The Girl Who Leapt Through Time

Altijd net te laat

Datum
03-06-2026
Auteur
Verschenen in
Regie
Mamoru Hosoda
Te zien vanaf
11-06-2026
Land
Japan, 2006

The Girl Who Leapt Through Time

Een zeventienjarige scholier bezit in één klap het vermogen om door de tijd te springen. Mamoru Hosoda’s tweede speelfilm is nu te zien in een 4K-restauratie.

Makoto Konno is altijd te laat. Als een wervelwind stormt de zeventienjarige scholier door haar slaapkamer, vliegt de trap af naar buiten, om op haar fiets naar school te racen. Elke ochtend weer. En elke ochtend is daar de spoorwegovergang waar ze net op tijd voor in de remmen knijpt.

Maar op een dag waarop alles misgaat wat mis kan gaan in een puberleven – onverwachte overhoringen, jongens die op je vallen (maar niet in de romantische zin) – vliegt ze door kapotte remmen over die spoorweg door de lucht. Het volgende moment ligt ze ongeschonden op straat na een onschuldige aanrijding, een paar minuten én een paar honderd meter daarvoor.

Makota heeft plots het vermogen om door de tijd te springen. Letterlijk. Met een flinke aanloop en toewijding kan ze een sprong maken die haar een stukje terug in de tijd brengt. De toekomst in springen kan niet. En het aantal sprongen is beperkt. De tiener gebruikt haar gave aanvankelijk om de worpen van haar vrienden Kosuke en Chiaki bij het honkballen te voorspellen, of eindeloos karaoke te kunnen zingen.

Meer dan een film over tijdreizen is The Girl Who Leapt Through Time (Toki o kakeru shôjo) een film over vriendschap. In een zomer waarin de cicaden luid zoemen en de zon onvermoeibaar schijnt, spenderen Makoto en haar vrienden Kosuke en Chiaki eindeloze lome middagen met elkaar.

The Girl Who Leapt Through Time is gebaseerd op de gelijknamige roman van Yasutaka Tsutsui uit 1967. Een eerdere verfilming uit 1983, van Nobuhiko Ōbayashi, was lange tijd een van de succesvolste films in Japan. Mamoru Hosoda weekte zijn adaptatie enigszins los van het bronmateriaal: het hoofdpersonage in de film is het nichtje van de hoofdpersoon uit het boek.

Hoewel het pas zijn tweede speelfilm was, draagt hij duidelijk het signatuur van Hosoda. Dat zit in de animatie, en dan vooral zijn verbeelding van de tijdsprongen; een wirwar van radertjes en een soort lint van tijdcodes in een oneindig wit. En in het spelen met ritme, door bijvoorbeeld een moment op te rekken tot een hele sequentie.

Maar het zit vooral in het uittekenen van de personages en hun onderlinge relaties. Makoto’s voorzichtige gevoelens voor Chiaki; de dynamiek met haar jongere zusje. In hoe Hosoda in al die speelsheid een diepere laag naar boven haalt: het besef dat zelfs met het vermogen om door de tijd te springen, je de dingen die echt belangrijk zijn toch vaak net te laat ziet.