The Hand of God

Sorrentino beëindigt eindelijk zijn jeugd

In een ode aan Fellini, Napels en Maradona keert Paolo Sorrentino terug naar zijn jeugd en het tragische moment waarop hij zijn onschuld verloor. Hij sluit daarmee waarschijnlijk ook een fase in zijn kunstenaarschap af.

Het lijkt wel alsof hij Fellini’s films aan het afvinken is. Was La grande bellezza (2013) Paolo Sorrentino’s variant op La dolce vita (1960) en Youth (2015) zijn (1963), The Hand of God (winnaar van de Grote Juryprijs in Venetië) is Sorrentino’s Amarcord (1973)—de gefictionaliseerde verfilming van zijn jeugdherinneringen.

Sorrentino (1970) noemde Fellini dan ook als eerste onder zijn inspiratoren, toen hij de Oscar voor La grande bellezza in ontvangst nam. Daarna kwamen de Talking Heads (van wie Sorrentino de titel leende voor This Must Be the Place, 2011), Martin Scorsese en… Maradona. Die verscheen al eens in Youth, zit ertussen als het leven aan een zelfmoordenaar voorbijflitst in Sorrentino’s allereerste minuutlange filmpje Un paradiso (1994) en is nu naamgever van The Hand of God (È stata la mano di Dio), naar de beroemde handsbal waarmee hij scoorde op het WK van 1986.

In de film veroorzaakt die goal een zeldzaam moment van verbroedering voor de familie van Sorrentino’s alter-ego, de zestienjarige Fabietto (een uitstekende Filippo Scotti). Maradona is hun held, omdat de beste voetballer ter wereld voor het arme Napels heeft gekozen. Voor de jonge Napolitaan Sorrentino—en dus voor Fabietto—nauwelijks minder dan een wonder. Bovendien heeft Sorrentino het, in zijn ogen, aan Maradona te danken dat hij een tragisch voorval in de familie overleefde. Ook dat zit in The Hand of God, dat een sleutelfilm is geworden in zijn oeuvre en tegelijkertijd een ode aan zijn familie, Fellini, Napels en de vorig jaar overleden Maradona. En aan regisseur Antonio Capuano (gespeeld door Ciro Capano), die dit keer, tegen Fabietto, Sorrentino’s onmisbare ‘betoog van de waarheid’ mag houden (Sorrentino’s eerste echte filmklus was als coscenarist voor Capuano’s Polvere di Napoli, 1998).

Autobiografisch
Deze expliciet autobiografische film sluit aan op Sorrentino’s eerdere en dus ook autobiografisch getinte films. Met als hoofdpersonen telkens eenzame mannen uit gebroken gezinnen, die het moment van volwassenwording nooit te boven zijn gekomen en die sindsdien, ondanks meer of minder maatschappelijk succes, hun innerlijke leegte en angst voor de dood op afstand proberen te houden met ironische nonchalance.

Dat Sorrentino’s beelden buitensporig elegant zijn is daarbij een tweesnijdend zwaard: intimiderende schoonheid en holle panache ineen. En dat hij The Hand of God, dat zich grotendeels afspeelt vóór die volwassenwording, ingetogener filmt is ook geen toeval. Noch dat momenten die Napels toch als ‘grote schoonheid’ portretteren vooral verbonden zijn aan fantasiescènes (rond Napels’ patroonheilige San Gennaro) en Fabietto’s filmambities. Cinema als vlucht voor de werkelijkheid—die ‘belabberd’ blijkt.

Dat laatste inzicht ontvangt Fabietto via niemand minder dan Fellini zelf, die Sorrentino met een geestig gebrek aan bescheidenheid opvoert in zijn eigen film. Fabietto’s broer die, net als Sorrentino’s broer in het echt, werd afgewezen door Fellini bij een casting voor figuranten, meldt dat de maestro zei films te maken als ‘afleiding’, want ‘La realtà è scadente’—de werkelijkheid is belabberd. De nog naïeve Fabietto reageert onbegrijpend. Maar na de schok van zijn volwassenwording zal Fabietto—vanaf dan ‘Fabio’—zich Fellini’s woorden eigen maken als directe inspiratie om de filmwereld in te vluchten en eveneens andere, imaginaire werelden te creëren. Zoals, weten wij inmiddels, La grande belleza, hitserie The Young Pope (2016) en ja, ook deze film zelf.

Seksueel ontwaken
En wat forceert dan die volwassenwording? Het heeft voor Fabietto met dat tragische familievoorval te maken, maar ook, zoals keer op keer bij Sorrentino, met het moment van seksueel ontwaken. Als Fabietto door een halfopen deur de ontelbare foto’s van sexy vrouwen ziet die Fellini overweegt te casten, is dat nog een heerlijke verzoeking. Maar dat is lust op afstand. Dat is cinema. In werkelijkheid is Fabietto’s opkomende seksualiteit veel verwarrender, zoals het verlangen dat hij voelt voor een tante die tegelijkertijd lijdt onder huiselijk geweld.

De enige mogelijke uitweg die Sorrentino in eerdere films hiervoor gaf was het met mildheid en acceptatie terugblikken op dat pijnlijke moment van volwassenwording. En dat is wat Sorrentino met The Hand of God eindelijk heeft durven doen. “Ik dacht dat het misschien zou helpen, omdat ik altijd bleef vastzitten aan m’n zestiende, aan de pijn van die leeftijd”, zei Sorrentino in een interview. Hij had eerder ervaren dat obsessies vervaagden als hij ze verfilmde. “Dus dacht ik, heel egoïstisch: als ik over deze pijnlijke thema’s een film maak, verdwijnen ze misschien.” Nu hij zich als filmmaker niet langer heeft “verstopt achter personages als de paus of Jep Gambardella in La grande bellezzadenkt hij klaar te zijn voor een nieuw begin.