Belfast

Crowdpleaser blijft onpartijdig

  • Datum 23-02-2022
  • Auteur Roosje van der Kamp
  • Gerelateerde Films Belfast
  • Regie
    Kenneth Branagh
    Te zien vanaf
    24-02-2022
    Land
    Verenigd Koninkrijk, 2021
  • Deel dit artikel

Belfast

Met de dramafilm Belfast keert filmmaker Kenneth Branagh terug naar zijn geboorteplaats. In dit frustrerende verslag van zijn jeugd in het verscheurde Noord-Ierland blijkt het etnisch-nationale conflict van The Troubles slechts de achtergrond voor nostalgische bespiegelingen.

Belfast is een fragmentarisch verslag van de jeugd van filmmaker Kenneth Branagh (Murder on the Orient Express). Als stand-in voor Branagh volgt de film de negenjarige Buddy (Jude Hill), geboren in een protestants gezin dat in een protestants-katholieke straat in Noord-Ierland woont.

De film begint tijdens de slag om Bogside in augustus 1969, die Branagh voorstelt als het einde van zijn onbezonnen jeugd. In het filmische verslag van Buddy’s laatste maanden in Belfast overvallen de rellen hem en nemen ze hem zijn kinderlijke onschuld af. In de openingsscène gebruikt Buddy een vuilnisbakdeksel als een denkbeeldig schild in een schijngevecht, maar als het molotovcocktails begint te regenen, wordt dit denkbeeldige schild plots een echt schild dat hem tegen echte verwondingen moet beschermen.

Belfast heeft de neiging conflicten aan te kaarten maar niet te tonen. Er wordt vooral veel gerefereerd naar het etnisch-nationaal conflict (‘The Troubles’) en de doden die daarbij vallen. Lastige vragen worden soms wel gesteld, maar nooit beantwoord — veel scènes stoppen abrupt wanneer Buddy zijn ouders en grootouders vraagt om het conflict en de consequenties daarvan aan hem uit te leggen.

Het frustrerend beperkte perspectief dat Belfast kenmerkt, is misschien te verklaren doordat het verhaal grotendeels (maar niet geheel) door de ogen van een negenjarige wordt verteld. Het ontbreekt de film echter aan enige reflectie op de naïviteit van Buddy. Belfast is verstoken van echte emotie, echte complexiteit en zelfs echte schoonheid. De zwart-witte cinematografie voelt als een uitvlucht, een signalering van een zogenaamd artistiek verdienste die het gebrek van inhoud van de film moet verbloemen.

Geen standpunt
Het merendeel van de film toont hoe Buddy de gesprekken van zijn ouders afluistert. Terwijl het conflict buitenshuis oploopt, krijgt de familie van Buddy te horen dat ze diep in de schulden zitten. Zijn vader (Jamie Dornan) krijgt een oplossing in de schoot geworpen in de vorm van een promotie die hem een huis in Engeland en een flinke opslag bezorgt. Maar Buddy’s moeder (Caitriona Balfe) weigert Belfast te verlaten. Een beslissing stellen ze keer op keer uit.

Het is alsof we kijken naar kikkers die langzaam levend worden gekookt, maar niet reageren op de stijgende temperatuur in de pan omdat ze zich zorgen maken over de kou die ze zullen voelen als ze uit de pan zouden springen. Het is frustrerend om naar de onbeweeglijkheid van de familie te kijken — misschien omdat hun loyaliteit aan hun straat nooit als een politiek standpunt wordt beschouwd.

In feite neemt niemand in het gezin ooit enig standpunt in: de protestantse familieleden zien katholieken dan wel als mensen, maar ze weigeren zich aan te sluiten bij een van beide partijen in het conflict. Er is geen echte verbondenheid met de katholieken in hun straat. Er is slechts een vertrouwdheid die volledig gebaseerd is op gewoonte. “Dit is onze straat”, zeggen familieleden keer op keer, maar het is niet hun straat uit vrije keuze of verplichting. Het is hun straat omdat ze er toevallig geboren zijn.

Escapisme
Belfast is wat stijfjes, iets dat het oeuvre van Branagh sowieso kenmerkt, maar dat in het geval van Belfast extra opvalt door zijn aanspraak op werkelijkheid. Branagh lijkt het nationale conflict soms te gebruiken als de achtergrond voor een echtelijk conflict, maar positioneert de film toch nadrukkelijk als een verhaal over de stad. Door de film de naam van de Noord-Ierse hoofdstad als titel te geven, natuurlijk, en door de film te beginnen en eindigen met beelden van de stad.

Uiteindelijk geeft Belfast weinig inzicht in The Troubles. De film is vooral een verslag van Branaghs vroege herinneringen en van zijn coming-of-age als filmmaker (daarmee doet Belfast misschien denken aan Paolo Sorrentino’s op alle vlakken superieure The Hand of God). Maar de bespiegelingen zijn te zeer doordrongen van slappe nostalgie om te kunnen worden gezien als een succesvolle verwezenlijking van Branaghs memoires.

Terwijl de spanningen oplopen en de katholieken in hun straat niet meer veilig zijn, gaat Buddy met zijn familie ‘s avonds naar de bioscoop. De films die zij zien worden in kleur getoond, een wat goedkope truc die de impact van deze vorm van escapisme moet overbrengen.

Als Branagh cinema inderdaad slechts als escapisme ziet, dan zou dat in ieder geval het frustrerende perspectief van zijn film verklaren. Belfast, dat genomineerd is voor zeven Oscars waaronder die voor Beste Film, lijkt vooral te zijn bedoeld als een crowdpleaser. Het is een film die geen standpunt inneemt om zo weinig mogelijk mensen voor het hoofd te stoten, maar daarmee ook weinig blijkt te zeggen.