IFFR 2026: Fatih Akin over Amrum
'Het is een film over dit moment, in vermomming'
Fatih Akin. Foto: Linda Rosa Saal
Kort na de val van het nazisme gaat het leven op het Duitse Waddeneiland Amrum door. In zijn fascinerende coming-of-age Amrum gebruikt regisseur Fatih Akin het eiland als microkosmos om het Duitse schuldbesef te bestuderen. “Duitsland is verblind door zijn trauma’s – door zijn misdaden, maar misschien nog meer door het schuldbesef.”
Op het eerste gezicht lijkt Amrum een onschuldige coming-of-age over het jongetje Nanning, dat opgroeit op het gelijknamige Duitse eiland, waar het obscure Noord-Friese dialect Öömrang wordt gesproken. Voor de Duitse regisseur Fatih Akin is deze historische film, die zich afspeelt net na de Tweede Wereldoorlog, echter allesbehalve eenvoudig of onschuldig. Met Amrum rekent de altijd kritische, en vaak controversiële, regisseur af met meerdere demonen uit het verleden.
Om te beginnen is Amrum een kritische terugblik op het schuldbesef van Duitsland, dat de misdaden van het nazisme nog altijd meedraagt. Nanning is nog een kind, maar de hevige rouw die hij voelt nadat hij hoort dat Duitsland de oorlog heeft verloren en de Führer is overleden, wijst op de diepe wortels die het nationaalsocialisme zelfs in de verste uithoeken van het land had. Zijn avonturen op het eiland – de uiteenlopende klusjes om zijn depressieve moeder eindelijk weer uit bed te krijgen – geven de film de toon van een aandoenlijke jongensroman, maar de politieke urgentie is voelbaar op de achtergrond.
Voor Akin zelf was het maakproces van Amrum emotioneel geladen, aangezien hij werkte met een scenario van zijn vriend en mentor Hark Bohm. Deze enigszins obscure cineast maakte deel uit van de Neue Deutsche Film, de periode in de naoorlogse Duitse filmgeschiedenis waarin iconoclasten als Rainer Werner Fassbinder, Werner Herzog en Alexander Kluge radicale nieuwe cinema maakten die de Duitse samenleving confronteerde met onverwerkte trauma’s. Bohm stierf kort na het schrijven van het scenario voor Amrum, dat hij deels op zijn eigen jeugd baseerde, waardoor Akin in de schoenen van zijn mentor moest stappen en zich de film op de een of andere manier eigen moest maken. Daarmee voelt de film anders dan het eerdere werk van de tegendraadse regisseur die met Gouden Beer-winnaar Gegen die Wand (2004) zijn thuisland wees op zijn bikkelharde racisme. En toch, benadrukt Akin kort na de wereldpremière in Cannes, is dit zonder meer zijn film: de subtiele maar scherpe reflectie op Duitse schuld en onschuld speelt zich weliswaar af in het verleden, maar houdt het Duitsland van nu duidelijk een spiegel voor.

Amrum ziet er prachtig uit. Had u specifieke inspiratiebronnen om die historische periode te verbeelden? “Mijn belangrijkste visuele inspiratiebronnen waren de schilderijen van Caspar David Friedrich, een Duitse schilder uit de Romantiek. Die kunstbeweging heeft zijn oorsprong in de tijd van de industrialisatie en de snelle technologische vooruitgang van de Duitse samenleving. De nazi’s hebben de Romantiek daarna geannexeerd of geïnstrumentaliseerd, met hun ideologie die teruggreep op de wortels van het land – een hommage aan de natuur van het vaderland. Om die reden zijn sommige romantische schilders, of zelfs die gehele periode, in zekere zin ‘gecanceld’.
“Als je het recente verleden in cinema wil vangen, kom je ook al gauw uit bij de Italiaanse neorealisten, vooral door de schijnbare eenvoud waarmee zij hun verhalen vertelden. In de Duitse cinema keek ik vooral naar Edgar Reitz, die een enorm oog voor historisch detail had. Voor mij is Reitz de grote poortwachter die me toegang gaf tot deze tijd.”
De wrange ironie in Amrum is dat de fervente nazi’s in de film zichzelf als slachtoffer zien na de val van het Derde Rijk. Hoe werkte u aan dat delicate evenwicht? “Op eilanden is de samenleving afgesneden van de buitenwereld. Daarom zijn het geweldige vehikels om bepaalde maatschappelijke aspecten in een ander daglicht te zetten. Zie in de literatuur bijvoorbeeld Robinson Crusoe en Lord of the Flies, parabels over hoe een samenleving op de proef wordt gesteld. Het eiland Amrum ligt in het meest noordwestelijke stukje van Duitsland, er woont een ander type Duitsers, ook nu nog. Het nazisme had hier dan ook andere wortels, mede omdat ze er een andere taal spreken. Met een eigen taal creëert een eiland namelijk ook zijn eigen regels. Toen ik hoorde dat wereldwijd slechts zo’n zeshonderd mensen die taal spreken, wist ik dat de film zou werken. Want via zo’n obscure taal begrijp je hoe een eiland zijn eigen regels schept.”
Wat betekent het voor u om een film over nazi-Duitsland te maken nu de extreemrechtse beweging in Duitsland weer zo prominent is? “Amrum is een film over dit moment, in vermomming. Nannings overleden oom verschijnt aan hem in een droom en zegt: ‘Jij bent misschien niet verantwoordelijk voor wat jouw ouders hebben gedaan, maar je hebt er wel iets mee te maken, want ik zie jouw ouders in jou.’ Dat leidt ertoe dat Duitsland nu Israël tot op de tanden bewapent. Andere landen kunnen misschien met meer afstand naar die geopolitieke crisis kijken, maar Duitsland is verblind door zijn trauma’s – door zijn misdaden, maar misschien nog meer door het schuldbesef daarover. Dus doen ze nu alles om van die schuld af te komen, en als dat betekent dat je ergens bommen naartoe stuurt, dan is dat maar zo.”
Tegelijkertijd is Amrum een extreem persoonlijke film, die u namens uw vriend en mentor hebt afgemaakt. “Hark Bohm, mijn docent op de filmacademie, is een legendarische filmmaker, maar is nooit zo bekend geworden als zijn kompanen uit de Neue Deutsche Welle. Misschien omdat hij altijd films over kinderen maakte, in zekere zin was hij een buitenstaander in die revolutionaire periode. Voor mij was hij echter bijzonder – de beste regisseur uit die tijd en een miskende profeet. We werkten eerder al veel samen: hij schreef Tschick [2016], hielp met het scenario van Aus dem Nichts [2017] en speelde een bijrol in Der goldene Handschuh [2019]. Hij vertelde me veel over zijn jeugd en ik spoorde hem aan om er een script over te schrijven. Het was in de tijd dat grote regisseurs met films als Roma, Belfast en The Fabelmans werk over hun eigen jeugd maakten. Ik zei: ‘Dat moet jij ook doen, man!’ Nadat hij het scenario had afgemaakt, werd hij ernstig ziek. De financiering was net rond toen bleek dat hij de film zelf niet meer kon regisseren. Toen vroeg hij mij.”
Hoe was het emotioneel voor u om de film in zijn plaats te maken? “Het moment dat hij me dit vroeg, was pijnlijk. Het is niet alsof je naar de supermarkt gaat en een kant-en-klare film mee naar huis neemt; je zit er jaren aan vast. Bovendien loop je er de rest van je leven mee rond, het zal voor altijd op jouw Wikipedia-pagina staan. Ik heb lang getwijfeld, en eindelijk besloot ik: ik doe het, alleen ik zie het niet als mijn eigen film maar als een werk in opdracht. Toch is die freelanceklus uiteindelijk een auteursfilm geworden die wel degelijk in mijn oeuvre thuishoort.”
In welke zin? “Amrum past in mijn levenswerk omdat de zoektocht naar mijn eigen identiteit zo complex is geweest, mijn definitie van wat het betekent om Duits te zijn. Tot begin jaren negentig kon je geen Duits staatsburgerschap krijgen als je geen Duits bloed had. Dat stond in de grondwet. Ik ben opgegroeid met het besef van die drempel. Ik vond mezelf Duits, maar was ik dat wel echt als de samenleving vindt dat ik Turks ben? Dan kom je al gauw uit bij Goethe, die zegt dat waar je opleiding is, je thuis is. Ik heb leren lezen en schrijven in het Duits. De eerste films die ik zag – films met Bruce Lee op een Super8-projector – waren Duits nagesynchroniseerd. Als Goethe gelijk heeft, maakt dat mij Duits. Het heeft me jaren gekost om dat te internaliseren. Ook daarom moest ik deze film maken.”
U vindt steeds nieuwe vormen om op die kernthema’s terug te komen. In eerdere films zocht u in dat onderzoek naar de identiteitscrises van de Duitse samenleving vaak de extremen op. Amrum is totaal anders in toon en vorm. Voelt u een noodzaak om uzelf steeds opnieuw uit te vinden? “Film is een ambacht. Om een betere kunstenaar te worden, moet je een betere vakman zijn. Hoe meer ik leer over filmmaken, hoe meer ik besef dat ik mezelf in andere vormen kan uitdrukken. Ik leer meer van films die ogenschijnlijk ver van me af staan. Ik wil niet in herhaling te vallen. Rond het maakproces van Amrum schreef ik ook een script voor wat mijn ‘eigen’ film had moeten worden, maar tijdens het schrijven besefte ik dat het te veel leek op eerder werk. Ik wil niet werken met een succesformule die ik te goed ken. Ik wil gewoon een betere kunstenaar worden.”
Ik ben benieuwd hoe naar het Duitse schuldgevoel wordt gekeken in uw eigen omgeving. Kun je je schuldig voelen over dat verleden als je zelf zo’n complexe dubbele identiteit hebt? “Voordat ik The Cut maakte, dacht ik van niet. Mijn gevoel was: het zit niet in mijn dna, mijn grootouders hebben het niet gedaan, dus ik heb er niets mee te maken. Maar toen ik die film maakte, over een andere genocide, besefte ik dat het niet gaat om het feit dat Duitsers de Joden dit aandeden of dat de Turken dit met Armeniërs hebben gedaan. Uiteindelijk hebben mensen dit de mensheid aangedaan. Duitsers hebben gelijk als ze zeggen dat de Holocaust uniek was: industrieel, mechanisch, grootschalig, geavanceerd. En toch komt het erop neer dat mensen andere mensen hebben vermoord. Dus ook ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om dat te bevragen. Daarom zie ik het ook als mijn verantwoordelijkheid om te zeggen: stop met het bombarderen van Gaza!”
Amrum is te zien op het IFFR en draait vanaf 19 maart 2026 in de bioscoop.