Patricia Rozema over I’ve Heard the Mermaids Singing
Een film tegen autoriteiten
I’ve Heard the Mermaids Singing
Op 1 april legde ze de laatste hand aan haar eerste lange speelfilm. Zes weken later draaide hij in Cannes op het festival en was de film verkocht aan meer dan dertig landen over de hele wereld. Maar weinig regisseurs maken zo’n vliegende start. Niet in de laatste plaats tot haar eigen grote verrassing overkwam het Patricia Rozema, 29 jaar oud, dochter van naar Canada geëmigreerde Nederlanders. Vanaf deze maand is haar debuut ook in de Nederlandse bioscopen te zien: I’ve Heard the Mermaids Singing.
Op weg van het vliegveld van Nice naar Cannes deelde ik dit voorjaar een taxi met Jan Röfekamp, die toevallig tegelijkertijd uit Canada was aangekomen. Ooit was hij een van de stuwende krachten achter de Nederlandse ‘alternatieve’ distributie-firma Fugitive Cinema. Maar inmiddels is hij al een groot aantal jaren verkoper van Frans-Canadese films. Een eveneens in de taxi meerijdende Nederlandse filmverhuurder raadde hij tussen neus en lippen door aan even te gaan kijken naar een voor de verandering Engels-Candese productie die hij in zijn pakket had meegenomen. Het debuut van een van oorsprong Nederlands regisseuse. Op dat moment besefte hij nog niet dat hij nog geen twee weken later als verkoopagent bij wijze van spreken meer verdiend zou hebben dan in al die jaren daarvoor bij elkaar.
Het voorval tekent het verrassingsaspect van I’ve Heard the Mermaids Singing, het debuut van Patricia Rozema, maar helemaal uit de lucht komt zoiets natuurlijk niet vallen. Het succes is het resultaat van visie, doorzettingsvermogen en talent.
Na vier jaar studie filosofie en Engels aan het Calvin College in de Amerikaanse staat Michigan en journalistiek werk voor televisiestations in Chicago en New York, richtte Patricia Rozema in 1983 met Alexandra Raffé in Toronto de filmproductie-firma Vos Productions op. (De naam was ontleend aan haar moeders meisjesnaam.) Ze volgde een vijf wekende durende cursus filmtechniek en deed regie-assistentie bij talloze Canadese en Amerikaanse films, die in Toronto opgenomen werden, waaronder The Fly van David Cronenberg.

In 1985 maakte ze een eerste korte film, Passion: A Letter in 16mm. Ondertussen schreef ze het scenario voor een lange speelfilm, die voor een bescheiden bedrag gerealiseerd zou moeten worden. Van twee kunstfondsen, de Ontario Arts Council en de Canada Council ontving ze 65.000 (Canadese) dollars, terwijl de Ontario Film Development Corporation en Telefilm Canada een bedrag van 263.000 dollar investeerden in dit debuut.
In I’ve Heard the Mermaids Singing vertelt Rozema het verhaal van de wat wereldvreemde, maar goudeerlijke Polly Vandersma. De film start met een videoband, waarop zij recht in de camera kijkend haar levensverhaal begint te vertellen. Ondanks haar ‘organisatorische handicap’ vond ze een baantje als secretaresse bij een kunstgallerie, waar ze allengs meer bewondering op begon te brengen voor de eigenaresse. In haar vrije tijd fotografeert ze wat ze leuk en interessant vindt, terwijl ze in de doka heerlijk weg kan dromen.
Haar relaas, dat al spoedig in filmbeelden tot ons komt, geeft de geschiedenis weer van een ontwikkeling bij Polly tegenover haar bazin en de daaraan verbonden (elitaire) visie op (schilder)kunst. Na zelf diep vernederd te zijn door haar werkgeeftster, hervindt Polly zichzelf en is ze weer in staat de zeemeerminnen te horen zingen, net zoals ze zich vroeger kon inbeelden te kunnen vliegen.
Twijfels
Na haar succesvolle optreden in Cannes, bracht Patricia Rozema een paar weken door in Nederland. Ze bezocht haar grootmoeder, die in Groningen woont en bleef nog enkele dagen in Amsterdam. Nog steeds wat beduusd door wat haar en haar film zijn overkomen, vertelt ze wat er naast haar praktijkervaringen ten grondslag lag aan haar speelfilmdebuut.
“Ik hou in een boek bij wat ik interessant vind, wat ik zie, wat iemand zegt, wat ik lees, gedachten. Dan probeer ik een structuur te bedenken, waarin ik zoveel mogelijk kwijt kan waar ik van hou. Het lijkt op koken, alle lekkere dingen in één gerecht. Wat ik graag wil is de vrouwelijke kijk op allerlei dingen onderzoeken. In mijn eerste korte film deed ik dat voornamelijk verbaal. Dat was op zich in orde, maar het wond me niet op. Als reactie daarop ontwikkelde ik een nonverbaal personage en probeerde ik vooral visueel haar binnenste te onderzoeken. In die zin is Mermaids een reactie op die eerste film. Al toen ik de rushes daarvan zag, besloot ik dat mijn volgende film leuk en fantastisch moest worden, dat ik zelf uit m’n bol moest gaan. Die eerste film was heel serieus, de humor was eruit verdwenen.”
“Een ander motief dat aan de basis van deze film ligt, betreft een artikel over korte Canadese films. Naar aanleiding van mijn eerste film, die in Chicago een prijs won, schreef een criticus dat hij ‘overwrought and pretentious‘ was. Ik dacht: ‘Mijn God, dat is het laatste wat ik wil zijn.’ Dat beïnvloedde me ook. Ik dacht: ‘Waarom moet ik iets van mezelf laten zien, als dat zulke reacties oproept?’ Maar daar kwam ik overheen. Je doet het tenslotte voor de beelden, de personages waar je om geeft. Vandaaruit ontwikkelde ik een personage, dat natuurlijk en spontaan reageert op de wereld om haar heen. Ze maakt daar foto’s van en via de fotografie heeft ze vat op haar eigen wereld. Ze wordt daarvoor veroordeeld, ze verliest het vertrouwen in zichzelf, maar komt er dan achter dat de autoriteit die haar veroordeelt zelf geen ene moer weet, dat die zelf gehinderd wordt door eigen twijfels.”
Europees
Van huis uit niet opgevoed met film, begon Rozema films te kijken toen ze ging studeren en werken. “Wat me aantrok in de journalistiek was het vertellen van verhalen. Dat trekt me ook in film… het plot, de emoties, de symbolische lagen. Eigenlijk volg ik nu een eigen cursus. Vlak voor ik naar Cannes vertrok, gaf ik mezelf een televisie en een videorecorder cadeau, zodat ik nu ook al die oude films kan zien. Een voordeel is nu nog dat ik minder bewust dingen navolg. Ik heb geen vooropgezette mening over hoe een film er uit zou moeten zien. Zo zag ik kort nadat Mermaids af was La strada van Fellini en zag daarin mijn hoofdpersonage terug. Hetzelfde overkwam me toen ik lette op een aantal technieken in Truffauts Jules et Jim: ik zag daarin dingen, waarvan ik eerder dacht dat ik ze uitgevonden had.”
“Mijn smaak neigt sterk naar de Europese cinema. Met onze eigen firma willen we ook voor anderen en ook internationaal intelligente, artistieke films produceren zonder duidelijk commerciële pretenties. Met originaliteit en goede verhalen willen we de barrière tussen de commerciële en de niet-commerciële cinema slechten. Ik hoop in ieder geval dat de artistieke fondsen in Canada sympathieker staan tegenover iets wat nieuw en ongebruikelijk is.”
Kikker
Met haar keuze Polly te laten werken in een kunstgallerie, wekt Rozema de indruk een bepaalde houding te willen ventilleren tegenover (moderne) schilderkunst. Ze geeft toe hier op een gevaarlijk terrein te belanden. “Maar ook komt daar de humor om de hoek. Je kunt nog veel verder gaan met een film over kunst en het maken daarvan. Veel mensen lachen snel. Maar door het op een leuke manier te doen, door het te laten zien door de ogen van iemand die niets van die wereld weet, schep je veel vrijheid. Ik had ook voor andere wereldjes kunnen kiezen, zoals film of muziek. Ik hou van schilderkunst. Maar mijn commentaar had zelfs op politiek kunnen slaan. De Reagans tegenover de Polly’s in de wereld. In wezen is Mermaids een film tegen autoriteiten.”
“In zekere zin is de film mijn herinterpretatie van het Christus-verhaal. Polly is iedereen, de galleriehoudster en haar vriendin zijn God, die haar de gouden schilderijen laat zien. Door hen verwerpt Polly haar eigen identiteit, maar tenslotte ontdekt ze dat God een kikker is. Dat is mijn eigen substructuur, die je niet noodzakelijkerwijs achter de film hoeft te zoeken. Tenslotte is het ook mijn verhaal: Ik ben wie ik ben, fuck ‘em.”
“Door de reacties op Mermaids zie ik nu ook een andere kant van de film. Het idee van subjectiviteit leeft nu veel sterker bij mij. Dat komt door de schilderijen, waar eigenlijk niets op staat. Ze zijn een symbool voor schoonheid, die mensen er zelf in zien. Ik ontdek dat nu ook veel duidelijker in de journalistieke stukken over mij. Er zijn nu twee Patricia Rozema’s: ik en die andere, gecreëerde werkelijkheid. Er zijn overeenkomsten tussen die twee, maar niet alles. Dat wil ik in mijn volgende film wat nader onderzoeken. Tenslotte film ik om iets beter te leren begrijpen.”