Klassieker: Voci nel tempo (1996)

Dichter van oerkrachten

Voci nel tempo

“Er bestaan geen oude films”, zei filmmaker Peter Bogdanovich ooit. “Alleen films die je al wel en films die je nog niet hebt gezien.” En zo is het, toont onze serie over klassiekers die je (waarschijnlijk) nog niet hebt gezien. Deze maand: Voci nel tempo (1996).

Het klinkt pompeus om Franco Piavoli een van de laatste goed bewaarde geheimen van de internationale cinema te noemen, maar feit is dat weinig mensen de films van deze negentigjarige Italiaan kennen. Hij stond ook niet op mijn radar, tot programmeur Immanuel Verhoeven van Filmhuis De Spiegel in Heerlen me op z’n films wees. En laat De Spiegel op 21 en 31 januari 2024 nou net twee vertoningen organiseren, ingeleid door Volkskrant-recensent Kevin Toma. Een zeer zeldzame kans om Piavoli’s films op groot doek te zien. Het kan makkelijk tien, vijftien jaar duren voordat je die kans weer krijgt. Misschien krijg je die wel nooit meer.

Voci nel tempo (‘stemmen door de tijd’) kijkt met een schitterend oog voor kleine en grote gebaren naar het Italiaanse dorpsleven anno 1990. Al zou vrijwel alles wat je ziet zich ook een eeuw eerder kunnen afspelen. Dat tijdsgewricht is niet belangrijk. De film levert een 360-gradenblik op het leven, waarin jeugd en volwassenheid en middelbare leeftijd en ouderdom in flarden voor de lens verschijnen. Zoals de meeste films van Piavoli is Voci nel tempo gesitueerd in zijn geboortestreek Lombardije, in dit geval het rustieke dorpje Castellaro. De dauw op de velden in de ochtend, de hitte van het middaguur en de koelte van de avondzon zijn bijna tastbaar.

Piavoli’s films zijn vrijwel zonder dialogen. Hij observeert bewegingen, vrijwel altijd van een afstand, vaak van groepen bewoners – een spel tussen kinderen, een dans op het dorpsfeest – soms van een individu. Door op het juiste moment en op de juiste manier naar het gezicht van een jongeman te kijken die naar een jonge vrouw kijkt, voel je het verlangen en de onzekerheid van een eerste verliefdheid.

De stemmen door de tijd zijn de stemmen van de bewoners die over de velden klinken, de uitwisselingen tussen iemand op een balkon en iemand op straat, het geroezemoes van oude mannen die de koelte van de schaduw hebben opgezocht. Het geluid van scooters waarmee jongens rondjes draaien om een groepje meiden, als een moderne versie van een oeroud ritueel. Maar denk niet dat Piavoli alleen maar nostalgisch is over het Italiaanse dorpsleven, ook al schuilt er een zekere lyriek in z’n films.

Piavoli maakte – na flink wat korte films – tussen 1981 en 2002 vier lange films. Als je die in chronologische volgorde bekijkt, wordt duidelijk welk idee de filmmaker door die decennia heen heeft willen verbeelden. In Il pianeta azzurro (1981) speelt de mens wel een rol, maar het is door de focus op het stromende water en de wisseling van de seizoenen ook duidelijk dat die rol bescheiden is. (Ook al was de versnelling van klimaatverandering toen al in gang gezet – zie Koyaanisqatsi, een jaar later gemaakt, en je krijgt een hele andere indruk van de invloed van de mens.) De mens is hier duidelijk ‘te gast’ en draait mee in de cycli van leven en dood.

Nostos: Il ritorno (1989) is een hervertelling van een deel van Homerus’ Odyssee, waarin Odysseus terugkeert naar Ithaca. In plaats van de gebruikelijke dramatische plot te volgen, laat Piavoli Odysseus ontsporen, zet hij deze centrale figuur uit de westerse mythologie aan de zijlijn en laat hij landschap en oerkrachten overheersen.

In Voci nel tempo (1996) en Al primo soffio di vento (2002) kijkt Piavoli van dichterbij naar de mens. Maar met die eerste twee films in gedachten is de plek van de mens in het landschap hier relatiever. De dansen op het dorpsplein en de scooters die rondjes draaien om de meiden zijn niet meer de belangrijkste geluiden die je hoort. Ze zijn net zo tijdelijk en vergankelijk als het gezang van de vogels.

Piavoli is niet het laatste goed bewaarde geheim, want er zullen altijd geheimen zijn: onontdekte films van makers met een eigengereid perspectief. Maar een geheim is hij wel. Tarkovski zou als jurylid op het filmfestival van Venetië in 1982 over Il pianeta azzurro hebben gezegd: “Een gedicht, een concert, een reis naar het universum, de natuur, het leven… echt een hele nieuwe visie.” Dat geheim moet hoognodig ontdekt worden.