De gruwelijke wraak op Jafar Panahi

Jafar Panahi op het Filmfestival Rotterdam 2007. Foto: Bram Belloni

Woede en verbijstering. De Iraanse autoriteiten hebben dus toch het misdadige lef gehad om Jafar Panahi voor zes jaar naar de gevangenis te sturen. Een van de meeste zachtaardige regisseurs in de wereld lijkt nu definitief uit de (film)wereld gerukt. Jos van der Burg blikt terug op een tragedie.

The White Balloon

Sommige interviews vergeet je nooit. In 1996 interviewde ik op het IFFR een Iraanse regisseur die met The White Balloon (1995) zijn debuut maakte. Hij heette Jafar Panahi en zoals veel collega’s wist ik niet meer van hem dan dat hij een protegé van Abbas Kiarostami was. Kiarostami kende ik wel, want die had al beroemde films op zijn naam staan als Waar staat het huis van mijn vriend? (1987) en En het leven gaat door (1992). Prachtige, humane films die samen met het werk van Mohsen Makhmalbaf de Iraanse cinema internationaal op de kaart hadden gezet.

Panahi had niet alleen veel geleerd van Kiarostami, zijn mentor had ook het script van The White Balloon voor hem geschreven. Dat kon iedereen zien, want de film vertelde een typisch Kiarostami-verhaal over een meisje dat aan de vooravond van Nieuwjaar van haar moeder een goudvis mag kopen, waarna er allerlei hindernissen verschijnen. Niet toevallig speelden in die tijd vaak kinderen de hoofdrol in Iraanse films. Op die manier konden filmmakers impliciet gevoelige thema’s aan de orde stellen en zo de censuur omzeilen.

The Circle

Tijdens het interview in Rotterdam betoonde de 35-jarige Panahi zich een zacht pratende, bedeesde filmmaker, die vragen over het Iraanse dictatoriale regime angstig omzeilde. Geen prikkelende politieke uitspraken, maar wel vertelde hij uitvoerig over het regisseren van kinderen. Je moest kinderen op hun gemak stellen, dan kwam het altijd goed, zei hij. Ik zag voor me hoe dat zou gaan bij deze zachtaardige man. Na The White Balloon rees Panahi’s ster snel in de internationale filmwereld. Hij gebruikte de roem om zijn stijl te veranderen. Hij maakte geen films meer met verhulde kritiek op het gebrek aan vrijheid en andere misstanden in de Iraanse samenleving, maar films die dat onverhuld deden. Zoals The Circle (2000), een felle aanklacht tegen de patriarchale onderdrukking van Iraanse vrouwen. In deze film is iedere alleenlopende vrouw op straat in Teheran een prooi voor de zedenpolitie.

Een paar jaar later toonde Panahi met veel humor in Offside (2006) de absurditeit van de strikte scheiding tussen de mannen- en vrouwenwereld in het Iraanse leven. Een groepje meiden, fanatieke voetballiefhebbers, trotseert het verbod voor vrouwen om voetbalwedstrijden te bezoeken. Verkleed als mannen lukt het hun om het stadion binnen te komen, maar tijdens de wedstrijd worden ze gearresteerd door jonge dienstplichtige soldaten, die ook maar doen wat hun is opgedragen. Het levert hilarische dialogen op tussen de goedgebekte meiden, die gewoon een voetbalwedstrijd willen zien, en de jonge knullen die hen arresteren. Duidelijk was dat de filmtitel niet alleen op deze meiden sloeg, maar op alle Iraanse vrouwen. In de patriarchale Iraanse maatschappij staat elke vrouw buitenspel.

Offside

Met deze en andere films was Panahi de luis in de pels van het Iraanse regime geworden. Toen hij met Offside ook weer op het IFFR was en ik hem vroeg of hij met zijn kritische films geen gevaar liep in Iran, dacht hij van niet. Hij zei er dit over: “In Iran loop je vooral gevaar als je nog niets hebt bereikt. Als je bekend bent, heb je minder problemen. Ze moeten je dan serieus aanpakken of met rust laten.”

Vier jaar liet het regime Panahi nog met rust, waarna het besloot tot ‘serieus aanpakken’. Dat was in 2010 toen Panahi een van de vele slachtoffers werd van de afrekening door het regime met de Groene Revolutie – de in 2009 losgebarsten protestbeweging na de frauduleuze presidentsverkiezingen. Panahi steunde de protestbeweging tegen de islamitische scherpslijpers en de verkiezingsfraude. Dat hij er een documentaire over aan het maken was, was voor het regime de druppel. In maart 2010 werd Panahi op beschuldiging van anti-Iraanse propaganda gearresteerd en opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran.

De stortvloed aan protesten uit de internationale filmgemeenschap leidden niet tot vrijheid. Na bijna drie maanden opsluiting ging Panahi uit wanhoop in hongerstaking. Het was voor Panahi een gokspel op levensgevaarlijk niveau: zou het regime buigen voor zijn hongerstaking of hem laten sterven? Panahi won de slag. Hij kwam op borgsom vrij en mocht zijn rechtszaak thuis afwachten. Ruim een half jaar later volgde het vonnis: zes jaar gevangenisstraf en een filmverbod van twintig jaar. Onder druk van internationale protesten werd de zes jaar gevangenisstraf omgezet in een voorwaardelijke straf met als voorwaarde dat Panahi zich voortaan zou onthouden van kritiek op het regime. Het twintigjarige beroepsverbod bleef gehandhaafd.

Taxi Teheran

Als het regime dacht dat het Panahi hiermee het zwijgen had opgelegd, was dat een misrekening. De ongelofelijk moedige Panahi bleef stiekem gewoon door filmen. Eerst in zijn eigen huis, later ook buiten. Tussen 2011 en 2018 maakte hij maar liefst vier films: This Is Not A Film (2011), Closed Curtain (2013), Taxi Teheran (2015) en Three Faces (2018). Natuurlijk wisten de autoriteiten wat Panahi deed, zo stom zijn de Iraanse inlichtingendiensten niet. Dat zij niet ingrepen, kan alleen maar verklaard worden uit de verdeeldheid binnen het regime.

Panahi genoot de steun van de hervormingsgezinde factie binnen het regime. De laatste jaren speelt die groep geen rol van betekenis meer en is Iran in de greep van een aartsconservatief regime, dat elke vorm van sociaal protest meedogenloos neerslaat. Het liet Panahi op 11 juli (zijn verjaardag!) arresteren, toen hij met een paar advocaten en filmcollega’s bij het kantoor van de openbaar aanklager informeerde naar het lot van Mohammad Rasoulof en Mostafa Aleahmad, twee filmmakers die een paar dagen eerder waren gearresteerd. Hoe het met hen gaat, weten we nog steeds niet, maar wel dat Panahi wegens ‘propaganda tegen het systeem’ razendsnel veroordeeld is tot het alsnog uitzitten van de in 2010 opgelegde zes jaar gevangenisstraf.

Het heeft twaalf jaar geduurd, maar alsnog slaan de religieuze extremisten toe. Het zou wel eens de genadeslag voor Panahi kunnen zijn, zowel voor zijn persoonlijke leven als voor zijn carrière. Dat zou het einde betekenen van een zeldzaam zachtmoedige filmmaker, die in elke film steeds opnieuw pleit voor verdraagzaamheid en medemenselijkheid. Dat blijkt dus een halsmisdrijf voor de extremisten. Gevreesd moet worden dat de inmiddels 62-jarige Panahi zes jaar opsluiting in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran niet overleeft. Natuurlijk protesteert de filmwereld, maar het gevoel van machteloosheid maakt misselijk.