Après mai
Verbeelding aan de macht
Après mai
Outsider Olivier Assayas maakte met Après mai een complexe kroniek over de kinderen van mei ’68, een companion piece bij zijn seventies adolescentenverhaal L’eau froide.
Voormalig Cahiers du cinéma-criticus Olivier Assayas is binnen de hedendaagse Franse auteurcinema een buitenbeentje. Hij behoort tot de ‘middengeneratie’ van cinefiele regisseurs (te jong voor de Nouvelle Vague en te oud voor de post-Nouvelle Vague-generatie), houdt vurige pleidooien voor de Aziatische cinema, omarmt genrecinema, kiest voor een eclectische aanpak en wil de complexiteit van de wereld weergeven via bevreemdende en verontrustende verhalen van individuen die grip proberen te krijgen op hun bestaan.
Assayas maakte techno-thrillers (Demonlover, Boarding Gate) en romantische kostuumdrama’s (Les destinées sentimentales), artistieke mijmeringen over de kracht van cinema (Irma Vep) en energieke drama’s over de impact van verslaving (Clean), intieme familieprotretten (L’heure d’été) en een kosmopolitsche biopic van een terrorist (Carlos). Kortom, het oeuvre van Assayas is niet onder één noemer te plaatsen. Tenzij ‘heterogeen’.
Zijn veertiende speelfilm zal daar weinig aan veranderen. Après mai is een tegelijk intellectuele en emotionele, zowel analytische als lyrische film over de impact van mei ’68 op de generatie van Assayas. De film is concreter en complexer dan zijn adolescentenportret L’eau froide (1993), zonder volledig autobiografisch te worden.
Wat Assayas boeit is de tijdsgeest én de initiatietocht van een jonge rebel die verloren dreigt te lopen in de turbulentie en die door cinema op weg wordt geholpen richting volwassenheid. In de geest van de fameuze graffitislogan "barricades sluiten de straat maar openen de weg".
Après mai opent met een leraar die Pascal voorleest (“tussen ons en hemel of hel staat enkel het leven”) en, drie jaar na de bijna-revolutie van ’68, de brute mishandeling van Parijse demonstranten door de politie. De jonge scholier Gilles weet meteen tegen wie hij vecht, maar de idealen waarvoor de strijd gevoerd wordt blijven waziger. Noch anarchisme, noch communisme, noch de hippie-filosofie prikkelen zijn verbeelding écht. Wat Gilles aantrekt is het avontuur en de kans om zijn grafisch talent te gebruiken. Nachtelijke missies waarbij gebouwen beklad worden met anti-establishment-slogans zijn spannend maar onschuldig. Tot een bewakingsagent gewond raakt en Gilles moet vluchten richting Italië. Een vrijgevochten vriendin en een militante groep filmmakers kruisen zijn pad, maar terwijl liefde en hoop wegkwijnen, en idealen botsen met de realiteit, ontluikt de kunstenaar in Gilles.
Deze kroniek van een woelige lente en zomer is geen historische reconstructie maar een persoonlijke herinnering. Noodzakelijk subjectief en onvolledig. Assayas mijmert over zijn amoureuze avonturen en over het ontkiemen van zijn fascinatie voor tegencultuur, drugs, psychedelische muziek (Nick Drake, Syd Barrett en Tangerine Dream sieren de soundtrack), Azië, Guy Debord, gauchisme en de spanningen tussen het globale en het lokale. Hij filosofeert ook over de clash met zijn vader (scenarist van de Maigret-reeks) en over geëngageerde cinema (meer bepaald het agitprop-experiment) en de vraag of men revolutionair kan filmen met de taal van de bourgeoisie. Après mai is dan ook een statement van Assayas: dit is hoe en waarom ik geworden ben wie ik ben. Vandaar het selectieve geheugen van de regisseur en de (door achterafinzichten versterkte) helderheid van zijn hoofdpersonage.
Maar Après mai heeft ook een universeel karakter. De film toont hoe zowel een persoonlijkheid als een artistieke roeping vorm krijgen tijdens de adolescentie. Tegelijk is het een ode aan de oprechte naïviteit, het idealisme en het engagement van een generatie die geloofde de wereld te kunnen veranderen en de verbeelding aan de macht te kunnen brengen.
Après mai is vanaf 28 maart 2013 verkrijgbaar op dvd (A-Film Home Entertainment).