Teenage Sex and Death at Camp Miasma

Queer liefde voor de eighties-slasher

Datum
01-07-2026
Auteur
Verschenen in
Regie
Jane Schoenbrun
Te zien vanaf
20-08-2026
Land
Verenigd Koninkrijk, Canada, 2026

Teenage Sex and Death at Camp Miasma

Wat doe je als jonge vrouw met je fascinatie voor misogyne slasherfilms? En wat als juist die films je queer gevoelens wakker hebben gehakt? Dan ga je op zoek naar de final girl, met wie het allemaal begon.

Het uitgangspunt van Teenage Sex and Death at Camp Miasma is geweldig. Wat doe je met positieve gevoelens – van opwinding, herkenning – bij kwaadaardige beelden?

De eerste reactie is waarschijnlijk: schaamte. Maar in dat geval internaliseer je het en blijf je ermee zitten. Een tweede mogelijkheid: noem het een guilty pleasure. Dan trek je het plezier en het schuldgevoel in elk geval gelijk. Maar dan nog: het schuldgevoel blijft.

Met hun derde film, na We’re All Going to the World’s Fair (2021) en I Saw the TV Glow (2024), gaat regisseur Jane Schoenbrun elk gevoel van schuld en schaamte voorbij. Teenage Sex and Death at Camp Miasma gaat over de jonge vrouwelijke filmmaker Kris (Hannah Einbinder in haar speelfilmdebuut), die de Friday the 13th-achtige reeks Camp Miasma nieuw leven moet inblazen en ooit haar queer ontwaken beleefde bij het zien van de final girl in deel één. Wat best verwarrend is, bij zo’n misogyn, homo– en transfoob genre als de eighties-slasher (zie ook de Shudder-documentaireserie Queer for Fear, 2022).

Die final girl (die traditioneel overleeft omdat ze als enige geen seks heeft) werd gespeeld door Billy (een fijne Gillian Anderson), die daarna nooit meer wilde terugkeren voor een vervolg maar wel op het kampeerterrein uit deel één is gaan wonen, als een moderne Norma Desmond uit Sunset Boulevard (1950).

Schoenbrun spreekt in interviews vrijuit over hoe deze drie films zijn gevoed door hun transitie, waarbij de eerste twee meer beïnvloed waren door hun genderdysforie en Miasma juist een gevoel van bevrijding uitdrukt. Ook de twee biseksuele hoofdrolspelers benadrukken hun persoonlijke bevlogenheid.

En dat dan dus allemaal met bloedfonteinen, dikke lagen nepsneeuw, prachtig geschilderde achtergronden en POV-shots vanuit de uiteraard weer opduikende (en genderfluïde) Camp Miasma-seriemoordenaar met de geestige naam Little Death (op sommige filmposters staan ‘Sex’ en ‘Death’ beide in hartjes geschreven, als geliefden – ook de dubbelzinnigheid van slasher-‘penetraties’ wordt omarmd).

Deze liefdevolle recreatie van de jarentachtigslasher reproduceert, misschien onvermijdelijk, ook de flauwe kanten van het genre. Van Schoenbruns drie speelfilms blijft I Saw the TV Glow daarom mijn favoriet. Maar hun samenhangende oeuvre is meer dan de som der delen. Zoals ook niet alleen de intellectualiserende queer regisseur Kris het alter ego is van Schoenbrun (of van iedereen die het slashergenre met gemengde gevoelens bekijkt), maar de film als geheel. Pas als je je slasherliefde, met alles erop en eraan, accepteert – en je jezelf niet alleen herkent in het slachtoffer, maar ook in de dader – volgt de bevrijding van de kleine dood.