet in één keer al zijn geheimen prijsgeeft.

De schaduw van de geschiedenis. Een met raadsels omgeven identiteit. Een oerverhaal over trouw en verraad, verpakt als psychologische thriller. Undine is vintage Petzold, zelfs al lijkt de film op het eerste gezicht een wat vreemde eend in de bijt. Of misschien is ook dát wel typerend voor het oeuvre van Christian Petzold (Yella (2007), Barbara (2012), Phoenix (2014) en Transit (2018) draaiden eerder in Nederlandse bioscopen), dat ondanks zijn variëteit aan genres en uiteenlopende (vaak literaire) inspiratiebronnen bij nadere beschouwing telkens weer dezelfde thema’s onder de loep neemt.

In zijn nieuwste film verbindt hij ze aan een mythologisch motief, dat besloten ligt in de naam van het titelpersonage, maar obscuur genoeg blijft om haar een aura van mysterie te geven. Dat begint al bij haar even timide als vastberaden antwoord aan de vriend die haar net heeft gedumpt: “Als je me verlaat, moet ik je doden.” Bloedserieus is ze: er zit geen greintje manipulatie bij. Romantische overdrijving is het ook niet, want voor Undine is de liefde écht een kwestie van leven en dood.

Petzold is er een meester in om zulke grote, romaneske verhaallijnen te verbinden aan hele concrete aspecten van het hier en nu. In Undine doet hij dat door zijn hoofdpersoon het beroep van stadshistoricus te geven. Berlijn is gebouwd op een moeras, vertelt Undine bij een enorme maquette, waar ze de recente ontwikkelingsgeschiedenis van de stad beschrijft als de weerslag van concurrerende politieke en esthetische ideologieën. Haar elegante vertoog maakt indruk op een van haar toehoorders, de beroepsduiker Christoph, die even later een klaterende entree maakt in haar leven—een kleine tsunami waarmee hij haar paradoxaal genoeg de nodige vaste grond onder de voeten geeft.

Paula Beer en Franz Rogowski, dezelfde acteurs die in Transit een gedoemd liefdespaar speelden, voorzien de romance tussen Undine en Christoph van een ontwapenende chemie. Haar hoekige, adolescent aandoende manieren en zijn hartveroverende onbevangenheid smelten samen in een liefde die een eindje boven de werkelijkheid lijkt te zweven. Maar Undines diepste wezen en het verleden halen haar in. Het verlangen de geschiedenis terug te draaien ontkent de mogelijkheid van vooruitgang, oordeelt ze zelf over de herbouw van het in de DDR-tijd afgebroken Berliner Stadtschloss. Niet lang daarna werpt een kort moment van nostalgie haar genadeloos terug op haar lot.

In de tweede helft van de film wordt het lastiger om de verschillende lagen van de verhaalwerkelijkheid nog in een volkomen begrijpelijk verband samen te brengen. Petzold speelt hier een spel met tijd waarvan de diepere betekenis mij tot nu toe onduidelijk is gebleven—wat een niet geheel bevredigende kijkervaring oplevert, maar ook de mogelijkheid openlaat dat zijn kraakheldere beelden achterin het geheugen nog een tijdje verder gisten. Sommige films eindigen bij de aftiteling, andere zijn dan pas net begonnen.