DE VUURTOREN

Pieter Verhoeff: In de schemering gebeurde veel meer

"Ik ben als de dood voor valse emoties", zegt Pieter Verhoeff. Het ‘showbusiness effect’ noemt hij het, als een regisseur bewust naar een huilende of lachende kijker streeft. "Het enige wat ik probeer is om zo precies mogelijk weer te geven wat ik vind van mensen in een bepaalde situatie." Het eerlijke realisme van Verhoeff leidde tot prachtige films: Het teken van het beest, De dream, Van geluk gesproken. Voor de VPRO maakte Verhoeff De vuurtoren, een film in drie delen, vrij naar herinneringen aan zijn jeugd in Friesland. Het werd een ingetogen film over een dorp aan het meer. Wederom met weinig showbusiness, laat staan met valse emoties.

Kort nadat het gesprek is begonnen komt de producent van De vuurtoren de kamer binnen en zet de videorecorder aan. Hij wil even iets laten zien. De begintitels van het derde deel zijn wit en vallen bijna weg tegen het lichtgrijze IJsselmeer waar dat deel mee opent. "Maak ze maar zwart", oppert Verhoeff nonchalant. De regisseur is in het stadium dat het hem niet zoveel meer uitmaakt. Vier uur daarvoor heeft hij er een punt achter gezet, de film is nu echt af. Het kind is gebaard, laat de wereld er nu maar overheen vallen.
Toch zou zo’n val in dit geval extra pijnlijk zijn: De vuurtoren is een zeer persoonlijke film. Opgedragen aan zijn zoon Auke ("Die is nog zo klein, als die later in een rolstoel zit en ik heb niet alles kunnen vertellen, kan hij al die leugens nog eens aanzien"), is de film een verzameling herinneringen aan een jeugd in Friesland. Aan een klein stukje jeugd in een klein stukje Friesland, wel te verstaan. Hoofdpersoon Gerben is veertien, vijftien jaar oud en woont in een klein vissersdorpje aan de IJsselmeerkust, Lemmer bijvoorbeeld. De film is geen autobiografische reconstructie. Verhoeff: "Ik heb van autobiografisch materiaal gebruik gemaakt. Veel details kloppen wel, maar ik heb ook dingen aangezet en figuren samengesteld. Ik heb anekdotes uit mijn jeugd bij elkaar geveegd onder een aantal thema’s."
Met zijn twee vrienden zwerft Gerben rond de verlaten vuurtoren, zwemt in het meer en maakt hij muziek. Hij wordt verliefd, ontdekt zijn eigen lichaam en ziet zijn ouders van hun voetstuk vallen. Vergeefs probeert hij contact te krijgen met zijn uit Indië teruggekeerde broer. Met een oom bezoekt hij het Concertgebouw in Amsterdam, aan de overkant van het water. Dat zijn de grote gebeurtenissen. Even belangrijk in De vuurtoren zijn de dagelijkse details, het leven in en om de kleine woning, waar tante Fokje in haar hysterische lach uitbarst en vader verbeten op een rat jaagt. Naarmate Gerben ouder wordt, worden zijn waarnemingen meer geordend, maar een verhaallijn ontbreekt. Daar zijn de herinneringen te associatief voor. Wat wel terugkeert is verlies: Gerben verliest achtereenvolgens zijn buurmeisje aan een bloedziekte, zijn grote liefde aan Eric de Noorman en zijn broer aan een oorlogstrauma. Ook de vuurtoren, symbolisch voor de verbondenhied van de drie jongens met hun geboortegrond, gaat verloren, vlak voordat ze zullen uitzwermen naar de grote stad.

Effecten
Of ik gelachen heb, wil Verhoeff graag weten. Nee, eigenlijk maar één keer. Tijdens het kijken vroeg ik me zelfs af of humor bewust was geweerd. Is dat zo? "Nee hoor, sommige mensen zitten de hele tijd stilletjes te schuddebuiken." Was dat de bedoeling? "Ja, nee, nee, ja…ik maak geen lachfilms, maar ik hou er wel van om dingen te relativeren als ze te dichtbij komen. Voor je het weet zit je in het melodrama. Ik ben er niet op uit om mensen te laten lachen of te ontroeren. Iemand van de crew zei ergens: ‘Nou, dit wordt een lach in de zaal.’ Ik dacht, een lach in de zaal, waar heb je het over. Alsof ik daar op uit ben. Het enige wat ik probeer is om goed te observeren en zo precies mogelijk weer te geven wat ik van die mensen in die situatie vind. Daar wil ik geen effecten aan toevoegen om iets bij het publiek te bereiken."
Als de vader van Gerben wordt afgewezen als kapitein van de reddingsboot en uit woede en frustratie zijn medailles door de wc wil spoelen, weet je toch dat dat ontroering opwekt?
"Dat is waar, maar zelfs dan zit ik met mijn editor te overleggen: het blijft toch wel waar het om gaat, het wordt toch geen tear jerk-effect. Ik ben als de dood voor dat soort effecten. Er zit ook geen muziek bij die scène." Vanaf het schrijven probeert Verhoeff de valse emotie te mijden, maar de montage is een cruciale fase. "Op de montagetafel zie je precies wat je hebt. Dan ga je heel goed kijken: deugt het, jongens? Ik heb er gisteren nog een scène uitgehaald. Op zich een prachtige scène, maar het was teveel, ik had het al op een andere manier laten zien. Het mag niet te zwaar worden. Aan het einde loopt Gerben over de dam naar de afgebroken vuurtoren. Dat vind ik al vrij ver gaan, daar kan dan echt geen muziek meer bij."
De film heeft een rustig tempo, de toon is ingetogen, gedempt. Stond dat bij voorbaat vast? "Ik ben nergens op uit. Het werkt niet zo dat ik denk, dit ga ik nu eens sober aanpakken. Tijdens de voorbereidingen ben je voortdurend alles aan het beredeneren. Maar als je aan het werk gaat moeten al die theoretische vondsten hun weg vinden in een intuïtieve benadering. Dan werk ik zonder al te veel reflectie. Stijl is niet zozeer een keuze, maar een kwestie van persoonlijkheid."

Exotische taal
Wat acteertalent betreft heeft Verhoeff een aardige schare persoonlijkheden om zich heen verzameld. Hij combineert een gelukkige casting ("Dat doe ik altijd zelf. Ik laat me zelden adviseren door zogenaamde casting directors") met een uitstekende spelregie ("Doordat ik veel documentaires heb gemaakt heb ik goed naar mensen leren kijken. Ik kan niet tegen onnatuurlijk gedrag"). De vuurtoren werd gemaakt in samenwerking met de Friestalige Toneelgroep Tryater, waarvan vooral Rense Westra als oom Sake en Hilbert Dijkstra als broer Fimme opvallen. Peter Tuinman stottert overtuigend en Annet Malherbe brengt met haar dijen een hommage aan Fellini’s Amarcord. Hans Heerschop, de jongen die Gerben speelt, werd door Verhoeff ontdekt op een scholierenfestival. Merkwaardig genoeg speelt de jongen trompet en stottert zijn vader, net als in de film.
Critici prezen Verhoeffs tweede speelfilm De dream (1985) als een bij uitstek Nederlandse film, terwijl alles aan die film Fries was. De vuurtoren beschikt over dezelfde dubbelzinnigheid: enerzijds voor iedereen herkenbaar, anderzijds gedrenkt in regionale eigenaardigheden en bevolkt door mensen die een exotische taal spreken. Een oerHollandse film met Nederlandse ondertitels, leg dat maar eens uit aan een buitenlander. Vragen over de specifiek Friese context worden door Verhoeff ontwijkend beantwoord. Voelt hij behoefte om het Friese cultuurgoed onder de aandacht te brengen? "Nee hoor, dat soort missionaire drang heb ik niet. Het heeft te maken met dingen waar ik mee opgroeide en die me bleven fascineren: dood, erotiek, sociaal leven, het verlangen naar iets anders. De wortels van die thema’s liggen in mijn jeugd en die speelde zich nu eenmaal af in Friesland." Voor Verhoeff gaat De vuurtoren over het ontkomen aan een wereld die je als bedreigend en benauwend ervaart, waar geen culturele prikkels of oriëntatiemogelijkheden bestaan. "Dat kan overal zijn. Gerard Reve woonde toch in Amsterdam toen hij ‘De avonden’ schreef?"

Gebreide vestjes
De verbeelding van de Nederlandse jaren vijftig — met de terugkeer uit Indië plaatst De vuurtoren zich aan het eind van de jaren veertig, maar die tellen in dit verband ook nog mee — is opvallend uniform. Met films als De avonden, Bij nader inzien, Op afbetaling en Richting Engeland lijkt er een standaard gecreëerd voor hoe die periode er uit zag. Wij, die het niet met eigen ogen hebben gezien, weten niet beter of in de jaren vijftig was de wereld akelig schoon. De straten waren leeg en de interieurs bruin. Kleding was altijd schoon en gestreken, alle jongens liepen in korte broek en gebreide vestjes en het was altijd namiddag, met van dat mooie strijklicht.
De suggestie dat De vuurtoren bijdraagt aan deze standaard valt slecht bij de overigens zo minzame Verhoeff. Vooral het woord ‘bruin’ is helemaal fout. "Bruin, hoezo bruin? Je hebt niet goed gekeken, er komt geen bruin in voor. Dat is wat je in Op afbetaling ziet, van dat Vestdijk-achtige, van die lambrizeringen, glas in lood, zo’n donkerbruine sfeer. Daar heb ik juist zo’n hekel aan, dat heb ik willen vermijden. Dat vind ik het cliché van de Nederlandse jaren vijftig." Goed, geen bruin. Maar die overige clichés, hoe authentiek zijn die? "Het is allemaal zo authentiek als het maar kan. Korte broeken droegen we nou eenmaal. Het was werkelijk zo schoon, nog schoner dan in de film. Wat de straten betreft, in de film is het juist druk. Maar ’s avonds is het doodstil, nu nog. Loop maar eens door Makkum of Lemmer. In Franeker vonden we overigens het enige straatje in Friesland dat in aanmerking kwam voor het straatje in de film."
Alleen met het licht blijkt Verhoeff bewust te smokkelen. "Ze werden gek van het aantal schemershots dat ik wilde hebben. Herinneringen aan je jeugd hebben veel met schemerachtige toestanden te maken. Dat is het domein van de verbeelding, dan komen spoken en geesten, mooie en angstige dingen naar boven. Helaas duurt het maar een half uur." Gaat die permanente namiddag niet ten koste van de authenticiteit? "Wat is authenticiteit? Ik maak geen reconstructie van de dag, maar een verhaal dat met mijn herinneringen heeft te maken en die zijn gekleurd. In mijn herinnering gebeurde er in de schemering veel meer dan op klaarlichte dag. Rondom de authentieke reconstructie van een lokatie wil ik een bepaalde sfeer, zoals ik me die herinner. Dat heeft altijd te maken met een bepaald licht."

Bioscoopversie
De vuurtoren kostte 2,7 miljoen gulden. Voor dat bedrag krijgt de VPRO drie uur film, anderhalf uur kost dus 1,35 miljoen gulden. Dat is goedkoper dan Het teken van het beest, veertien jaar geleden door Verhoeff gemaakt voor 1,7 miljoen gulden. Dat er bij de tv zoveel meer geld beschikbaar zou zijn, gaat dus niet op. Daar staat tegenover dat, als de VPRO dit niet zou doen, de film niet gemaakt had kunnen worden. Is het niet treurig dat filmregisseurs hun toevlucht moeten nemen tot tv? Verhoeff: "Welke film haalt überhaupt nog een publiek in de bioscoop? De verhoudingen zijn totaal gewijzigd. De kleine blonde dood geldt met 350.000 bezoekers als een hit. Het teken van het beest trok destijds 200.000 bezoekers en werd als een absolute flop beschouwd. Dat zou nu een gigantisch succes zijn voor zo’n soort film."
De vuurtoren werd gedraaid op super 16, wat goed kan worden opgeblazen naar 35 mm, het bioscoopformaat. Het is de bedoeling dat de tv-versie van drie uur wordt teruggebracht naar een bioscoopversie van twee uur. Nog afgezien van de vraag of daar na vertoning op tv nog publiek voor is, heeft Verhoeff na het zien van de bioscoopversie van Oude Tongen in Rotterdam weinig trek in inkorten. "Matthijs van Heijningen riep dat ik gewoon drie keer zestig minuten in de bioscoop moet uitbrengen. Misschien heeft hij gelijk. Bij An angel at my table is het tenslotte ook gelukt." Inderdaad. Als we dan toch televisie moeten gaan kijken in de bioscoop, dan liever complete tv dan geamputeerde tv.

Mark Duursma