Cannes-blog 1: Ghouls

'This is going to end badly'

De Filmkrant doet dagelijks verslag van het filmfestival van Cannes, dat eerder vanavond opende met zombie-komedie The Dead Don’t Die van Jim Jarmusch. Het is de aftrap van twaalf dagen cinefilie, heisa, opgeklopte lucht en (hopelijk) verrassende ontmoetingen.

Jim Jarmusch verzamelde een indrukwekkende sterrencast voor zijn gortdroge zombie-komedie The Dead Don’t Die. Tegelijk met de galavertoning in Cannes werd de film (die op dit moment geen Nederlandse distributeur heeft) simultaan in zeshonderd Franse filmtheaters vertoond. Wat vooral opvalt aan de film is dat Jarmusch heel duidelijk stelling neemt tegen Trumps Amerika, onder meer door diens ontkenning van klimaatproblemen op de hak te nemen. Zo zouden de ondoden ­– ghouls, in de woorden van Adam Drivers personage – een product zijn van hardnekkige fracking op de poolkappen. “Dit gaat slecht aflopen”, is het terugkerend refrein in de film. Jarmusch sluit zich daarmee aan bij een nu nog bescheiden groep filmmakers die faliekant stelling nemen tegen het heersende politieke klimaat in de VS.

In de aanloop naar de 72ste editie kwamen gisteren voor het eerst redelijk gedetailleerde cijfers over gender(on)gelijkheid ten aanzien van het festival naar buiten. Hiermee kwam Cannes tegemoet aan de belofte die het vorig jaar deed, toen het als eerste A-festival de ‘50/50×2020’-belofte ondertekende. Tegelijk ontweek artistiek directeur Thierry Frémaux bij de presentatie van de cijfers de scherpe vragen over deze heikele, steeds urgenter wordende kwestie. Fremaux herhaalde dat Cannes geen quota voor vrouwelijke filmmakers zal accepteren, maar in het begeleidende persbericht werd wel benadrukt dat de twee openingsfilms van het festival (The Dead Don’t Die in het hoofdprogramma en La femme de mon frère van Monia Chokri voor de tweede competitie Un Certain Regard) werden gekozen met gendergelijkheid in het achterhoofd.

Het festival registreerde voor het eerst in haar geschiedenis het percentage films van vrouwelijke makers. Niet alleen in de selectie maar voor alle inzendingen (in totaal 1.845 speelfilms en 4.240 korte films). Enkele opvallende tendensen: van de ingezonden speelfilms werd 26 procent geregisseerd door een vrouw, tegen 32 procent van de korte films en 44 procent van de inzendingen door filmscholen. Het festival trekt daar de voorzichtig optimistische conclusie uit dat opvolgende generaties vrouwen steeds meer kansen krijgen. Voor wie het glas liever half leeg ziet, is het een bewijs dat vrouwen na een filmopleiding moeilijker aan de bak komen dan hun mannelijke collega’s.

Over de films valt natuurlijk pas iets te zeggen als we ze gezien hebben, maar we doen vast een gooi. Waar kijken we naar uit, waar houden we ons hart voor vast en waar schuilen mogelijke verrassingen?

Hoop
Verspreid over de hele programmering, van hoofdcompetitie tot bijprogramma’s, zijn dit de drie titels waar we hoge verwachtingen van hebben, ook al zijn de usual suspects voor de mainstreampers Malick en Tarantino.
1. Bacurau (Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles, hoofdcompetitie). Mendonça Filho en Dornelles plaatsen de hoofdrolspeelster van Filho’s arthouse-hit Aquarius (2016), Sônia Braga, tegenover cultster Udo Kier in een stoffig Braziliaans achterland dat wakker geschud wordt. De première zal, net als bij die van Aquarius, een politiek geladen moment worden: de Braziliaanse regering eiste onlangs een flinke som subsidie terug die Filho kreeg voor Neighbouring Sounds, zijn debuut uit 2012.
2. The Lighthouse (Robert Eggers, Quinzaine des Réalisateurs). Na het indrukwekkende The Witch (2015) mag Eggers nu Willem Dafoe en Robert Pattinson onderdompelen in zijn sferische horrorwereld. Verder weten we alleen dat de film speelt in 1890, met vooroorlogse camera-apparatuur is geschoten op traditionele 35mm zwart-wit-film en wordt gedistribueerd door het Amerikaanse kwaliteitskeurmerk A24. Het eerste vrijgegeven beeld ziet er in ieder geval indrukwekkend uit.
3. Jeanne (Bruno Dumont, Un Certain Regard). Jeannette (2017), een zanderig-rauwe musicalversie van de jeugd van Jeanne d’Arc, was zó goed dat de verwachtingen niet anders dan hooggespannen kunnen zijn voor deel twee. Met de intense Lise Leplat Prudhomme die de achtjarige Jeannette speelde (en niet de actrice die de vijftienjarige Jeanne speelde) nu als de oudere Jean (die er dus jonger uitziet dan de oudere in de vorige).

Domper
Bij sommige titels houd je je hart vast: dit kan bijna niet goed gaan. En dan hebben we het niet over onbekende makers – die zijn allemaal onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Maar wel over deze drie.
1. Mektoub, My Love – Intermezzo (Abdellatif Kechiche, hoofdcompetitie). Na het bijna drie uur lange, wisselend ontvangen Canto uno presenteert Kechiche nu een Intermezzo in zijn reeks Mektoub, My Love – een ‘tussendoortje’ van maar liefst vier uur lang. Het festival doet de maker geen plezier: de film staat geprogrammeerd op de laatste vrijdag, met een galavertoning die start om 22.00 uur. Dus rond twee uur ‘s nachts komt men in smoking en galajurk weer uit de zaal rollen.
2. Dolor y gloria (Pedro Almodóvar, hoofdcompetitie). Sommige regisseurs hebben, zoals dat heet, ‘een abonnement op Cannes’. Op Naomi Kawase na zijn dat allemaal mannen. Zie dit jaar bijvoorbeeld Kechiche, Ken Loach (Sorry We Missed You), de Dardennes (Le jeune Ahmed) – en deze hier. Spanje’s meest voor de hand liggende regisseur koos Spanje’s meest voor de hand liggende acteurs, Antonio Banderas en Penélope Cruz. Het zal wel weer oké zijn hoor, daar niet van. Maar een gebrek aan verrassing is in zichzelf al een teleurstelling.
3. Hors normes (Olivier Nakache en Éric Toledano, slotfilm buiten competitie). Categorie ‘van die van’. In dit geval van die van Intouchables (2011). Een (ongetwijfeld hoopvolle) komedie met Vincent Cassel en Reda Kateb als leerkrachten met autistische pupillen. Met als extra vrees dat het nog een arthouse-hit wordt ook.

Verrassing
Wat wordt dit jaar de ontdekking van Cannes? In 2016 was het Julia Ducournau’s vleeshorror Raw; in 2017 Kabarden-drama Tesnota van Kantemir Balagov (dit jaar in Cannes met z’n veelbelovende tweede, Beanpole); en vorig jaar transgenderverhaal Girl door Lukas Dhont (dit jaar jurylid voor bijprogramma Un Certain Regard). In 2019 gokken wij op:
1. Atlantique (Mati Diop, hoofdcompetitie). ‘De eerste zwarte vrouwelijke regisseur in de Hoofdcompetitie van Cannes’ intrigeert door haar speelfilm te baseren op een eigen korte documentaire, Atlantiques, die al in 2009 in Rotterdam een Tiger Award for Short Film won. Over een jonge Senegalese, van wie de geliefde verdwijnt op zee als hij de oversteek waagt naar Europa. Net zo veelbelovend is de soundtrack van de in Senegal geboren en in Koeweit opgegroeide producer Fatima Al Qadiri.
2. La famosa invasione degli orsi in Sicilia (Lorenzo Mattotti, Un Certain Regard). De teaser van het animatiedebuut van de Italiaanse stripgrootmeester pronkt met Mattotti’s warme kleuren en zachte vormen, ver van mainstream animatie-esthetiek. Visueel de interessantste van de drie animatiefilms dit jaar in Cannes (al baart het stemacteren zorgen), naast de volwassener onderwerpen in Les hirondelles de Kaboul van Zabou Breitman en Eléa Gobbé-Mévellec en Jérémy Clapins J’ai perdu mon corps.
3. A Hidden Life (Terrence Malick, hoofdcompetitie). Na het haast plotloze, geïmproviseerde trio van To the Wonder (2012), Knight of Cups (2015) en Song to Song (2017) heeft Malick zich voorgenomen weer met traditioneel scenario te werken, zoals in zijn ongebroken reeks meesterwerken van Badlands (1973) tot en met The Tree of Life (2011). Wijlen Bruno Ganz speelt een hoofdrol in dit drama over een gewetensbezwaarde Duitser in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. We kunnen niet wachten, of durven voorzichtig hoopvol te zijn (daarover zijn de meningen nog wat verdeeld).