Venetië 2021, blog 2

Te weinig blauwe plekken

Waar Venetië vorig jaar de covid-strijd won van Cannes, zijn dit jaar de rollen omgedraaid. Voor houders van een blauwe festivalpas is de vraag: hoe scoren de Azzurri versus Les Bleus?

Er zijn ergere plekken om je werk niet te kunnen doen. Maar toch. Het is dit jaar voor iemand met mijn accreditatie – de blauwe pas, voor journalisten van Periodicals – niet mogelijk op een gedegen manier het festival te verslaan. Vele grote titels, zoals Denis Villeneuve’s Dune, Pablo Larraíns Spencer en Paolo Sorrentino’s The Hand of God zijn voor mij niet te zien, terwijl dat in Venetië vroeger nooit een probleem was. Zelfs kleinere titels lukken vaak niet. Ik ben nu halverwege het festival en heb tien films gezien. Zo kan ik niet werken.

De rode passen – voor Daily publicaties, zoals de kranten – lukt het in principe wel, al is het ook voor hen lastiger geworden. Maar voor de blauwen zijn er maar af en toe plekken beschikbaar, her en der, meestal bij minder bekende titels.

Corona, natuurlijk. Ik heb nog geen samenzweringstheorie gezien waarin die ziekte door de Biennale is gecreëerd (zeg als een wereldomspannend conceptueel kunstwerk), dus laten we ervan uitgaan dat het festival daar verder niks aan kan doen. Aanpassingen zijn noodzakelijk en logisch en elke verandering gaat gepaard met kinderziektes. In principe klaag ik ook liever niet over praktische problemen achter de schermen van ons beroep. Dat doet de bakker ook niet als je een brood komt kopen en dat is terecht.

Maar in dit geval denk ik dat het toch interessant is, vooral in vergelijking met Cannes. Omdat de internationale reputatie van filmfestivals niet alléén is gebaseerd op de hoeveelheid grote en indrukwekkende films die er draaien, maar ook op hoe goed het festival functioneert. En daarin lijken Cannes en Venetië stuivertje te wisselen.

Vorig jaar kon Cannes niet doorgaan terwijl Venetië als enige grote festival wel plaatsvond. 1-0 voor Venetië. En niet alleen dat, de mening onder journalisten – ik was er zelf niet bij, maar bijvoorbeeld Filmkrant-collega Hugo Emmerzael wel – was unaniem positief. Venetië, was de consensus, was zelfs beter georganiseerd dan ooit. Het festival geldt normaal gesproken een beetje als een zooitje, ook in vergelijking met Cannes. Dus dit was een vette 2-0 voor Venetië.

Toen kwam Cannes 2021. Het was mooi dat het weer doorging, maar dat deed Venetië dit jaar ook dus dat levert niemand extra punten op. En over de kwaliteit van de selectie (die van Cannes was prima en ook de eerste indruk van Venetië is positief) gaat het nu ook even niet. Net als Venetië in 2020 had Cannes een nieuw online boekingssysteem laten maken. Dat was een enorme verbetering. In Cannes moest ik voorgaande jaren met mijn eveneens blauwe pas lange uren in de rij staan om binnen te komen. Op zich lukte dat meestal wel – ik miste op die manier gemiddeld maar twee, drie titels – maar het kwam neer op zo’n 25 tot 30 uur in de rij staan tijdens twaalf dagen festival. Da’s toch een Hollandse werkweek. Maar met Cannes’s nieuwe boekingssysteem was dat voorbij. Als ik een kaartje had geboekt, kon ik tien minuten van tevoren arriveren en liep ik zo naar binnen. Plek verzekerd. Dat was niet alleen een enorme tijdwinst, het was ook, in de woorden van collega Emmerzael, ‘the great equalizer’. Ik stond niet meer anderhalf uur in de rij om op het laatste moment m’n plek te verliezen aan iemand die vijf minuten van tevoren kwam aanhobbelen met een Daily-pas – want die gingen ook in Cannes altijd voor. Nu arriveerden we allemaal tegelijk, allemaal zeker van toegang.

Wat in Cannes dit jaar les Bleus wel lukte – net zo makkelijk binnenkomen als de Dailies – lukt nu in Venetië ons Azzurri niet. Het is de omgekeerde situatie van vroeger, pre-corona, toen juist Venetië relatief egalitair was en Cannes veel meer hiërarchisch. Deze wisseltruc is duidelijk een punt voor Cannes: 2-1. En technische problemen kom je in elk beroep tegen, maar het boekingssysteem van Cannes, hoewel niet feilloos, blijkt achteraf gezien een zegen vergeleken met dat van Venetië. Alleen al dat je in één oogopslag kon zien voor welke films je op dat moment een kaartje kon krijgen, terwijl je in Venetië keer op keer (want een film waarvoor geen plek is kan een uurtje later opeens beschikbaar zijn) alle films één voor één moet aanklikken. Tijdrovend, terwijl het antwoord bijna altijd ‘nee’ is. Het is online dating met elk uur dezelfde veertig aantrekkelijke kandidaten, die je allemaal stuk voor stuk een verzoekje stuurt, om elk uur veertig keer ‘nee’ te horen – en soms één keertje ‘ja’, van iemand die niet je eerste kandidaat was en die ook pas later kan afspreken dan je eigenlijk van plan was, maar goed, meer keus is er niet en alleen thuis blijven is ook triest dus vooruit dan maar. Bovendien had Cannes een handig overzicht van last-minute tickets voor titels die op het punt stonden te beginnen. Het boekingssysteem is onmiskenbaar de gelijkmaker: 2-2.

Wel neemt Venetië corona een stuk serieuzer dan Cannes. De verplichting om in de bioscoop je mondkapje op te houden wordt in tegenstelling tot Cannes behoorlijk gehandhaafd – al is het losser dan vorig jaar. Er zijn temperatuurmetingen als je het festivalterrein op komt en je komt nergens binnen zonder vaccinatie- of testbewijs – terwijl in Cannes bij sommige zalen überhaupt niet gecontroleerd werd. Die serieuze houding verklaart ook een deel van Venetië’s problemen. Er wordt hier in de zalen social distancing gehanteerd, met geplaceerde tickets, terwijl Cannes z’n zalen, groot en klein, wel en niet goed geventileerd, hutje-mutje volpropte. Dat betekent wel dat Venetië elke zaal maar op halve capaciteit kan gebruiken. Maar met goede reden, dus 3-2 voor Venetië.

Maar dat rechtvaardigt niet dat die zalen waar ik met geen mogelijkheid in kom, terwijl ik het dagenlang op allerlei momenten van de dag geprobeerd heb, volgens diegenen die wél binnen zaten, vaak nog volop plek hadden. Soms zat er maar een handvol journalisten. Dat is tergend frustrerend en past weer helemaal in Venetië’s ouwe reputatie van een slecht georganiseerd zooitje. Eigen doelpunt: 3-3.

De grootste gekmaker van Venetië 2021 is echter de absurde beslissing (of het technologische manco) dat voor elke film 74 uur van tevoren de tickets worden vrijgegeven. Aangezien het algoritme dat bepaalt wanneer dat ook voor ons blauwen geldt onpeilbaar blijft, beginnen ook wij vanaf die 74 uur van tevoren te proberen. Er komen zo elk uur, elk half uur vaak, nieuwe films beschikbaar waarvoor je – doorgaans kansloos – kunt proberen een ticket te krijgen. Waarna je voor elke film 74 uur lang kunt blijven proberen of er inmiddels toch een stoel is vrijgekomen. Het gevolg is dat iedereen continu het boekingssysteem aan het checken is. Is er nu iets? En nu? En nu? En nu? In Cannes werden alle screenings van één dag in één keer vrijgegeven, daar kon je dan één keer voor gaan zitten en je planning maken. Hier wordt iedereen continu opgefokt, je kunt voortdurend net te laat zijn en je kan altijd iets missen. Mensen zetten hun alarm tijdens screenings, omdat op dat moment weer een film vrijkomt die ze moeten zien. Mensen zetten hun alarm om 6:30 ’s ochtends, in de hoop op tickets voor de 8:30-screening van drie dagen later. Het is de technologische implementatie van FOMO. Waar Cannes, dankzij het verdwijnen van de urenlange rijen, de rustigste Cannes ooit is geweest, is Venetië voor mij nog nooit zo stressvol geweest – en nog nooit met zo weinig resultaat. Ik doe meer moeite dan ooit voor minder films dan ooit. Nog een loeier van een eigen goal door Venetië dus: 3-4. Venetië verliest, Cannes wint. Allez les Bleus!