Venetië 2008: Recalcitrant

Oostenrijkers en andere hondenliefhebbers

Datum
04-09-2001
Auteur

Hundstage

De Filmkrant doet dagelijks verslag van de 58. Mostra internazionale d’arte cinematografica. Vandaag: De recalcitrante filmmakers Ulrich Seidl en Werner Herzog.

Opgewonden glimmend als een ondeugend jongetje staat filmmaker Ulrich Seidl temidden van zijn complete cast van neppooiers, straatvechtertjes, hysterische vrouwen, vadsige Oostenrijkers en andere hondenliefhebbers de internationale pers te woord. Of het in Oostenrijk echt zo is als de documentairemaker in zijn eerste fictiefilm Hundstage schetst? Ja, knikt Seidl, blij iemand te kunnen bedotten, Hundstage is een typisch Oostenrijkse film over authentieke Oostenrijkers. Al wil dat niet zeggen dat hij zich in Seidls wereld niet overal had kunnen afspelen. En ja, is het eenregelige antwoord op de volgende vraag, hij gaat over heel normale mensen.

Cineast Werner Herzog, die in Venetië is met zijn speelfilm Invincible en die Ulrich Seidl tot een van zijn tien favoriete filmmakers zegt te rekenen, staat ondertussen goedkeurend toe te kijken. En doet Seidl nog meer stralen van stout plezier.

Vraatzucht
Hundstage speelt zich af tijdens de ‘hondsdagen’, de heetste dagen van de zomer, als van eind juli tot eind augustus de Hondsster (Orion) hoog aan de hemel staat. Tussen de gecoiffuurde gazons en de snelweg in een Weense buitenwijk laat Seidl de levens van een aantal eenzame, zwetende mensen de revue passeren. Nu eens hanteert hij een semi-realistische documentaire stijl, dan weer richt hij zijn camera op hypergestileerde composities van zonnebradende mensenlichamen. Maar Seidl zou Seidl niet zijn als hij niet de behoefte zou voelen in die steriele levens, waaruit elk smetje is weggepoetst, de vraatzucht en de groepsseks, de gewelddadige obsessies en de onverdraagzaamheid bloot te leggen.

Op de persconferentie in Venetië vertelt hij dat het scenario van Hundstage, dat hij samen met Veronika Franz samenstelde, is gebaseerd op observaties en aantekening van het alledaagse leven, die hij gedurende een lange tijd heeft verzameld. Uiteindelijk destileerde hij daaruit zes verhalen, die zich in de film binnen een weekend afspelen.

“Hoewel er een scenario ten grondslag lag aan deze film, was het moeilijk om de acteurs te vinden die deze personages op een geloofwaardige en oorspronkelijke manier zouden kunnen spelen”, licht Seidl toe. Dus in de praktijk verzamelde hij, net zoals voor zijn doorgaans grotendeels in scène gezette documentaires, toch weer een getypecast gezelschap om zich heen.

Vernederen
Het is niet eenvoudig om écht achter Seidls beweegredenen te komen. Het feit dat zijn hoofdrolspelers allemaal vol lof over de samenwerking zijn, ondanks het feit dat ze elkaar hebben moeten slaan, verkrachten, vernederen en uitschelden, zegt ongetwijfeld iets over zijn vermogen om acteurs een gevoel van vertrouwen te geven. Het zegt misschien ook iets over de acteurs zelf, die met uitzondering van actrice Maria Hofstätter, allemaal nonprofessioneel zijn en rollen spelen die iets met hun eigen levens te maken hebben.

Uiteindelijk geeft Seidl toe wel iets van een bedoeling te hebben gehad met Hundstage: “Ik heb geen moreel oordeel over de mensen in deze film. Ik vind ze eenvoudigweg menselijk. Ik heb ze ook niet voor gek willen zetten. Dat het mensen zijn die in andere films niet worden getoond, wil niet zeggen dat je daarom maar om ze zou moeten lachen. De betekenis van deze film ligt in de titel, die verwijst naar de warmste dagen van de zomer. Maar er is ook nog een andere betekenis van die titel. En die schuilt in het woord ‘hond’.”

Occult
Werner Herzog had weer heel andere methoden om de interviewende journalisten op stang te jagen. In zijn lijzige Duits-Engels doceerde hij dat er buiten zijn opvattingen over ‘filmische waarheid’ niets anders waar lijkt te mogen zijn.

Zijn film Invincible is gebaseerd op de waargebeurde geschiedenis van de eenvoudige Poolse jood Zishe Breitbart (Jouko Ahola), die in de jaren dertig furore maakte als ‘de nieuwe Samson’, de sterkste man ter wereld in het Berlijnse cabaret van Hanussen (Tim Roth), een helderziende oplichter, die ervan droomde een Ministerie van Occulte Zaken te bestieren in Hitlers regering.

Tekst en spelregie zijn niet de sterkste punten van deze film, wat nog wordt versterkt door het povere spel van Ahola, die overtuigend gecast is omdat hij de sterkste man van déze tijd is, maar met primaire emoties wat minder goed uit de voeten kan. Het geeft de film wat kunstmatigs, wat eigenlijk doet denken aan inmiddels beter begrepen Herzog-klassiekers als Nosferatu en Fitzcarraldo. In Tim Roth heeft Herzog dan ook een schurk van formaat, zijn ‘beste vijand’ Klaus Kinski gelijk gevonden, wat hij op de persconferentie half en half toegaf. En Udo Kier als Berlijnse burgemeester, die de nazi’s voortdurend aanraadt toch wat eleganter te zijn, is in een prima temerige vorm.

Veel weerstand was er tegen de mix van waargebeurde zaken, geschiedenis, fictie en brutale grootspraak in Invincible, wat dat betreft lijkt Herzog wel wat op zijn megalomane hoofdpersonen. “Voor mij is er niet echt een verschil tussen documentaires en fictiefilms. Je zou kunnen zeggen dat Fitzcarraldo mijn beste documentaire tot nu toe is. Ik ben op zoek naar wat ik noem ‘cinematografische waarheid’. Cinema is een geintensiveerde waarheid. Die is deels gebaseerd op de werkelijkheid en deels een verzinsel. Cinema is cinema. Cinema werkt op een andere manier dan de werkelijkheid. Het is nutteloos om je bezig te houden met de puristische vraag waarom de hoofdpersonen Engels spreken en niet Pools, Duits, Hebreeuws en Jiddisch, zoals politieke en historisch correct zou zijn. Dan zouden er bovendien maar twintig mensen in de wereld zijn die deze film zouden kunnen begrijpen. Ik heb deze film gemaakt omdat je als Duitse filmmaker een paar keer in je leven je eigen positie ten opzichte van je achtergrond moet verhelderen. Maar het belangrijkste is dat het gewoon een fantastisch verhaal is. Want uiteindelijk ben ik gewoon een verhalenverteller.”

Speculaties
Als we de Italiaanse critici moeten geloven, die elke dag hun oordeel over de in de hoofdcompetitie Venezia 58. vertoonde film in cijfers tot en met tien uitdrukken in een van de twee dagkranten die het festival telt, dan zijn er op de helft van het festival nog geen echte uitschieters vertoond. De films die het meeste hoge én lage cijfers kregen zijn de formalistische Portugese kostuumfilm Quem és tu? (João Botelho), Larry Clarks tienermoordgeschiedenis Bully en Richard Linklaters filosofische animatiefilm Waking Life.

De meeste consensus lijkt te bestaan over het in zessen en zevens gewaardeerde Address Unknown van Koreaan Kim Ki Duk (die vorig jaar opviel met de poëtische gruwelen van The Isle).

Ook de Mexicaanse feelgoodfilm over twee schooljongens die een erotisch weekend beleven met de tante van één van hen Y tu mamá también en Alejandro Amenábars spookhuisfilm The Others kunnen bij pers en publiek op gemiddelde waardering rekenen. Maar dat zijn eigenlijk allebei films waarvan je niet het gevoel hebt dat je daarvoor naar een filmfestival gaat.

De speculaties of de jury onder voorziterschap van Nanni Moretti een politieke of sentimentele film zal gaan bekronen (grofweg de twee karakteristieken van zijn eigen films), gaan ondertussen onverminderd voort. Maar die film hebben we, misschien met uitzondering van Ken Loach’s The Navigators, dwaarin de Britse regisseur zich op zijn ouderwets politiek gevoelige best toont, hier nog niet gezien.