Loze tijd
Roerloos bewegen
L’éclisse
Olivier Père, de programmeur van de Quinzaine des réalisateurs waarvoor Guernsey op het afgelopen Filmfestival Cannes werd geselecteerd, vergeleek de film van Nanouk Leopold met het werk van Antonioni. Dat komt vooral door haar gebruik van temps morts tussen de handelingen. Hoe zat het ook alweer?
De Italiaanse regisseur Michelangelo Antonioni was op het hoogtepunt van zijn carrière een van de belangrijkste representanten van het modernisme in de film. In het begin van de twintigste eeuw is modernisme een verzamelterm voor een aantal vernieuwende stromingen in schilderkunst en literatuur, zoals de avant garde-bewegingen van expressionisme, dadaïsme en surrealisme. Maar ook schrijvers als James Joyce, Virginia Woolf en Proust worden ertoe gerekend. Het was een manier om met behulp van nieuwe artistieke middelen als collage, zelfreflexiviteit en stream of consciousness uit te drukken in welk een verwarrende wereld de (Europese) mens na de Industriële Revolutie en de Eerste Wereldoorlog was terechtgekomen.
Na de Tweede Wereldoorlog en de Italiaanse wederopbouw ("Iedereen zijn eigen Fiat", was het motto) was Antonioni een van de eerste cineasten die de keerzijde van deze economische euforie tot inzet van zijn werk maakte. Hij zag hoe mensen door de grote vlucht die de technische vooruitgang na de Tweede Wereldoorlog nam, zeker toen die door de dreiging van een atoomoorlog een autonome en onbeheersbare macht leek te krijgen, steeds meer werden teruggeworpen op hun eigen individualiteit en morele verantwoordelijkheid.
Zijn hoofdpersonen zijn hun houvast verloren. Ze zoeken naar menselijke waarden, maar zijn overgeleverd aan de immensiteit van tijd en ruimte. De innerlijke vormloosheid van zijn personages leidde tot gedurfde vormexperimenten. De hoofdpersonen zijn ondergeschikt gemaakt aan de overweldigende ruimte. Ze worden op de rug gefilmd, naar de rand van het kader verbannen, of vallen in het niet tegen de architecturale achtergrond van de omgeving.
Op dezelfde genadeloze manier waarop Antonioni zijn personages losrukt uit de ruimte, weekt hij ze los van de tijd. Hij doet dit door tussen de gebeurtenissen intervallen van loze tijd in te lassen. Tijdens deze temps morts worden de karakters gefixeerd in de tijd. Vaak zijn het momenten waarop ze het kader in- of uitwandelen, alsof de kaders de coulissen van de filmische werkelijkheid zijn. Het heeft iets van verspilling of onhandige montage. De tijd lummelt nog een beetje voort, zonder doel en zonder richting. Soms bevriest Antonioni de handeling in deze temps morts alsof hij vergeten is "cut" te roepen. Alsof hij zijn acteurs alleen maar opdracht heeft gegeven tot dat en dat punt te lopen. En daar staan ze dan maar zo’n beetje, niet in en niet uit hun rol. "Op het roerloze punt van de wentelende wereld", zoals de modernistische dichter T.S. Eliot dat in zijn Four quartets omschreef.
Een ander kenmerk van Antonioni’s films dat we ook in Guernsey terugvinden is dat ze niet in woorden, maar in beelden en stiltes verteld worden. Antonioni was er, net zoals bijvoorbeeld de absurdistische toneelschrijvers als Eugène Ionesco en Samuel Beckett van overtuigd dat de taal na WOII failliet was en de menselijke communicatie had afgedaan.
Ook vandaag de dag zijn de verworvenheden van Antonioni nog hoogst actueel in de Europese kunstzinnige en auteursfilm. Maar ook regisseurs als Wong Kar-wai en Steven Soderbergh hebben meermalen verklaard zeer door het werk van de Italiaanse grootmeester beïnvloed te zijn. Gedrieën maakten zij het drieluik Eros, dat dit najaar in de Nederlandse bioscopen wordt verwacht.