IFFR 2026: Jim Jarmusch over Father Mother Sister Brother

‘Variatie is het geheim van de schoonheid van het universum’

Jim Jarmusch. Foto: A. Kalka/La Biennale di Venezia/ASAC

Zoals immer cool gekleed in het zwart (net als zijn idolen “Hamlet, Zorro en Johnny Cash”, grapt hij), blijkt Jim Jarmusch nu eens een filmische held die niet tegenvalt in het echt. “Mijn eerste gedachte was: Tom Waits als de vader van Adam Driver.”

Om eerlijk te zijn: dat Father Mother Sister Brother in Venetië de Gouden Leeuw zou winnen, had ik niet aan zien komen. Het voelt achteraf als een aanvaardbare manier om Kaouther Ben Hania’s politiek uitgesproken pro-Palestijnse film The Voice of Hind Rajab van de eerste plek af te houden. Want: iedereen houdt van Jarmusch.

En dat klopt. Ik ook. Sterker, Stranger Than Paradise (1984) en Down by Law (1986) waren vormende films voor mijn prille cinefilie. Dat hij nu eens een hoofdprijs wint, gun ik hem van harte – al kan ik wel films van hem bedenken die het meer verdiend hadden (ik noem een Dead Man, 1995).

Maar, politieke afweging of niet: de jury vond Jarmusch’ triptiek van generationeel gezinsonbegrip, spelend in de Catskills, Dublin en Parijs, dus bij de top van het festival horen; veel van mijn internationale collega’s reageerden wel degelijk erg enthousiast; en de stads- en landschapsshots van cinematografen Yorick Le Saux (ook Jarmusch’ Only Lovers Left Alive, 2013, en op IFFR dit jaar ontvanger van de Robby Müller Award) en Jarmusch-recidivist Frederick Elmes (onder meer Broken Flowers, 2005) zijn wonderschoon.

Toch leek het me een beetje jammer om op basis van juist deze film voor het eerst een van mijn filmische helden te ontmoeten – iets wat je, volgens een van de meest genegeerde gulden regels van de filmjournalistiek, überhaupt nooit zou moeten doen.

Maar het viel honderd procent mee. Niet alleen bleek Jarmusch (in tegenstelling tot sommige andere bewonderde filmmakers) zo sympathiek – en grappig, en cool – als je maar kon hopen, ook maakte wat hij te vertellen had over Father Mother Sister Brother die film voor mij misschien niet direct beter, maar wel interessanter.

Want Jarmusch blijft nieuwe dingen uitproberen, zoeken naar de grenzen van zijn stijl en creëren vanuit een diepe liefde voor cinema. Met zijn hoogstpersoonlijke combinatie van intellect en intuïtie, zodat Father Mother Sister Brother nieuw en herkenbaar tegelijk is. En een gesprek erover als vanzelf raakt aan de rest van zijn oeuvre.

Tom Waits
Jarmusch: “Als ik een scenario schrijf, verzamel ik zaadjes. Die komen onregelmatig en ik weet niet altijd wat ik ermee moet. Ik noteer ze, en langzaam ontstaat er iets. Vaak begint het met acteurs. In dit geval was mijn eerste gedachte om Tom Waits de vader van Adam Driver te laten zijn. En daarna kwam Mayim Bialik als Adams zus. Hij belde me trouwens gisteravond, Tom, en zei: ‘Ik lees dingen over de première, kennelijk is het geen rotzooi geworden.’ Haha! Hij is als een broer voor me. We ontmoetten elkaar voor het eerst in 1985, op een feest van Jean-Michel Basquiat. We zijn de hele nacht samen opgetrokken, van de ene club in New York naar de andere. Sindsdien zijn we vrienden.”

En zo belandde Waits in Jarmusch’ Down By Law, Mystery Train (1989), Coffee and Cigarettes (2003), The Dead Don’t Die (2019), tot aan de huidige Father. “De eerste dag op de set kwam Tom naar me toe en zei: ‘Jim, we moeten praten. Je hebt twee huurmoordenaars ingeschakeld. Wat moet ik hiermee?’ Want Adam en Mayim zijn heel precieze acteurs. En iemand als Tom, die moet je juist niet te kort aangelijnd willen houden, snap je? Maar ik zei tegen Tom: ‘Geen zorgen, we gaan gewoon die verschillende manieren tegenover elkaar zetten. Vertrouw je me?’ En hij zei: ‘Anders was ik hier niet’.”

Inspiratie
“De eerste keren dat ik naar Japan ging, bracht ik altijd vhs-tapes mee terug. Veel Japanse films waren toen niet te krijgen in de VS. Ik kwam thuis met een koffer vol Mizoguchi, Naruse, Ozu, Kurosawa en Ōshima – allemaal zonder ondertitels. Vooral bij Ozu en Mizoguchi begreep ik bijna alles, ook al verstond ik ze niet. Dat is omdat ze meesters zijn van wat niet wordt gezegd. Op Ozu’s graf in Kamakura, dat ik heb bezocht, staat alleen het teken ‘Mu’. Wat zoiets betekent als ‘de ruimte tussen de dingen’. Dat raakte me diep.”

“Het is net als muziek: de noten die je niet speelt, laten de noten die je wel speelt resoneren. Mijn esthetische peetouders zijn de dichters van de New York School: Kenneth Koch, bij wie ik gestudeerd heb, en David Shapiro, Frank O’Hara, John Ashbery, James Schuyler, Anne Waldman, Ron Paget. Er is een manifest van O’Hara uit 1959 getiteld Personism. Het idee is dat je elk kunstwerk voor één iemand maakt – het hoeft geen specifiek persoon te zijn. Maar niet voor de hele wereld. Niet: ‘Ik verklaar…!’, maar: ‘Ik dacht aan je’. Deze dichters zijn vaak grappig en ze eren ook hun inspiratiebronnen. Zij zijn mijn gidsen. Anne Waldmans foto staat overigens op de schoorsteenmantel, als Toms overleden vrouw. Dat herkent natuurlijk niemand, maar ik mocht het van haar doen.”

“Net als de Sister Brother heb ik trouwens zelf ook sommige dingen over mijn ouders pas ontdekt nadat ze overleden waren. En ik had een oom Bob, maar mijn vader heette ook Bob en die was dus de oom van mijn cousins. Dus als we samenkwamen was altijd de vraag: wacht, welke oom Bob? Jouw vader? Mijn oom Bob?” Wat in de film belandde als de running gag-opmerking “Bob’s your uncle”.

Muziek
“Dat dingen in de verschillende episoden van de film terugkeren, begint tijdens het schrijven als een grapje. Maar er zit iets diepers achter. Variatie is, voor mij, het geheim van de schoonheid van het universum. In dieren, in planten, in kunst, in muziek. Kleine veranderingen, dingen net iets anders zien.”

“Normaal gesproken luister ik tijdens het schrijven altijd naar muziek. Maar dit keer niet. Niks. En ik dacht, misschien wil de film dan geen muziek. Misschien is dat de boodschap. Maar later dacht ik: misschien heb ik toch een klein beetje muziek nodig, maar… Hoe leg ik dit uit? Ik heb al vaker zelf de filmmuziek gemaakt, zoals bij Paterson [2016]. Dat was gemakkelijk: je hebt één hoofdpersoon en het gaat om hoe hij de wereld ziet. Maar deze keer was er niet maar één gezichtspunt. Dus wat voor muziek maak je dan? Het werden korte, eenvoudige, melancholische stukjes met mijn elektrische gitaar en een Wurlitzer-piano, samen improviserend [met de Britse musicus Anika], die ik met mijn editor Affonso Gonçalves heel precies in de film geplaatst heb, als een soort korte weersvoorspellingen, iets als ‘het kan later gaan regenen’ – ik weet niet precies hoe ik het moet omschrijven, maar het is heel delicaat.”

Hoofdstukken
Father Mother Sister Brother is niet Jarmusch’ eerste omnibusfilm. “De structuur lijkt meer op Mystery Train dan op Night on Earth [1991], omdat de hoofdstukken bij elkaar optellen – als je het laatste hoofdstuk ziet zonder de twee daarvoor, valt de emotie weg. En zoals ik vaker zeg: het kost veel moeite om het er moeiteloos uit te laten zien. Misschien denk je: hoezo? Ze zitten maar een beetje te praten. Maar het was echt uitputtend om alle details exact goed te krijgen. Ik zou het daarom verschrikkelijk vinden als iemand de delen los zou bekijken. Dat is niet mijn film.”

PS Bij het voorstelrondje van journalisten vroeg Jarmusch, toen hij mijn naam hoorde, “Kay Ee Ee Es?” Waarmee hij de eerste was, in al die jaren, die het in één keer goed had. Soms vallen je helden niet tegen.


Father Mother Sister Brother is te zien op het IFFR en draait vanaf 16 april 2026 in de bioscoop.