High & Low – John Galliano

Veroveraar van de modewereld

High & Low – John Galliano

De opkomst en val van modeontwerper John Galliano zijn het onderwerp van deze documentaire die geen makkelijke antwoorden geeft.

Ergens in de documentaire High & Low – John Galliano noemt iemand modeontwerper John Galliano een goede metafoor voor de modewereld in het geheel. Zijn stormachtige opkomst in de jaren negentig, de manier waarop hij steeds meer het contact met de realiteit verliest en vervolgens het publieke schandaal dat hem noopt zichzelf opnieuw uit te vinden lopen nagenoeg parallel aan een mode-industrie die explosief groeide, tegen de (morele) grenzen van die groei aanliep en zich nu moet verhouden tot een veranderde wereld (maar dat slechts ten dele doet).

Het scharnierpunt in het geval van Galliano is 2011, wanneer een video uitlekt waarin te zien is hoe hij met een dubbele tong van de drank een antisemitische tirade afsteekt tegen een groepje vrouwen. Het is niet het enige incident. Dior, waar hij op dat moment hoofdontwerper is, ontslaat hem op staande voet.

High & Low begint met die episode. Alsof regisseur Kevin Macdonald direct duidelijk wil maken dat zijn film, waarin hij Galliano zijn verhaal laat doen, gecombineerd met archiefbeeld en andere interviews, geen hagiografisch portret wil zijn. En hoewel predicaten als ‘genie’ en ‘beste van zijn generatie’ niet van de lucht zijn, is de film inderdaad te eerlijk en ambivalent om dat te zijn.

Galliano wordt geboren in Gibraltar en groeit op in Zuid-Londen (“grijs, grijs, grijs”). Al op jonge leeftijd weet hij dat hij homoseksueel is, maar ruimte daarvoor voelt hij niet in een conservatieve omgeving met ouders die fysiek en verbaal geweld niet schuwen. Galliano ontsnapt in zijn fantasie, en dat is de rode draad die door zijn leven verweven zit, zo toont High & Low. Elke coutureshow van Galliano is een zorgvuldig geconstrueerde fantasiewereld met eigen verhaallijnen en personages.

Maar hoe succesvoller hij wordt, hoe meer mensen deel willen uitmaken van die fantasie en hoe meer de fantasie de werkelijkheid verdringt. Galliano noemt de film Napoléon (1927) van Abel Gance als een van zijn grote inspiratiebronnen en Macdonald trekt in zijn documentaire geregeld visuele verbanden tussen Galliano en de Napoleon in die film. Galliano als de grote veroveraar van de modewereld die langzaam het zicht op de realiteit verliest. En daarmee ook zichzelf. Archiefbeelden tonen hoe de verlegen, vrolijke jongeman steeds meer verdwijnt achter de showman waar Galliano zichzelf in transformeert.

Op het hoogtepunt (en tegelijk dieptepunt) van zijn carrière maakt hij 32 collecties per jaar bij Dior. De enige manier om dat vol te houden is synthetisch: steeds meer leunt Galliano op pillen om hem op de been te houden. Slapen doet hij nauwelijks. Drank is zijn uitlaatklep. Het is een verhaal dat al snel de neiging heeft om als een excuus te werken. Hij moest wel een keer grandioos uit de bocht vliegen, misschien was het zelfs een vorm van zelfsabotage.

Galliano zelf heeft het antwoord niet. “Ik weet het niet”, bekent hij. Dat klinkt misschien als een flauw antwoord, maar het vergt eerlijkheid om te onderkennen dat er een deel van jezelf is dat je niet doorgrondt. Galliano doet zijn verhaal recht in de camera, geregeld naar voren leunend, alsof hij nog dichter op de camera wil kruipen. Hij lijkt bereid zich kwetsbaar op te stellen, maar Macdonald lijkt niet altijd even bereid hem te pushen. Echt zicht in de zelfreflectie van Galliano krijg je daardoor niet en dat frustreert.

Galliano’s ballingschap duurde uiteindelijk (mede dankzij onvoorwaardelijke steun van onder meer Anna Wintour) slechts twee jaar. Sinds 2014 is hij creatief directeur bij Maison Margiela. Aan het begin van dit jaar presenteerde hij daar een lente/zomercollectie die werd onthaald met over elkaar heen buitelende superlatieven. Aan het einde van die show kwam Galliano zelf niet op. Alsof hij daarmee wilde zeggen dat hij inmiddels fantasieën kan creëren waarin hij zichzelf niet langer verliest.


High & Low – John Galliano is vanaf 26 april te zien op MUBI (VoD).