Radu Jude over Kontinental ’25

‘Schuld is een gemakkelijke uitweg’

Datum
01-07-2026
Verschenen in

Radu Jude. Foto: André Bakker

Een deurwaarder in Cluj raakt in een morele crisis als de man die zij uit huis zet zelfdoding pleegt. Met dit sobere drama over schuld en geld won Radu Jude in Berlijn de Zilveren Beer voor het beste scenario. “Ik wilde een cinema tegen de cinema maken.”

In het jaar dat Radu Jude’s prettig gestoorde vampierfilm Dracula (2025) de hoofdcompetitie van Locarno opschudde, won de Roemeense regisseur de Zilveren Beer van Berlinale voor het beste scenario met Kontinental ’25.

Hoewel vlak na elkaar gedraaid, verschillen de twee films als dag en nacht. Dracula is Jude’s experimentele genrefilm over vampirisme en uitbuiting; Kontinental ’25 zijn spartaanse drama over geldgebrek, schuld en schaamte. Jude, die in 2021 met het even geestige als provocatieve Bad Luck Banging or Loony Porn de Gouden Beer won, ziet zijn vampierfilm als een eerbetoon aan de genre-experimenten van Georges Méliès en dit maatschappijdrama als een moderne variant op de stille films van de gebroeders Lumière.

Wat de twee films delen, is het onuitputtelijke werkethos van hun regisseur. Beide zijn voor een schijntje op een iPhone gedraaid, zonder extra belichting en met nauwelijks aankleding op de set. Die kale vorm sluit thematisch aan bij het verhaal van Kontinental ’25, gebaseerd op een nieuwsbericht dat Jude jaren geleden las, over een deurwaarder uit Cluj die in een crisis belandde nadat een man die zij uit huis had gezet zichzelf had gedood.

In Roberto Rossellini’s Europa ’51 (1952), met Ingrid Bergman die na een persoonlijke tragedie haar schuldgevoel wil afkopen, vond de Roemeen een geestverwant. Maar anders dan de Italiaanse meester maakte Jude zijn film zonder steracteurs, oogstrelende beelden of opgeklopt sentiment. Zijn cinema is uitgekleed tot op het bot, maar daardoor niet minder krachtig: Jude’s speelse intellectualiteit en zijn naar ironie neigende humor zijn zelfs in zijn meest povere shots voelbaar. In Berlijn lichtte de Roemeense veelfilmer toe dat het werken met extreem lage budgetten hem bevrijdt, en dat hij in de eenvoud van de iPhone het democratische potentieel van de cinema blijft zien.

Kontinental ’25

Naar eigen zeggen liep je bijna vijftien jaar rond met het idee voor deze film. Waarom maakte je hem nu pas? “Zo’n vijftien jaar geleden las ik op een lokale nieuwssite over een deurwaarder die huilde om de suicide van iemand die ze uit huis had gezet. Het fascineerde me dat iemand zich zo schuldig kan voelen over iets waar ze volgens de wet geen schuld aan had. Jarenlang vond ik er geen vorm voor, maar de economische ontwikkeling van Roemenië bracht me terug bij het idee. Het land is sinds de jaren negentig spectaculair gegroeid en tegelijk is de ongelijkheid geëxplodeerd: de publieke diensten worden van binnenuit uitgehold en het sociale vangnet is zo goed als verdwenen. Daar bovenop komt de vastgoedwaanzin van maffia-achtige bedrijven die land en parken inpikken. Dat was het moment om de moraliteit van onze economie te onderzoeken.”

Deurwaarder Orsolya is een goede burger, een bekwame werker en een betrokken mens. Waarom is haar schuldgevoel de motor van de film? “Een bevriende regisseur las het scenario en vond haar te perfect. Dat zat me eerst dwars, maar later besefte ik dat hij het mis had: ze moet perfect zijn. Ze is aardig, vriendelijk en bekwaam. Juist die kwaliteiten maken haar onderdeel van deze puinhoop. Schuld is nodig om met anderen samen te kunnen leven, anders zouden we elkaar meteen naar de keel grijpen. Tegelijk is het nutteloos. Het kan een gemakkelijke uitweg zijn, want je legt een moreel filter op een situatie die je politiek, economisch of historisch zou moeten aanpakken, niet moreel.”

Kontinental ’25 is een uitgeklede film met een statische iPhone-cinematografie. Vanwaar die spartaanse stijl? “Vroeger kampte ik met mijn eigen schuldgevoel, omdat ik geen vaste stijl heb. Inmiddels kan dat me niets meer schelen. Ik put nu inspiratie uit de primitieven, en uit het idee dat kunst geen regels en conventies kent. Daarom wilde ik terug naar de bron: Kontinental ’25 is alsof de gebroeders Lumière een geluidsfilm maakten. Daarom draaide ik op de camera van het volk, de iPhone, zonder extra belichting of grips op de set. Ik deed het ook omdat ik me een hypocriet voelde. Ik hou studenten altijd voor: ‘Je hebt een telefoon, daar kun je ook cinema mee maken.’ Tot er één tegen me zei: ‘Je lult uit je nek, want je doet het zelf niet.’ Nu heb ik het wél gedaan. Dus nu kan ik tegen hem zeggen: ‘Val dood!’ Kleine camera’s, en zeker telefoons, zijn fantastische middelen om de cinema te democratiseren, want laten we eerlijk zijn: democratisch genoeg is de cinema nog lang niet.”

De enscenering binnen die simpele shots is ook minimaal. Wat blijft er dan nog van regie over? “Lucian Pintilie, de grootste Roemeense filmmaker ooit, gaf de beste definitie van mise-en-scène: het is wat voorbij de tekst ligt. Je hebt de dialoog van het stuk of het scenario, en de mise-en-scène is wat de regisseur daaraan toevoegt. Kontinental ’25 wilde ik tot enkel tekst reduceren, dus met amper enscenering. Je hebt statische shots van acteurs, zoals bij de Lumières, maar dan met dialoog. Daartussen zie je shots van gebouwen. Zo wordt het een montagefilm: je hebt woorden en je hebt gebouwen. In zekere zin is dat de hele film.”

Roberto Rossellini is alomtegenwoordig in Kontinental ’25, tot in je titel. Wat nam je van hem over? “Rossellini is mijn idool. Ik heb twee dingen van hem overgenomen. Het eerste is het schuldverhaal: ook in Europa ’51 probeert het personage van Ingrid Bergman haar schuld af te kopen door te helpen. Alleen heb ik geen Ingrid Bergman, ik heb Eszter Tompa en veel bescheidener middelen; mijn personage geeft niet meer dan twee euro per maand aan een goed doel. Het tweede is Rossellini’s moeizame verhouding tot de cinema. Hij haatte het medium, wat tegelijk een manier was om ervan te houden. Hij monteerde op dubbele snelheid op de Moviola, hij verachtte het namelijk zo dat hij dacht: speel maar snel af. Een deel van zijn realisme en slordigheid komt uit die haat voort. Ik haat de cinema ook een beetje. Daarom wilde ik een cinema tégen de cinema maken. Dat voelt bevrijdend.”

Je werk wordt vaak als universeel beschreven. Toch lijk je het tegenovergestelde te willen: zo Roemeens mogelijk zijn. “Ik schaam me als ik Poolse, Nederlandse of Hongaarse films zie die er allemaal hetzelfde uitzien. Bij Ozu voel je dat je in Japan bent, bij Fassbinder dat het Duits is, bij de Nouvelle Vague dat het over Frankrijk gaat. Wat heeft het voor zin om een Roemeense film te maken die niet Roemeens aanvoelt? Juist via die specificiteit raak je aan universele waarden. Maar je hebt de juiste context nodig om ze te verankeren. Het alternatief kennen we allemaal: een generieke europudding die nergens naar smaakt.”

Doordat hoofdrolspeler Eszter Tompa Hongaars-Roemeens is, gaat Kontinental ’25 ook over migratie, vreemdelingenhaat en de vraag wie recht heeft op een land. Was dat bewust? “Het verhaal was niet bedoeld als reflectie op de spanningen tussen Hongarije en Roemenië, maar Tompa is een geweldige actrice, en met haar opende zich een nieuwe dimensie. Ineens ging het niet alleen over vastgoed, maar over de bodem van Transsylvanië zelf, met zijn beladen geschiedenis. De regio hoorde bij Hongarije tot ze in 1918 Roemeens werd, en sindsdien leeft de vrees dat Hongarije haar terug wil. Het EU-lidmaatschap bracht verlichting, want het bevroor de grenzen. Maar onder Orbán, en na de geannuleerde verkiezingen waarbij een nationalist bijna won, voelen die angsten uit de jaren negentig weer actueel. Toen Trump openlijk sprak over het inlijven van Gaza en Groenland, klonk territoriaal landjepik opeens niet meer als iets van honderd jaar geleden.”

Het is trouwens ironisch: met Kontinental ’25 maak je een film over het uitgeholde neoliberalisme, terwijl je tegelijk aan Dracula werkte, waarin vampirisme en kapitalisme onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. “Mijn Dracula heeft niets te maken met de serieuze Bram Stoker-verfilmingen; het zijn gestoorde verhalen rond de mythe, ook over economie en eigendom. Marx vergelijkt het kapitaal met een vampier die zich voedt met het werk van mensen, en dat idee zit er ook in. AI trouwens ook: net als Dracula zuigt het alles op zonder toestemming te vragen. Ik had die balans tussen deze twee films trouwens nodig — de ene kon niet zonder de andere bestaan. Dracula is mijn Méliès-film, Kontinental ’25 mijn Lumière-film. Toen ik ze allebei af had, voelde ik me eindelijk weer in evenwicht.”

Bijna al je films diagnosticeren de economische en politieke malaise van onze tijd. Zie je je werk als een manier om te reageren op wat je maatschappelijk dwarszit? “Cinema kan als geen ander medium de tijdgeest vangen, juist omdat het zo complex is; je voelt er de geschiedenis in. Wat Roemenië nu zo interessant maakt, is die perifere positie tussen oost en west, en het neoliberale kapitalisme dat boven op de oude communistische dictatuur is gelegd. Die spanning levert eindeloos veel stof op: je zou er elke dag een film uit kunnen halen. Honoré de Balzac zei ooit dat hij de historicus van de Franse samenleving wilde zijn. Met mijn bescheiden middelen voel ik dezelfde roeping: ik wil de historicus van het hedendaagse Roemenië zijn.”


Kontinental ’25 draait vanaf 20 augustus 2026 in de bioscoop.