The White Tiger

Losrukken van je meesters

The White Tiger

Een armlastige opportunist probeert aan zijn sociale klasse te ontkomen wanneer hij de kans krijgt om in New Delhi een rijk echtpaar te chauffeuren. Ramin Bahrani’s rags-to-riches-sprookje The White Tiger oogt als een onnodig gesimplificeerde verbeelding van hedendaags India.

De Iraans-Amerikaanse filmmaker Ramin Bahrani, die tegenwoordig eveneens werkzaam is als hoogleraar film aan de New Yorkse Columbia University, brak vanaf 2005 door met een reeks kleinschalige sociaal-realistische speelfilms over minderheden aan de zelfkant van de Amerikaanse samenleving. In Man Push Cart (2005) duwt een Pakistaanse koffie- en bagelverkoper zijn karretje elke ochtend vanuit een loods naar zijn standplaats in Manhattan; Chop Shop (2007) is een portret van een twaalfjarig weesjongetje uit de Latino-gemeenschap dat probeert te overleven door hand- en spandiensten te verrichten in een geïmproviseerde autogarage in een modderpoel in de New Yorkse wijk Queens; Goodbye Solo (2008) draait om een Ghanese taxichauffeur die hemel en aarde moet doen bewegen om voor zijn gezin te kunnen zorgen.

Het gaat Bahrani in die periode voor de wind. In 2007 wordt hij door filmcriticus Roger Ebert omgedoopt tot “de beste regisseur van het decennium”, en zijn films winnen de ene prijs na de andere. Sindsdien is hij conventionelere films gaan maken, met filmsterren, en lijkt het alsof hij zijn talent om bijzondere verhalen te vinden in de wereld om hem heen heeft verloochend. Zoals At Any Price (2012): een gemankeerd familiedrama (en vehikel voor Dennis Quaid en Zac Efron) over boerenbedrijven en NASCAR-racen. Of Fahrenheit 451 (2018), een zielloze verfilming van Ray Bradbury’s literaire klassieker – Truffaut deed het beter.

Autoluchtverfrissers
In The White Tiger lijkt Bahrani voor even weer terug waar hij ooit begon. De verfilming van Arvind Adiga’s gelijknamige bestseller uit 2008 gaat over de straatarme Balram Halwai (Adarsh Gourav). Hij wordt op een dag door een welvarend en verwesterd Indiaas stel uit New Delhi (gespeeld door Priyanka Chopra en Rajkummar Rao) ingehuurd als chauffeur. Aanvankelijk schikt Halwai zich in zijn nederige rol, zoals de geschreven en ongeschreven regels van de Indiase samenleving dit voorschrijven. Maar gaandeweg ziet de opportunistische jongeling ook mogelijkheden om hogere maatschappelijke ladders te beklimmen.

Bahrani toont eerst in buitengewoon tenenkrommende scènes hoe Halwai kennismaakt met voorzieningen die we in de moderne wereld als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen: autoluchtverfrissers, deodorant, airconditioning. Want wat is de hoofdpersoon dolblij als hij tijdens een lange autorit niet voortdurend het zweet van zijn voorhoofd hoeft te vegen. Gemak dient de mens, en comfort is verleidelijk en verslavend. Dus vat Halwai het plan op om zich los te rukken van zijn nieuwe meesters om entrepreneur te worden in Bangalore, het Silicon Valley van Zuid-Azië.

Zo’n stap is mogelijk, wordt in de film gesuggereerd, omdat het verschil tussen kasten vandaag de dag is gereduceerd tot “het hebben van een kleine of grote buik”. Globalisering heeft tot gevolg dat academische merites en durf, zeker in de tech-industrie, een grotere rol zijn gaan spelen in plaats van het traditionele kastensysteem. Dit is een boodschap die ook al de revue passeerde in Slumdog Millionaire (Danny Boyle, 2008), waarvan The White Tiger – eveneens zwaar leunend op voice-over – bij vlagen een vervolg lijkt.

Maar Bahrani’s nieuwste film is vooral een versimpelde dwarsdoorsnede van de Indiase samenleving, met onuitstaanbare mooifilmerij, zoals een in slow-motion gefilmde begrafenis aan de Ganges, met knisperend vuur en een reciterende priester. Zo wordt een land gereduceerd tot rituelen en clichés.

Breken met stereotypes
Misschien ontbreekt het in The White Tiger aan een zekere geprononceerdheid omdat Bahrani te ver van zijn bed filmt. Goodbye Solo filmde hij in zijn geboortestad in North Carolina en Man Push Cart en Chop Shop in New York, de stad waar hij jaren studeerde. In deze films voel je wel een nadrukkelijk engagement; een kleine afstand tussen Bahrani en zijn onderwerp. The White Tiger voelt daarentegen als een onnodig gesimplificeerde en romantische verbeelding van India. Misschien wel omdat jonge Indiase filmmakers als Arun Karthick (Nasir, 2020) en Sanal Kumar Sasidharan (Sexy Durga, 2018) ons de laatste jaren nog eens hebben gewezen op de veelvormigheid van Indiase cinema.

Balram Halwai had ook Nasir kunnen zijn, uit Karthicks Nasir. Een man van eenvoudige komaf die werkt als verkoper in een stoffenwinkel en tevreden is met wat hij heeft. Maar Nasir is afkomstig uit een onderklasse, of lage middenklasse, die in pompeuze films over India, zoals The White Tiger, vaak onderbelicht blijft. Omdat Nasirs leven is ontdaan van hebzucht en een zucht naar spanning, omdat hij simpelweg leeft. Dit fascinerende deel van het leven in India zien we juist terug in films die zijn gemaakt door Indiase filmmakers die willen breken met alle stereotypes, of die simpelweg anderen, nieuwe verhalen willen vertellen. Zoals Bahrani dat zichzelf ook ten doel stelde, toen hij ooit begon met filmen.