Cannes 2022, blog 12

Close is favoriet bij critici

Close

Eén criticus is geen criticus. Daarom bundelen critici hun krachten in grids. Maar erg veel overeenstemming is daarin in dit teleurstellende jubileumjaar niet te vinden. Meest genoemde favoriet in de strijd om de Gouden Palm, die vanavond wordt uitgereikt, zijn Decision to Leave en met name Close. Wat mij persoonlijk dicht bij de beslissing te vertrekken brengt.

Het is inmiddels een traditie: een overzicht van alle critics’ grids die we hebben kunnen vinden over de filmselectie van Cannes (zonder het Rotten Tomatoes-overzicht omdat daar telkens wisselende critici de afzonderlijke films bespreken).

À la de Filmsterren-rubriek van de Filmkrant delen critici hierin sterren of cijfers uit aan films in de hoofdcompetitie (en soms ook bijprogramma’s zoals Un Certain Regard, de Quinzaine des Réalisateurs en de Semaine de la Critique). Tien grids, in volgorde van het aantal deelnemers. Nota bene: bij de meeste grids doen in verhouding te veel mannen mee en het is jammer dat de standaarddeviatie niet overal standaard vermeld wordt.

1) Filmmagasinet EKKO (7 critici)
De Deense Stjernebarometer kent de hoogste Gennemsnit op het moment van schrijven toe aan Lukas Dhonts Close en Kelly Reichardts Showing Up – twee films met ook alweer zo’n vreemd verband: in beide gevallen wordt de plot gespiegeld in een gebroken, verzorgde en geheelde arm. Weinig subtiel als metafoor en ook verder zijn het twee sterk tegenvallende producties van regisseurs die beter kunnen – maar met die analyse zijn dus niet alleen deze critici, maar ook meerdere stemmen in het appartement dat ik deel met zeven andere Cannes-gangers het volstrekt niet eens.

2) Screen International (10 critici)
In de eindstand van deze bekendste (maar niet beste) grid gaat Park Chan-wooks elegante maar weinigzeggende Decision to Leave aan kop. Deze sterrenlijst loopt van X (zegge 0) tot 4 en niet het gebruikelijker 1 tot 5 – op die laatste schaal zou Parks 3,2 dus omgerekend een respectabele 4,2 zijn. Laagste is hier Forever Young van Valeria Bruni Tedeschi (1,8 dus 2,8), nipt onder Claire Denis’ Stars at Noon en Hirokazu Kore-eda’s Broker (beide een 1,9 dus 2,9).

3) Critic.de (11 critici)
De overwegend Duitstalige critici (van wie er eentje nog niets invulde) doen niet aan gemiddeldes en hanteren een afwijkend scoresysteem van drie minnetjes tot drie plusjes. Deze grid is tot nu toe zo sporadisch gescoord dat het schier onvergelijkbaar wordt, maar als aanvoerder mag Albert Serra’s bezwerende Pacifiction gelden met vijf keer drie plusjes.

4) OutNow (11 critici)
Bij het Zwitserse OutNow hebben elf internationale critici vooralsnog Decision to Leave de hoogste score gegeven met 4,7 op een 6-puntsschaal (dus 3,9 op 5). Maar nog hoger dan al deze speelfilms scoort hier de documentaire Moonage Daydream van Brett Morgen (die van Kurt Cobain: Montage of Heck), die helaas natuurlijk weer buiten competitie wordt vertoond.

5) Chinese Critics Grid (11 critici)
Het is altijd interessant om te zien of en hoe cultuurverschillen verschil maken in het oordeel over films. De Chinese critici blijven echter dichter bij het gemiddelde dan de Franse exception culturelle hieronder, met Close op één (met 3,2 uit 4, dus een 4 uit 5), gevolgd door Triangle of Sadness en R.M.N. en met als hekkensluiter Frère et soeur van Arnaud Desplechin (1,5 uit 4, dus 1,9 uit 5).

6) Fipresci Film New Europe (14 critici)
Doorgaans de beste (maar niet bekendste) grid is van Fipresci, de internationale beroepsvereniging van filmjournalisten. Dit jaar lopen ze echter achter: bij veel titels zijn nog helemaal geen scores ingevuld. Van de wel ingevulde gaat momenteel Jerzy Skolimowski’s trippy ezeltrip EO aan kop met een 4,0 uit 5 (wat ook Albert Serra’s sfeerrijke Pacifiction en de matige Dardennes-film Tori et Lokita halen, maar op basis van vooralsnog slechts één en twee scores). Drie critici vonden overigens Un Certain Regard-titel Burning Days van Emin Alper beter, met een 4,33. Fipresci FNE covert elk jaar ook Venetië en Berlijn, wat interessante vergelijkingen mogelijk maakt.

7) Le film français (15 critici)
De Palmomètre met louter Franse critici (klik op ‘edition mobile’ voor een leesbare versie, ook op de laptop) wijkt vaak op interessante manieren af van het door Angelsaksische critici gedomineerde internationale discours, maar ze weigeren helaas gemiddeldes uit te rekenen en dat ga ik ook niet voor ze doen. Op het oog, met vijf die-mag-van-mij-winnen-Palmpjes, gaat James Gray’s Armageddon Time hier aan kop – door mij nog niet gezien. Op twee volgens de Fransen, met vier Palmpjes, Kirill Serebrennikovs schilderachtig betoverende Tchaikovsky’s Wife. De meeste haat, met maar liefst zeven frownies, wordt ook hier gereserveerd voor Claire Denis’ Stars at Noon.

8) ICS (18 critici)
De grid van de International Cinephile Society is gelukkig teruggekeerd na hun afwezigheid vorig jaar. Deelnemers afkomstig uit pers en industrie plaatsen tot nog toe EO bovenaan (4,04 uit 5), gevolgd door Pacifiction (3,63) en Mungiu’s uiterst precieze R.M.N. (3,58). Hoger scoren nog Hlynur Pálmasons Godland in Un Certain Regard (4,17) en Aftersun van Charlotte Wells in de Semaine de la Critique (4,36), die zich begint af te tekenen als de ontdekking van het festival. Let op: bij deze grid kunnen deelnemers hun scores gedurende het festival nog aanpassen.

9) IonCinema (20 critici)
Met een fors en internationaal breed panel is dit een van de beste grids. Bij deze Amerikaanse site gaat de ook elders positief ontvangen Crimes of the Future van Canadees David Cronenberg (over verbanden gesproken: zie ons interview met hem over deze en zijn andere films) aan kop met 3,6 uit 5, met daarachteraan Ruben Östlunds uitbundige drieluik Triangle of Sadness en Cristian Mungiu’s R.M.N. met 3,3.

10) The Poll of Polls (ontelbare critici)
Volgens traditie eindigen we met de geweldige Poll of Polls, samengesteld door de Oostenrijkse criticus en computerprogrammeur Reini Urban. Scores worden vanuit veertien verschillende bronnen (elk afzonderlijk aan en uit te zetten) omgerekend naar een lekker schoolse tienpuntsschaal. Urban weegt z’n bronnen, verwijdert uitbijters, houdt rekening met het aantal beoordelingen en maakt bovendien, naast de afzonderlijke overzichten, een combinatielijst met alle programmaonderdelen. Ook hier op één, tot mijn schrik en verbazing maar ik rapporteer desondanks in alle eerlijkheid, Close met een 8,48; de film staat momenteel zelfs op tien van de lijst van alle films in Cannes, in alle programmaonderdelen, sinds 2010. Dat is één plek boven Apichatpong Weerasethakuls Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives uit 2010, om maar wat te noemen. Een gotspe, zeg ik! Maar ik ben maar één; op Close hebben op het moment van schrijven al 171 mensen gestemd. In de gecombineerde lijst staat hier overigens op twee voornoemde Aftersun en op drie Decision to Leave. Laagste van de hoofdcompetitie is Arnaud Desplechins Frère et soeur, door mij niet gezien, met een 4,54. Nog lager scoorde overigens de Special Screening van The Vagabonds van Doroteya Droumeva met een 4,00.

EXTRA: What are the odds?
Wat de critici vinden is niet per se hetzelfde als wat ze verwachten. Voor dat laatste kun je ook dit jaar weer terecht bij Neil Young van Jigsaw Lounge, die als goed ingevoerde ex-bookie de grootste kanshebbers voor de Gouden Palm presenteert. Met op één ook hier weer die vermaledijde Lukas Dhont, gevolgd door Tori et Lokita en op drie de eerste film die ik de Gouden Palm waardig vind, R.M.N. en op vier de film die ik verwacht te gaan winnen, Triangle of Sadness.

Ook Indiewire zet z’n geld op Dhont, met enigszins verrassend Crimes of the Future op twee en EO op drie.