The Pervert’s Guide to Cinema
Incestueuze Hitchcock-vogels
The Pervert’s Guide to Cinema
“Cinema is the ultimate pervert art“, zegt Slavoj Zizek, een markante Sloveense post-marxistische filosoof die zijn favoriete filmfragmenten van psychoanalytisch commentaar voorziet.
In de tientallen boeken die Slavoj Zizek sinds het begin van de jaren negentig publiceerde, maakte hij veelvuldig gebruik van bekende speelfilms om zijn theorieën te illustreren. (Zijn favoriete regisseurs: Hitchcock, Lynch, Kubrick.) Het leidde in 2006 tot The Pervert’s Guide to Cinema, een driedelige documentaire van de Britse Sophie Fiennes waarin Zizek in hoog tempo zijn favoriete filmfragmenten toont en van eigenzinnig commentaar voorziet. Bizar commentaar soms: meent hij het werkelijk als hij zegt dat de aanvallende vogels in the birds staan voor “raw, incestuous energy“?
Waarom cinema een perverse kunst is? Film speelt met onze verlangens, maar houdt ze tegelijk op een veilige afstand. We zien de diepste waarheden over onszelf onthuld in de vorm van fictie; we zijn in staat om naar deze beelden te kijken omdat we menen dat het alleen maar om fantasie gaat. Zizek noemt de passieve filmkijker “pervers” omdat hij zijn genot laat reguleren door de fantasiewereld van de regisseur. In plaats van zelf zijn verlangens uit te leven, maakt hij zichzelf ondergeschikt aan de ‘symbolische orde’, waar de film een manifestatie van is.
Niet voor niets laat Zizek een bekende scène uit The Matrix zien, waarin Neo wakker wordt en ontdekt dat hij al die tijd als een batterij gefunctioneerd heeft die de Matrix van energie voorzag; in ruil daarvoor maakte hij deel uit van een virtuele wereld die hij voor de werkelijkheid hield. Zo ongeveer probeert Zizek ons te laten ontwaken door ons van onze perverse verhouding tot film bewust te maken. Dat doet hij door te laten zien dat we in fictie, in het bijzonder in films, iets kunnen vinden wat “reëler is dan de realiteit zelf”, namelijk sporen van een dimensie die we in het normale leven tegen elke prijs uit de weg gaan.
Watching shit
Daarmee zijn we bij het hoofdthema van Zizeks denken aangekomen: de lacaniaanse notie van het Reële, oftewel ’the Real’. Het Reële is dat wat we absoluut niet willen zien, dat wat voorafgaat aan de symbolische orde, het surplus dat zich niet in die orde laat dwingen; in het bijzonder onze meest basale en immorele verlangens.
De filosoof laat meerdere fragmenten uit The Birds zien waarin vogels de mensen in het kustplaatsje Bodega Bay aanvallen; het zijn bij uitstek momenten waarop de symbolische orde wordt verstoord, het Reële op traumatische wijze de fictiewereld doorbreekt. Beelden uit Psycho kunnen natuurlijk niet ontbreken. We zien de scène waarin Norman Bates, na de douchemoord, de badkamer zorgvuldig schoonmaakt om de bloedsporen te verwijderen, en daarmee ook probeert “de chaotische en primordiale wereld van het Reële” te bedwingen. Daar wordt iets opgeroepen wat volgens Zizek de essentie van alle Hitchcocks uitmaakt: dat er iets verschrikkelijks zou kunnen gebeuren, iets wat de textuur van de werkelijkheid voorgoed zou kunnen verscheuren.
Voor Zizek is het maar een kleine stap van het doucheputje in Psycho naar de toiletpot in The Conversation. Gene Hackman, in de rol van een detective, onderzoekt in die film een hotelkamer waar misschien een moord is gepleegd. Tot zijn afgrijzen ontdekt hij dat het toilet niet goed doortrekt; er spoelt iets van gene zijde terug, uit de dimensie van het Reële, in plaats van dat er iets verdwijnt. Vervolgens concludeert Zizek dat het kijken naar een filmscherm vergelijkbaar is met het staren naar een toiletpot, “waiting for things to reappear“. Filmkijken is dus in essentie “watching shit“. Opnieuw kunnen we ons afvragen of hij het meent.
Manisch
De kenners van het werk van Zizek zal het allemaal bekend voorkomen. Wat deze documentaire fascinerend maakt, zit vooral in de dubbelzinnige rol die Zizek speelt en de manier waarop hij in beeld wordt gebracht. Steeds spreekt hij tot ons vanaf een bijzondere locatie, bijvoorbeeld in een boot in de baai van Bodega Bay, of in de hotelkamer van The Conversation. Soms lijkt hij zelf in een van de films mee te spelen, door de manier waarop hij reageert op een fragment. En zijn manische manier van praten, zijn heftige gebaren en zijn kleine tics doen hem lijken op een parodie van zichzelf.
Zizek wordt aldus gefictionaliseerd, tot personage gemaakt, maar dat betekent niet dat we hem niet serieus hoeven te nemen. Het is precies de les die hij ons wil leren: dat alleen in een fictioneel kader de waarheid naar voren kan komen. Zoals hij het zelf zegt: “We need the excuse of fiction to stage what we truly are.“
The Pervert’s Guide to Cinema is vanaf 6 oktober 2006 verkrijgbaar op import-dvd (Lone Star Productions, regiovrij).